nederlands / english


Landmarks

Rotterdam is dé architectuurstad van Nederland. Al van veraf zie je de imposante skyline, met de Euromast en de Erasmusbrug als typerende landmarks. De meest spraakmakende gebouwen zijn op een rijtje gezet.


building image Beurs - World Trade Center
Beursplein 37
3011 AA Rotterdam
Bouwjaar 1936 - 1986
De groene ovalen toren van het Beurs-World Trade Center is nauwelijks meer weg te denken uit de Rotterdamse skyline. Dit markante visitekaartje voor zakelijk Rotterdam betekende het einde van de kantorenstop in het centrum en was de aanzet voor de tweede hoogbouwgolf in de stad. De bouw van een dergelijke toren in en boven het bestaande Beursgebouw van J.F. Staal was ook bijzonder.

Beurs

 

De geschiedenis van Beurs-WTC gaat terug tot 1598 met de oprichting van de eerste Rotterdamse beurs. De laagbouw van het huidige Beurs-WTC is ontworpen door architect J.F. Staal en werd gebouwd van 1936 tot 1940. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 kreeg het Beursgebouw wel een aantal kleine treffers, deze schade kon vrij snel worden hersteld. Het gebouw bevat talrijke functies met naast vele kantoren, vergaderzalen en congresruimte ook winkels en horeca gelegenheden. Naast de hoofdentree is brasserie Staal gevestigd. De gerenoveerde voormalige vergaderruimte van de Kamer van Koophandel boven de entree is Zaal Staal genaamd en wordt gebruikt voor bruiloften en feesten. Francine Houben (Mecanoo) ontwierp in 2004 het vernieuwde Beurs-WTC, met nieuwe horecalocaties, het vernieuwde Business Center, de hoofdentree en meldkamer.

 

WTC

 

De totstandkoming van het WTC in Rotterdam in 1986 had veel voeten in de aarde. Vanaf 1968 waren er plannen gemaakt voor een Wereldhandelscentrum, dat aanvankelijk in de Leuvehaven was gedacht. Een van deze ontwerpen voor een WTC van het Amerikaanse architectenbureau Skidmore, Owings & Merrill, dook later in gewijzigde vorm op als de Europoint-torens aan het Marconiplein. WTC is een internationaal begrip; in feite is het een verhuurbaar kantoorgebouw met lunch- en vergaderruimtes. Een door de Kamer van Koophandel in 1982 uitgeschreven besloten prijsvraag tussen drie architectenbureaus werd door Groosman Partners gewonnen.

 

R. van Erk en A.H. Veerbeek ontwierpen een 90 meter hoge toren van 20 verdiepingen met 20.000 vierkante meter kantoorruimte boven de bestaande beurshal. Alleen de betonnen kern van de hoogbouw en acht stalen kolommen doorsnijden het gebogen dak van de beurszaal. De onderste laag van de toren is geheel van beton en vormt een soort fundering in de open lucht. Met een tempo van één verdieping per dag werd de betonnen kern met behulp van een glijbekisting gestort. De rest van de constructie bestaat uit prefab elementen: betonnen TT-vloerplaten, stalen kolommen en glazen gevelpanelen. Vanwege het bestaande gebouw moest uiterst schoon gewerkt worden; de activiteiten in de beurshal gingen gewoon door. De bouw werd ook nog bemoeilijkt door de locatie in het centrum. De aanleg van de ondergrondse parkeergarage en van de fundering werd grotendeels ambachtelijk uitgevoerd.

 

Gevel

 

De gevel is bekleed met zonreflecterend glas in een grijsgroene kleur. De glasdikte varieert van 6 mm tot 10 mm, waarmee een abstract raster over de gevel van het gebouw is gecreëerd. Daar waar de twee gebogen gevels bij elkaar komen is het glas verspringend geplaatst. In de spitse punten zijn gekleurde neonlijnen aangebracht die het silhouet 's avonds benadrukken. Vanuit alle kantoren heeft men door de lichtgebogen gevels een fraai uitzicht over de stad.

 

Met zijn ovalen hoofdvorm en groen spiegelglas verwijst de nieuwbouw nadrukkelijk naar de vormgeving en het kleurgebruik van het bestaande gebouw. Wel is de bovenbouw bewust losgehouden van het bestaande gebouw en als zelfstandig element in de stad vormgegeven. Omdat het gebouw in de straal van de PTT-zendmast Waalhaven stond kon de toren vier verdiepingen minder hoog worden dan beoogd. Op 25 november 1987 werd de nieuwbouw feestelijk geopend. De in 1978 aangekondigde kantorenstop in het centrum en de ban op hoogbouw werden met het WTC in één klap geschiedenis. Het succes van dit gebouw stimuleerde de tweede hoogbouwgolf in Rotterdam.


Literatuur:

  • de Architect 1983-3
  • de Architect 1987-6
  • Architectuur Bouwen 1987-5
  • Bouw 1987-11
  • Archis 1994-9
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995



building image De Hef
De Hef
3071 Rotterdam
Bouwjaar 1924 - 1927
De Hef
Beluister audiofragment De Hef
De Hef is een constante inspiratiebron voor dichters, filmers en architecten. Van de weinige hefbruggen die Nederland telt is De Hef in ieder geval de meest spectaculaire: een staaltje pure ingenieurs-kunst. Door de aanleg van de spoortunnel onder de Maas werd de brug overbodig. Na felle protesten tegen de voorgenomen sloop werd De Hef een rijksmonument.

Hefbrugprincipe

 

Het hefbrugprincipe was in de negentiende eeuw in de Verenigde Staten ontwikkeld. De eerste verticaal beweegbare brug in Nederland was de spoorbrug over de Poldervaart bij Kethel in 1847. Andere hefbruggen in Nederland werden vooral tussen de Twee Wereldoorlogen gebouwd, zoals de Hefbrug, de Barendrechtse Brug, de Spijkenisserbrug en de drie bruggen over de Gouwe. Bij een hefbrug wordt een brugdeel, het val, op en neer bewogen tussen twee torens. Het val is via kabels met twee betonnen contragewichten in de torens verbonden.

 

De Hef

 

De grootste en meest befaamde hefbrug, de Hef van Rotterdam uit 1927, werd ontworpen door een ingenieur van de Nederlandse Spoorwegen, Pieter Joosting (1867-1942). De draaibruggen over de Koningshaven uit 1877 waren te smal en zo moeizaam te openen voor het drukke scheepvaartverkeer dat in 1924 werd besloten ze te vervangen door een hefbrug voor de trein en een basculebrug voor het gewone verkeer. De Koninginnebrug is een ontwerp van A.H. van Rood, die in 1924 de ideeënprijsvraag voor een nieuwe brug won. De brug lag in het verlengde van de Willemsbrug.

De bijna 70 meter hoge torens van de Hef zijn ter plekke geconstrueerd op betonnen funderingen; het 52 meter lange bewegende gedeelte was gebouwd in Walsum in de fabriek van de Duitse aannemer. Via rijnaken werd het naar Rotterdam vervoerd en door een viertal bokken ingehangen. Veel avantgarde-architecten bewonderden de pure constructie van de brug. De bewegende wielen, kabels en contragewichten waren niet weggewerkt achter façades of voorzien van niet-functionele decoraties. De Hef was een staaltje pure ingenieurskunst.

 

Symbool

 

De Hef werd een belangrijk symbool van de havenstad. Cor Vaandrager schreef er een boek over (1975) en Joris Ivens (1928), Paul Schuitema (1934), Hans Keller (1981) en Marijke Jongbloed (2001) maakten er films over. Arij de Boode en Pieter van Oudheusden richtten uitgeverij De Hef op, met als eerste boek "De Hef, biografie van een spoorbrug" (1985). De duiksprong van de brug van Lou Vlasblom op 14 januari 1933 vergrootte de mythevorming. Een tweede duiker verongelukte enkele dagen later.


Twee keer raakte de Hef beschadigd: in de meidagen van 1940 en bij een aanvaring in 1978. Toen de Hef door de bouw van de Spoortunnel zijn functie verloor, ontbrandde een strijd voor het behoud van dit industriële monument. Sinds 2000 is de Hef Rijksmonument. Een herbestemming, bijvoorbeeld een restaurant of deelgemeentekantoor in het bewegende deel, is nog steeds niet gevonden.


Literatuur:

  • A. de Boode - De Hef, 1985; Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991



building image Erasmusbrug
Erasmusbrug
3016 Rotterdam
Bouwjaar 1990 - 1996
Erasmusbrug
Beluister audiofragment Erasmusbrug
De Erasmusbrug is de derde brug over de Nieuwe Maas en ligt in het verlengde van de Coolsingel tussen Leuvehoofd en Wilhelminaplein. Op 4 september 1996 stelde koningin Beatrix de nieuwe brug in gebruik. Al snel werd de nieuwe Erasmusbrug, ontworpen door Berkel & Bos, het beeldmerk van het nieuwe Rotterdam.


Vanwege de sierlijke vorm kreeg zij in de volksmond de bijnaam de Zwaan. De Erasmusbrug vormt een oneindige inspiratiebron voor fotografen, filmers, reclamemakers en zelfs dichters. 'Hier zal de zeewind in de kabels harp spelen,' dichtte Peter Schat. Een fraaier beeld dan een luchtopname van de brug met het lint van lopers tijdens de marathon is nauwelijks denkbaar.

 

Kop van Zuid

 

De bouw van de Erasmusbrug speelde een doorslaggevende rol bij de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Voor een goede bereikbaarheid van dit stadsdeel werd een brug naar het centrum van essentieel belang geacht. Al in de stedenbouwkundige hoofdopzet van Teun Koolhaas uit 1987 is een éénpyloonsbrug opgenomen. Behalve als praktische oplossing voor verkeerstechnische problemen zou  de brug vooral als symbolische poort voor het nieuwe gebied moeten fungeren. De gemeenteraad besloot op initiatief van supervisor Riek Bakker een ontwerp van Maarten Struijs van Gemeentewerken te passeren en te kiezen voor een 40 miljoen duurder ontwerp van de Amsterdamse architect Ben van Berkel. Deze werd bijgestaan door de ervaren constructeur Arie Krijgsman van ABT.


Beeldbepalend voor de Erasmusbrug is de slanke geknikte stalen pyloon van 139 meter hoogte, die in twee delen aan weerszijden van het brugdek uitloopt. Vanuit de pyloon lopen twee keer zestien tuikabels naar het brugdek. Twee dikke tuikabels verankeren de pyloon aan de achterzijde. Het vaste deel van de brug is 284 meter lang; het beweegbare deel aan de zuidkant 50 meter. Een groot deel van de 31 meter breedte wordt ingenomen door een trambaan en royale fiets- en voetpaden. Uitvoering in beton bleek te duur, waarna gekozen is voor staal. De pyloon werd bij Grootint in Dordrecht gebouwd en eind 1995 onder grote belangstelling ingevaren.

 

Kritiek

 

Behalve lof was er van begin af aan ook kritiek op het brugontwerp. Niet alleen de extra kosten, maar ook de gelijkenis met een brug van de Spaanse ingenieur Santiago Calatrava in Sevilla, waar Van Berkel enige tijd werkte, werd gehekeld. Een maand na de opening op 4 november 1996 begonnen bij een combinatie van regen en wind de tuikabels te zwiepen en moest de brug worden afgesloten. Met trillingsdempers werd het probleem ondervangen.

 

Detaillering

 

Bij de detaillering van het hekwerk, de verlichting en de trappen is getracht de thematiek en vormentaal van het brugontwerp door te zetten. De aanlandingen en het nieuwe kantoor van de Spido zijn ook door Van Berkel ontworpen. In het bruggenhoofd aan de noordoever is sinds najaar 2003 een horecagelegenheid gevestigd. Het opmerkelijke brugwachtershuis op de zuidoever is van Peter Wilson, ook de ontwerper van het nieuwe Luxortheater.


Literatuur:

  • de Architect 1991-12
  • Bouwen met Staal 1995-11/12
  • l'Arca 1993-7/8
  • Architecture + Urbanism 1995-5
  • El Croquis 1995-72
  • Architecture d'Aujourd'hui 1996-9
  • Domus 1996-12
  • Archithese 1997-3
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995
  • Jaarboek 1996-1997
  • UN Studio - Move, 1999



building image Groot Handelsgebouw
Stationsplein 45
3013 AK Rotterdam
Bouwjaar 1947 - 1953
Groot Handelsgebouw
Beluister audiofragment Stationsplein 45
In 2003 werd het vijftigjarig bestaan van het Groothandelsgebouw, een van de symbolen van de wederopbouw, gevierd. Tussen 2001 en 2005 wordt het gebouw gerestaureerd. Het ontwerp van Maaskant en Van Tijen was en is het grootste handelsgebouw van Nederland: 220 meter lang, 85 meter breed en 43 meter hoog. Het gebouw heeft drie binnenhoven en er loopt 1,5 kilometer weg doorheen over drie niveaus. Het gebouw wordt gedomineerd door expressief vormgegeven prefab-betonelementen.

Bedrijfsverzamelgebouw

 

Door het bombardement was in Rotterdam 388.000 vierkante meter bedrijfsruimte verloren gegaan. Door de goede ervaringen met de noodwinkelcentra ontstond het idee van de verzamelgebouwen: winkels en bedrijven delen een gebouw en dus ook faciliteiten. Ze krijgen daardoor een betere uitstraling en betere voorzieningen (gemeenschappelijk gebruik van vergaderruimtes, kantines, entree, liften en trappen) voor een lagere prijs. Bovendien is de bedrijfsruimte flexibel. Voor veel ondernemers was een eigen nieuw gebouw ook onbetaalbaar.


In 1944 kwam ondernemer Frits Pot met het idee van een verzamelgebouw voor grossiers, een ‘grossiersbijenkorf’, in de buurt van het Groenendaal. W.F. Lichtenauer van de Kamer van Koophandel en Kees van der Leeuw, animator van de wederopbouw, steunden het idee. Kort na de oorlog werden de plannen concreet en werd de opdracht aan architectenbureau Van Tijen en Maaskant gegeven. Architect Maaskant experimenteerde eerst nog met twee kleinere industriegebouwen aan de Oostzeedijk (1941-1946) en de Goudsesingel (1945-1949) en oriënteerde zich in Amerika.

 

Het grootste bouwwerk van Nederland

 

Op 17 mei 1947 werd symbolisch een eerste paal geslagen. Tussen 1948 en 1953 wordt aan de uitvoering van het gebouw gewerkt. Het Groothandelsgebouw is een gebouw van superlatieven en grote getallen: 445.000 vierkante meter in elf bouwlagen op meer dan 3000 heipalen, et cetera. Het gebouw is als gewapend betonconstructie gerealiseerd en ook het uiterlijk wordt gedomineerd door beton. De vormgeving van het gebouw wordt grotendeels bepaald door de betonconstructie en de repeterende geprefabriceerde betonelementen, zoals de zonweringselementen in de gevels. Door het collectieve gebruik en het flexibele karakter van de ruimtes hebben de kantoorgevels bewust een neutrale vormgeving. De expressief vormgegeven entrees, trappenhuizen en dakopbouwen verlevendigen het gebouw.

 

Voorzieningen

 

Behalve de hoofdingang aan het Stationsplein zijn er nog vier ingangen. Naast 100.000 vierkante meter bedrijfs- en kantoorruimte op de negen verdiepingen zijn er showrooms aan de straatzijdes en magazijnen en expedities aan de binnenhoven. Twee grote gemeenschappelijke kantines waren op het dak geplaatst.


Bijzondere voorzieningen waren een bank, een postkantoor, een kapper, café-restaurant Engels en bioscoop Kriterion in het dakpaviljoen. Tot de opening in 1961 stond hier jarenlang alleen een betonskelet op het dak. Na afloop van de bioscoopvoorstelling werd het projectiescherm weggeschoven en konden bezoekers genieten van het prachtige uitzicht over de stad. Architectenbureau Van Tijen & Maaskant betrok ook een verdieping in het nieuwe gebouw.

Op 3 juni 1953 werd 'het symbool van gebundelde kracht en het onverwoestbaar vertrouwen in de groeikracht van Rotterdam' door koningin Juliana geopend. Sinds 1996 heet het Groothandelsgebouw Groot Handelsgebouw.


Literatuur:

  • L. Ott – Van luchtkasteel tot koopmansburcht, Rotterdam 1968
  • P. Bulthuis, C. Dijk – 50 jaar Groot Handelsgebouw. Icoon van de wederopbouw, metafoor van Rotterdamse daadkracht, Rotterdam 2003
  • M. Provoost - Hugh Maaskant. Architect van de vooruitgang, Rotterdam 2003  



building image Het Witte Huis
Wijnhaven 3
3011 WG Rotterdam
Bouwjaar 1897 - 1898
Het Witte Huis
Beluister audiofragment Wijnhaven 3
In 1897 ontwikkelden twee Rotterdamse zakenbroers, G.H. en H.M. van der Schuyt, het plan voor het 'grootsche kantoorgebouw in Amerikaanschen geest'. De architect Willem Molenbroek (1863-1922) tekende het ontwerp voor een verzamelkantoorgebouw naar Amerikaans voorbeeld. Het Witte Huis heeft een treffende gelijkenis met het kantoorgebouw voor de San Francisco Examiner uit 1890 van John Root. Met zijn hoogte van 45 meter en elf verdiepingen was dit kantoorgebouw lange tijd het hoogste van Europa.

De locatie voor het nieuwe gebouw werd de hoek van de Wijnhaven en Geldersekade, waar de Van der Schuyts al enkele panden bezaten. Deze werden gesloopt en in juni 1897 werd begonnen met de bouw. Voor de fundering werden 900 palen geslagen, die een flinke verhoging van de gronddruk veroorzaakten waardoor de kademuren van de Wijnhaven uit hun verband werden gedrukt en de Jan Kuitenbrug werd ontzet. Een naastgelegen pand was al direct na aanvang van de heiwerkzaamheden ingestort. De vrijgekomen strook van 20 bij 6 meter werd bij het perceel getrokken waardoor een meer vierkant grondoppervlak (20 bij 21 meter) ontstond en de gevels meer symmetrisch en harmonieuzer konden worden.


De problemen als gevolg van het heien leidden ertoe dat velen, ook architecten, dachten dat het hoge en zware bouwwerk in de slappe bodem zou wegzakken. Maar een jaar later, op 1 september 1898 was het gebouw klaar. Op 8 september werd het gebouw officieel geopend. De architectenwereld was weinig enthousiast over het gebouw. Wouter Cool, ingenieur bij Gemeentewerken, schreef: "Lomp en plomp staat hij daar, de oude stadsomgeving bedervend." Door de lichtreclame op het dak vond hij het gebouw "een versteend type van een reclame-koopman." Pas in 1926 kwam de bekende tien meter hoge Van Nelle-reclame op het dak. Het gewone publiek was al tijdens de bouw enthousiast over het Witte Huis. De belvedère, het uitzichtpunt op het dak, was één van de grootste attracties van het vooroorlogse Rotterdam.

 

Constructie

 

De meeste Amerikaanse wolkenkrabbers werden als staalskelet gebouwd. Het Witte Huis heeft een traditionele constructie met dragende bakstenen wanden. De twee dragende wanden in het midden van het gebouw hebben in de kelder een dikte van 1,40 meter. Boven zijn ze 40 centimeter dik. In de vloeren is vanwege het gewicht veel ijzer verwerkt. Het bouwen van wolkenkrabbers was mogelijk geworden door de introductie van de lift. Gas, elektriciteit en een centrale telefooninstallatie waren andere moderne snufjes aan het gebouw.

 

Architectuur

 

Ook qua architectuur was het Witte Huis weinig vernieuwend. De klassieke opbouw met gotische en romaanse motieven kende alleen in de Art Nouveau-decoraties een eigentijds element. De gevels zijn uitgevoerd in een witte geglazuurde steen. De onderbouw is van hardsteen. In de nissen op de eerste verdieping zijn een zestal beelden van Simon Miedema geplaatst, die Arbeid, Vooruitgang, Nijverheid, Handel, Zeevaart en Landbouw symboliseren. Tijdens de slag om de Willemsbrug in mei 1940 is het beeld Arbeid door granaatscherven verwoest. Het beeld Zeevaart is verplaatst zodat er een lege nis is aan de Wijnstraat.

 

In de gevel zijn verder allerlei versieringen aangebracht met hardsteen en gekleurd metselwerk in geel, rood en blauw. Boven de raampartijen zijn tegeltableaus met gekrulde planten- en bloemmotieven aangebracht. In de oostgevel is de naam van het gebouw aangebracht. Onder de hoektorens bevinden zich hardstenen gevleugelde draken. In het interieur was glas-in-lood en siersmeedwerk toegepast. Het moderne interieur werd van begin af aan geprezen.

 

"Op het Witte Huis sta je hoger"

 

De verhuur van kantoorruimte viel na een voorspoedige start tegen. Er zaten voornamelijk havengerelateerde bedrijven in het gebouw; tot 1903 had Molenbroek hier zijn architectenbureau. In 1906 gaat de NV Het Witte Huis bijna failliet. Er werkte (en woonde) een conciërge in het gebouw die de liften bediende. In 1953 werden de oude liften vervangen door één gesloten lift. Op de tiende verdieping was lange tijd de Photographie Cie. "Het Witte Huis" gevestigd, die bezoekers van de belvedère portretteerde. Op de begane grond waren winkels en cafés gevestigd.


Tijdens het bombardement bleef het Witte Huis met enkele panden aan de Wijnhaven gespaard. In de eerste wederopbouwplannen moest het Witte Huis echter wijken voor een verkeersrotonde. Ook in latere plannen is het gebied rond de Oudehaven vooral als verkeersplein gedacht waarbij de wegen vlak langs het gebouw scheren. In de loop der jaren wordt het gebouw verwaarloosd. In 1962 wordt de belvedère gesloten en begin jaren zeventig wordt de Van Nelle-reclame wegens bouwvalligheid verwijderd. Ook zijn er plannen om de prostitutie van Katendrecht naar de Wijnhaven te verplaatsen.

Met de herontwikkeling van de Oudehaven en de aankoop door de Westermeijer Groep in 1977 krijgt het Witte Huis hernieuwde aandacht en waardering. Het gebouw wordt grondig opgeknapt en de Wijnhavenpanden worden voor de aanleg van de spoortunnel steen voor steen afgebroken en herbouwd.


Literatuur:

  • de Architect 1982-2
  • F. Faro - Op het Witte Huis sta je hoger, 1978
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • J. Boddaert - Het Witte Huis 1898-1998, 1998
  • Zooiets Amerikaansch, 100 jaar hoogbouw in Rotterdam, 1999



building image Gebouwen Holland-Amerika Lijn
Wilhelminakade
3072 AR Rotterdam
Bouwjaar 1901 - 1919
De Wilhelminapier vormt sinds begin jaren negentig een belangrijk onderdeel van de Kop van Zuid. De in 1873 opgerichte Holland-Amerika Lijn had hier sinds het eind van de negentiende eeuw haar hoofdvestiging. Het hoofdkantoor van de HAL is in 1993 verbouwd tot Hotel New York. De aankomsthal wordt gebruikt als tentoonstellingsruimte, cruise terminal en restaurant. Las Palmas, het werkplaatsengebouw van de HAL, heeft een culturele bestemming.

Holland-Amerika Lijn

 

In 1978 vertrok de Holland-Amerika Lijn uit Rotterdam naar Seattle. De HAL heeft zijn oorsprong in de firma Plate, Reuchlin & Co. uit 1871. In 1873 werd dit bedrijf van Antoine Plate en Otto Reuchlin omgedoopt in Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij. Pas in 1896 werd er Holland-Amerika Lijn aan toegevoegd.

 

In 1891 werd het terrein aan de Wilhelminakade in gebruik genomen. In 1901 werd het kantoorgebouw op de kop van de Wilhelminapier gebouwd. Het kantoor was eerder gevestigd in de Yachtclub (het huidige Wereldmuseum) en in het Poortgebouw. Behalve de vrachtvaart zorgden vooral de landverhuizers naar Amerika voor veel omzet. Voor deze landverhuizers was zelfs een apart hotel, Urania, gebouwd, dat in 1972 is afgebroken. Imposante passagiersschepen als de Statendam en de Nieuw-Amsterdam kwamen tot in de jaren zestig tot in het centrum en gaven de Rotterdamse haven een ongekende dynamiek.

 

Hoofdkantoor

 

Het kantoorgebouw uit 1901 was een ontwerp van de architecten J. Müller en C.M. Droogleever Fortuyn. Het gebouw bleek al spoedig te klein en werd in 1908 uitgebreid. In 1916 werd het gebouw opnieuw uitgebreid, nu door Müller en Zonen in samenwerking met C.B. van der Tak, een zoon van de vroegere stadsarchitect. De achtkantige toren aan de noordzijde werd toen gebouwd. In 1919 volgde een laatste uitbreiding met de voltooiing van de zuidelijke toren en de bouw van een nieuw gevelfront aan de westzijde. Op het front staat in grote gouden letters Holland-Amerika Lijn.

 

Bij de verschillende uitbreidingen is door het gebruik van dezelfde kleur rode baksteen en natuurstenen plinten en decoraties getracht een zekere eenheid te behouden. Vooral in de latere uitbreidingen zijn invloeden uit de Jugendstil zichtbaar. In de gevel zijn verschillende decoraties opgenomen, die verwijzen naar de scheepvaart en naar exotische bestemmingen: Indianen, figuren in Egyptische en Arabische kostuums, een windvaan in de vorm van een zeilschip en twee havenarbeiders die de erkers ondersteunen. Ook het interieur was fraai verzorgd, met houten lambriseringen, gietijzeren kolommen en versieringen. Het gebouw stond na het vertrek van de HAL enige jaren leeg en kreeg in 1993 een tweede leven als hotel en café-restaurant New York. Hotel en restaurant zijn ingericht door Dorine de Vos en ademen de sfeer van het scheepvaartverleden.

 

Aankomsthal

 

Langs de kade stonden ooit loodsen met een totale lengte van 700 meter. In de Tweede Wereldoorlog werd een groot deel van de loodsen vernield. Alleen de in 1938 gebouwde vertrekhal van Brinkman en Van den Broek bleef gespaard. Dezelfde architecten realiseerden kort na de oorlog de aankomsthal. De in 1949 gebouwde hal wordt gedomineerd door de karakteristieke betonnen schaaldaken, die elk 18 meter overspannen. De glazen pui loopt door over de volledige lengte van 135 meter en biedt een imposant uitzicht over haven en stad. De aankomsthal is sinds 1988 gebruikt als ruimte voor tentoonstellingen, beurzen, congressen en party's. De gerestaureerde aankomsthal heet nu cruise terminal en huisvest onder andere café Rotterdam.

 

Las Palmas

 

Het werkplaatsengebouw van de HAL uit 1953 staat in de middenzone van de pier. Ook enkele andere panden als het Leidsche Veem uit 1898 en het pakhuis Celebes Borneo Java Sumatra van Pakhuismeesteren uit 1941 zijn behouden gebleven. Deze hebben een woonfunctie gekregen ; het werkplaatsengebouw krijgt een culturele bestemming.

 

Het gebouw van drie verdiepingen is een goed voorbeeld van de functionele architectuur van Van den Broek en Bakema. Het heeft op de begane grond een onderdoorgang waar auto's konden binnenrijden. Verticaal zorgden drie liften, waaronder een autolift met een hefvermogen van drie ton voor het interne transport. Er waren magazijnen en werkplaatsen ( zoals de smederij ) in gehuisvest. Het gebouw heeft een betonskelet en wordt in de gevels gedomineerd door prefab-betonelementen. Alleen het glazen trappenhuis wijkt af. De zware betonconstructie biedt vele mogelijkheden voor nieuw gebruik.

 

Las Palmas is door architectenbureau Benthem Crouwel verbouwd tot een multifunctioneel cultureel complex. Hoofdgebruiker is het Nederlands Fotomuseum. Verder zijn er cultureel podium LP II, de SKVR BeeldFabriek en een restaurant gevestigd. Op het dak is een penthouse-kantoor voor projectontwikkelaar OVG gebouwd.

 

Literatuur:

  • Havenarchitectuur, 1982
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • H. Baaij, J. Oudenaarden - Monumenten uit Rotterdam, 1992
  • Bouwkundig Weekblad 1939 p. 3
  • Forum 1953 p. 162
  • Architecture d'Aujourd'hui 1952-4



building image Scheepvaart- en Transportcollege
Lloydstraat 300
3024 EA Rotterdam
Bouwjaar 2000 - 2005
In de nieuwbouw van het Scheepvaart- en Transportcollege hebben enkele verspreid over de stad gehuisveste opleidingen een prominente plek gekregen. De circa 2000 hbo- en mbo-studenten hebben vanuit hun blauwwit geblokte, op een periscoop gelijkende gebouw een mooi uitzicht over hun toekomstige werkterrein.

Het bijzondere gebouw, de bijzondere locatie en een attractiever onderwijsvorm moeten de teruglopende studentenaantallen in het middelbaar en hoger zeevaartonderwijs tegengaan. Het scheepvaartonderwijs was in Rotterdam in zes verschillende gebouwen gehuisvest, waaronder de nabijgelegen Zeevaartschool van W. Dahlen aan de Pieter de Hoochweg 129 uit 1916 en de Machinistenschool aan de Willem Buytewechstraat 45 van B.J.K. Cramer en C. Elffers uit 1949. Het gebouw Maritime Simulation Rotterdam aan de Wilhelminakade is onderdeel van de opleiding. De samenballing van alle nautische en maritieme kennis beoogt een internationale uitstraling.

 

Periscoop

 

Het gebouw is niet alleen door zijn locatie en het uitzicht nauw verbonden met de Rotterdamse haven en de scheepvaart. Ook de op een periscoop gelijkende hoofdvorm werkt daarin mee. Verder zijn bij het in- en exterieur en in de materiaalkeuze allerlei verwijzingen naar de scheepvaart aangebracht.

Het gebouw bestaat uit een vrijwel rechthoekige kern, een toren van zestien bouwlagen, waaraan boven en onder een sculpturale uitbouw is aangebracht. De onderbouw van drie lagen bevat algemene functies als de entree, de centrale hal, een tentoonstellingsruimte, sportzalen, een grote kantine, een café en een boekshop en verder de werkplaatsen en de simulatieruimtes. De studentenkantine heeft een terrasvorm met een vloer en een dak, die oplopen, en een groot raam richting de rivier. Onder de onderbouw liggen nog twee parkeerlagen en een fietsenstalling. De uitbouw bovenin bevat een collegezaal, wat in de tapse vorm tot uitdrukking komt. Deze zaal voor 350 personen heeft een groot raam aan de westkant met uitzicht over de havens. De zaal is ook als congresruimte bruikbaar.

 

Onderwijstoren

 

In de onderwijstoren heeft het vmbo de onderste lagen, het hbo zit erboven en de bijscholing voor de beroepswereld zit bovenin het gebouw. Het verticale transport van de studenten in het gebouw geschiedt zoveel mogelijk via een stelsel van roltrappen. Voor de staf zijn er liften ; een noodtrappenhuis en toiletruimtes vormen verder de kern. De plattegronden zijn verder eenvoudig van opzet met klaslokalen aan de oost- en westzijde en kantoorvertrekken aan de noord- en zuidzijde aan een gang rond de kern. Om te voorkomen dat de studenten in de pauzes allemaal naar beneden moeten zijn op enkele verdiepingen pauzeruimtes ingericht, voorzien van loggia's.


De betonnen kern fungeert ook als stabiliteitskern. Het gebouw is verder als prefab betonconstructie uitgevoerd. In de uitbouwen is een staalconstructie toegepast. Aan de Sint-Jobshaven wordt het gebouw ondersteund door een meanderende constructie van gelaste stalen kokers gevuld met beton. De collegezaal is als stalen prefabconstructie uitgevoerd en via vier grote stalen vakwerkspanten aan de kern bevestigd. Het geheel is naast het gebouw gemonteerd en vervolgens met twee zware kranen in 12 uur tijd op zijn plaats gehesen.

De gevel bestaat uit een dambordpatroon van blauwe en witte geprofileerde aluminiumpanelen of glas. Achter geperforeerde aluminiumpanelen zitten ramen verborgen, die open kunnen. De elementen zijn 3,60 bij 3,80 meter. De robuuste gevel doet denken aan containers.

 

Interieur

 

In het interieur zijn materialen als hout, staal en zeildoek toegepast en zijn allerlei nautische symbolen aangebracht. De centrale kern is meniekleurig. De akoestiek in de collegezaal wordt geregeld door de met rode luchtkussens en zwarte spanbanden beklede wanden. In de kantine is het plafond afgewerkt met een gespannen zeildoek. De vloer hier zou aanvankelijk uitgevoerd worden in containerhout , maar het is uiteindelijk een mix geworden van Europese houtsoorten. De kantoorvertrekken zijn voorzien van patrijspoorten en aan de scheepsbetimmering refererende kastenwanden. In de openbare ruimtes staan uit houten latten samengestelde scheepsbanken. Op de tafels zijn prints van scheepvaartkaarten aangebracht.


Literatuur:

  • Jaarboek 2005-2006;
  • Aan het Werk, Neutelings Riedijk Architecten, 2003
  • Bouwwereld 2005-22
  • de Architect 2006-1



building image Stadhuis
Coolsingel 40
3011 AD Rotterdam
Bouwjaar 1912 - 1920
Stadhuis
Beluister audiofragment Coolsingel 40
In 1905 besloot het gemeentebestuur wegens toenemend ruimtegebrek tot nieuwbouw van het stadhuis. 15 jaar later was het neo-renaissancistische bouwwerk met romaanse en byzantijnse invloeden voltooid. Het monumentale stadhuis is niet alleen rijk gedecoreerd, het bevat bovendien een grote hoeveelheid beeldende kunst.

Met de bouw van een nieuw stadhuis aan de Coolsingel wilde burgemeester Zimmerman twee vliegen in één klap slaan. Het te kleine stadhuis aan de Kaasmarkt zou worden vervangen door een de stad waardig nieuw gebouw. De nieuwbouw zou tevens de aanleiding vormen voor de sanering van de binnenstad. De Coolvest zou worden gedempt en de rosse buurt rond de Zandstraat zou worden gesloopt ten bate van stadhuis, postkantoor en beurs. Na een omstreden ontwerpprijsvraag kwam Henri Evers als winnaar naar voren. Het gebouw werd tussen 1915 en 1920 gebouwd.

 

Stadhuisprijsvraag

 

Vanaf de veertiende eeuw was het stadsbestuur gevestigd in een stadhuis aan de Kaasmarkt vlakbij de huidige Botersloot. In 1832 werd dit gebouw van een nieuwe classicistische gevel voorzien door stadsarchitect Pieter Adams.

In 1905 besloot het gemeentebestuur wegens het toenemende ruimtegebrek en de ongemakken door de spreiding van gemeentelijke diensten tot nieuwbouw. Een Berlagiaans ontwerp voor een locatie bij het Achterklooster werd weggestemd, omdat het de ruimteproblemen niet oploste en men een grootschaliger, monumentaler gebouw wenste. Burgemeester Zimmerman greep deze problematiek na zijn benoeming in 1906 aan om de volkswijk rond de Zandstraat te saneren en de Coolvest om te vormen tot een nieuwe stadsboulevard met allure. De Coolvest werd gedempt, in 1913 volgde de doorbraak van de Meent en werd begonnen met de bouw van stadhuis en postkantoor. In de rosse Zandstraatbuurt woonden circa 2.400 mensen.

Zimmerman had voor het nieuwe stadhuis de architect Henri Evers voor ogen, hoogleraar in Delft en oud-leraar van de Rotterdamse Academie. In 1911 maakte Evers een voorlopig ontwerp, dat als uitgangspunt fungeerde voor een besloten prijsvraag met Kromhout, De Bazel, Stuyt, Otten & Overeijnder, Van der Tak, Brinkman en Evers. Vooral het expressieve ontwerp van Kromhout sprak tot de verbeelding. Na een besloten zitting van de jury onder voorzitterschap van de burgemeester kwam niet geheel verrassend Evers als winnaar uit de bus. Zijn ontwerp werd ondanks protesten gerealiseerd.

 

Bouw

 

In 1914 werd met de voorbereidende werkzaamheden begonnen en op 15 juli 1915 werd de eerste steen gelegd door koningin Wilhelmina. In 1920 was het neo-renaissancistische bouwwerk met romaanse en byzantijnse invloeden gereed. Het stadhuis kostte ƒ 2.850.000,- Het monumentale gebouw is symmetrisch van opzet, met centraal de hoofdentree. Raadzaal en burgerzaal, voorzien van een balkon, liggen op de verdieping aan weerszijden van de centrale hal. Het complex wordt bekroond met een klokkentoren. Het gebouw is verder opgebouwd rond binnenhoven, waardoor in alle vertrekken daglicht kan komen. Een straat doorkruist het gebouw. In totaal beslaat het gebouw een oppervlak van 86 bij 106 meter. De moderne betonconstructie met de 71 meter hoge klokkentoren is weggewerkt achter zandsteen. De zwart uitgeslagen zandsteengevel is vanaf 2000 gereinigd. Het gedeelte achter de binnenstraat is voorzien van daklichten en huisvest publieksfuncties als de dienst Burgerzaken .Het openbaar toegankelijke binnenhof is ingericht als parkje.

 

Beeldende kunst

 

Het gebouw is niet alleen rijk gedecoreerd, het bevat bovendien een grote hoeveelheid beeldende kunst. In de gevels zijn allerlei verfraaiingen en beeldhouwwerken opgenomen. Direct boven het balkon zijn bijvoorbeeld vier door Odé gebeeldhouwde 'overheidsdeugden' te zien.

In de trapgevel boven de entree zijn onder andere de Stedemaagd, het gemeentewapen van beeldhouwer Miedema en de wapens van geannexeerde gemeentes te zien.

Aan weerszijden van de hoofdentree zijn in de hoekpaviljoens beelden van Johan van Oldenbarnevelt (van Odé) en Hugo de Groot (van Auke Hettema) geplaatst.

In het rechter hoekpaviljoen bevindt zich de kamer van de burgemeester. De toren wordt bekroond door een gouden Vredesengel van beeldhouwer Keller. In de binnentuin staan twee bronzen beelden van Mercurius en Neptunus en een fontein van Miedema. Op het Raamplein aan de achterzijde bevindt zich een monument voor Louis Davids, die hier in de Zandstraat was geboren. In 1981 werd onder de stadhuisbogen een monument ter nagedachtenis van de in de oorlog weggevoerde joden aangebracht.

 

In de klokkentoren bevond zich een carillon met 48 klokken, een geschenk van Van Ommeren. Het carillon is door de bezetters weggevoerd en in 1948 vervangen.

Ook in het interieur zijn talloze kunstwerken aangebracht. In de trappenhuizen zijn glas-in-loodramen aangebracht. De realistische wandschilderingen van havenarbeiders van Marius Richters in de Raadzaal vielen bij het stadsbestuur aanvankelijk niet in de smaak. De wanden werden behangen en pas in 1947 weer onthuld.

Ook de allegorische wandschilderingen van Thorn Prikker in de burgerzaal uit 1928 vielen aanvankelijk niet in de smaak. Een deel werd opgeslagen en pas na de oorlog weer aangebracht. Bij de hoofdingang staat een borstbeeld van architect Henri Evers.

 

Het stadhuis is tussen 2008 en 2010 gerestaureerd door Putter Partners en de interieurarchitecten Merkx + Girod. Vele ruimtes zijn daarbij in oude luister hersteld. Bijzonder is de ingebruikname van de zolders onder de kappen, die voor opslag werden gebruikt. Hier zijn een restaurant en vergaderkamers gecreëerd. Een nieuwe liftschacht is bekleed met stalen wandpanelen met bloemmotieven.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1913 p. 291
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • de Architect interieur 2010-35
  • H. Baaij, J. Oudenaarden - Monumenten uit Rotterdam, 1992
  • H. Timmer - Henri Evers 1855-1929, 1997



building image Van Nelle Ontwerpfabriek
Van Nelleweg 1
3044 BC Rotterdam
Bouwjaar 1925 - 1931
Van Nelle Ontwerpfabriek
Van Nelleweg 1
De Van Nellefabriek is één van de hoogtepunten van het Nieuwe Bouwen in Nederland. Het imposante glazen gebouw is niet alleen een toonbeeld van functionalisme en rationele productietechnieken, maar ook van de verbeterde werkomstandigheden voor de arbeiders in de twintigste eeuw. De befaamde architect Le Corbusier was lyrisch over het gebouw tijdens een bezoek aan Rotterdam. Het inmiddels gerestaureerde gebouw behoort tot de belangrijkste jonge monumenten van Rotterdam.

Van Nelle

 

In 1782 begon Johannes van Nelle (1756-1811) een winkel in koffie, thee, tabak en snuif in een pand aan de Leuvehaven. Zijn weduwe Henrica Brand zette het bedrijf voort, in 1813 opgevolgd door Johannes van Nelle jr. en schoonzoon Abraham Goedkoop: De Erven de Weduwe J. van Nelle. In 1837 kwamen de Van der Leeuws erbij, die meer dan honderd jaar de dienst uitmaakten bij Van Nelle. Met de jonge firmanten Kees en Dick van der Leeuw ging het bedrijf na de Eerste Wereldoorlog een nieuwe koers varen. Belangrijkste daad van Kees van der Leeuw als directielid was de bouw van een modern, nieuw fabriekscomplex langs de Delfshavense Schie.

 

Opdracht

 

Michiel Brinkman, vanaf 1910 de vaste architect van Van Nelle, was betrokken bij de locatiekeuze en de eerste schetsen voor de indeling van het terrein. Hij overleed onverwacht in 1925 tijdens de voorbereidingen voor het ontwerp. Brinkmans zoon Jan studeerde op dat moment nog civiele techniek in Delft. Daarom werd een meer ervaren architect gezocht voor het project. Aanvankelijk wordt aan J.J.P. Oud gedacht, maar deze wil zijn goede baan bij de gemeente niet opgeven. Leen van der Vlugt, die Van der Leeuw kende uit de theosofische beweging, aanvaardde de opdracht wel. Het architectenbureau Brinkman en Van der Vlugt werd binnen korte tijd een begrip in Rotterdam. Via Van der Leeuw kreeg het bureau ook opdrachten voor enkele vrijstaande woonhuizen voor directieleden van Van Nelle en werd een bijkantoor in Leiden gebouwd.

 

Hoofdopzet

 

Het complex bestaat uit het eigenlijke fabrieksgebouw, een kantoorgebouw, een magazijn, expeditie- en opslagruimtes langs de Delfshavense Schie, een ketelhuis en werkplaatsen. Op het terrein waren ook nog een kantine en sportvelden te vinden; Van Nelle had een eigen voetbalclub, The Rising Hope. Het langwerpige fabrieksgebouw bestaat uit drie in hoogte aflopende delen, gescheiden door trappenhuizen. De tabaksfabriek heeft acht, de koffiefabriek vijf en de theefabriek drie lagen. In de trappenhuizen zijn ook de was- en kleedruimtes, toiletten en liften geconcentreerd, voor mannen en vrouwen gescheiden. Zo konden de fabrieksdelen geheel uit grote, ononderbroken, flexibel indeelbare vloervelden bestaan. Door de toepassing van een betonskelet was het mogelijk de niet-dragende gevels vrijwel geheel van glas te maken met alleen dunne stalen kozijnen. Licht en lucht konden zo tot diep in het gebouw doordringen.

 

Via luchtbruggen met transportbanden is de fabriek over de expeditiestraat met de strook expeditie- en opslagruimtes langs het water verbonden. Een andere luchtbrug verbindt de fabriek met het kantoor aan de ingang van het complex. Het kantoor bestaat uit een strook met twee lagen kantoorruimtes en een grote open werkruimte met glazen wanden en glazen spreekkamertjes. Het kantoorgebouw volgt de bocht in de weg. Tijdens de bouw wordt nog een tearoom op het dak van de tabaksfabriek toegevoegd, om blijvend te kunnen genieten van het uitzicht.

 

Medewerkers

 

Bij het ontwerp van de Van Nellefabriek was de civiel ingenieur Jan Gerko Wiebenga betrokken, een pionier op het gebied van betonconstructies. Wiebenga en Van der Vlugt werkten eerder samen aan de MTS van Groningen (1922-1924). Met de balkloze paddestoelvloer kan de volledige bouwhoogte worden benut. Een ander belangrijke medewerker van Van der Vlugt is Mart Stam, die vooral aan het strakke, functionele uiterlijk werkte. Met de expressieve toevoegingen zoals de 'bonbondoos' op het dak en de gebogen gevel van het kantoorgebouw was Stam het niet eens.

 

Veranderingen

 

In 1942 werden enkele laagbouwpakhuizen naar ontwerp van Brinkman en Van den Broek gerealiseerd. In 1974 is aan de achterzijde op de sportvelden een nieuw distributiecentrum gebouwd. In 1951 vertrokken de Van der Leeuws en sindsdien werden ook andere producten als Saroma-pudding, Lassie-toverrijst en Chicklets-kauwgum op de markt gebracht. Via een overname door het Amerikaanse Standard Brands kwam Van Nelle in 1989 bij concurrent Sara Lee/Douwe Egberts, dat de fabriek in Rotterdam in 1995 afstootte waardoor het eindelijk de status van rijksmonument kon krijgen.


Onder de naam Van Nelle Ontwerpfabriek is het complex een nieuw leven begonnen. Het fabriekscomplex is gerestaureerd door Wessel de Jonge en Claessens Erdmann. De transparantie van de fabrieksvloeren is zoveel mogelijk gehandhaafd door de voor de klimaatbeheersing noodzakelijke nieuwe gevels aan de binnenzijde te plaatsen. Aan de zuidwestgevel is de nieuwe gevel direct achter de gevel geplaatst; aan de noordoostgevel staat deze op een afstand van 2,7 meter. De nieuwe gevels zijn van aluminium en daardoor duidelijk als nieuwe elementen herkenbaar. Op de verdiepingen zijn bedrijfsruimtes van verschillende grootte voor de creatieve sector gerealiseerd. Kanalen en leidingen zijn opgenomen in een nieuwe opdekvloer. De begane grond is bruikbaar voor exposities en congressen. Ook de bijgebouwen zijn gerestaureerd en in gebruik bij een aantal architectenbureaus.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1929 p. 97
  • Het Bouwbedrijf 1929 p. 128
  • Wendingen 1930-1
  • Bulletin KNOB 1970 p. 123
  • de Architect 2001-6
  • J. Geurst e.a. - Van der Vlugt, architect 1894-1936, 1983
  • U. Barbieri, L. van Duin (red.) - Honderd Jaar Nederlandse Architectuur 1901-2000, Nijmegen 1999
  • diverse auteurs - Van Nelle, monument van de vooruitgang, Rotterdam 2005
  • J.H.H.M. Molenaar - Van Nelle's fabrieken, 1985
  • Wiederhall 14
  • Global Architecture 73
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991


.


Landmarks


Beurs - World Trade Center
Beursplein 37
De Hef
De Hef
Erasmusbrug
Erasmusbrug
Groot Handelsgebouw
Stationsplein 45
Het Witte Huis
Wijnhaven 3
Gebouwen Holland-Amerika Lijn
Wilhelminakade
Scheepvaart- en Transportcollege
Lloydstraat 300
Stadhuis
Coolsingel 40
Van Nelle Ontwerpfabriek
Van Nelleweg 1

Routes

bekijk alle routes