nederlands / english


Sites & Stories

In Rotterdam is ruim 100 jaar moderne architectuur te zien op een paar vierkante kilometer. Van veertig gebouwen in het centrum, die deze honderd jaar vertegenwoordigen, zijn levendige geluidsfragmenten gemaakt.


building image Atlantic huis
Westplein
3016 BL Rotterdam
Bouwjaar 1928 - 1930
Atlantic huis
Beluister audiofragment Westplein
Het Atlantic-huis vormt de monumentale afsluiting van de Parklaan. De meeste gebouwen in de omgeving dateren uit het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw en hebben rijk gedecoreerde gevels in neostijlen. Het Atlantichuis was in 1930 klaar en is in art-decostijl ontworpen. Vooral de belettering, de decoraties en de hoektorens zijn karakteristiek voor deze stijl.

Het Atlantic-huis is een van de eerste bedrijfsverzamelgebouwen van Nederland en daarmee een voorloper van het Groothandelsgebouw. Er was kantoor-, opslag en winkelruimte voor verschillende bedrijven, die voorzieningen als een centrale ontvangstruimte, onderhoud en bewaking deelden. Moderne snufjes aan het gebouw waren het betonskelet, de paternosterliften en de parkeergarage in de kelder. De toegang tot de parkeerkelder voor negentig auto's ligt aan de smalle Houtlaan .


Het gebouw heeft een U-vormige plattegrond. Op de begane grond waren winkels, showrooms en een café gesitueerd. Sinds 1988 is in de oorspronkelijke caféruimte grand-café Loos gevestigd. Op de vier verdiepingen liggen kantoorruimtes aan de gevels. De bovenste laag is voorzien van een zadeldak en diende als archief- en bergruimte. Twee ronde hoeken omkaderen het centrale deel met de hoofdentree. De begane grond heeft een natuurstenen pui, die bij de entree naar boven is doorgezet. De verdiepingsgevels zijn met baksteen bekleed. Zware betonnen banden geven de gevels een horizontaal accent. De oorspronkelijke stalen kozijnen zijn vervangen door kunststof.

In de gevel zijn decoraties met havensymbolen aangebracht. Twee reliëfs aan weerszijden van de ingang van de beeldhouwer Willem Brouwer stellen Hermes, de god van de handel en Neptunus, de god van de zee, voor. Ook in allerlei glas-in-loodramen in het interieur zijn gestileerde schepen, treinen en fabrieken als verbeelding van het moderne Rotterdam opgenomen.

 

Restauratie

 

Het Atlantic-huis heeft een tweede leven gekregen als appartementcomplex. Tussen 2007 en 2009 is het gebouw gerestaureerd en intern aangepast aan de nieuwe woonfunctie. Er zijn 40 appartementen en 10 maisonnettes gerealiseerd. Architect Jeroen Hoorn heeft met veel inventiviteit ook de zolderverdieping geschikt gemaakt voor bewoning. Op de eerste verdieping bevinden zich kantoren. De centrale entreehal is gereconstrueerd.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1932 p. 94
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • H. Baaij, J. Oudenaarden - Monumenten uit Rotterdam, 1992 



building image Beurstraverse
Beursplein
3011 AA Rotterdam
Bouwjaar 1991 - 1996
Beurstraverse
Beluister audiofragment Beursplein
De Beurstraverse is een verdiepte wandelpassage, die de Lijnbaan en de Hoogstraat verbindt. Daardoor ontstond er een betere route voor voetgangers tussen de twee belangrijkste winkelgebieden van het centrum. Het aantal voetgangers op de door de bouw van de Erasmusbrug drukker geworden Coolsingel werd zo verminderd. Tevens werd het metrostation Beursplein beter bereikbaar. De Beurstraverse biedt verder rechtstreeks toegang tot de souterrains van een aantal bestaande grootwinkelbedrijven, zoals de Bijenkorf, V&D, Hema en C&A. In de volksmond werd de Beurstraverse al snel omgedoopt tot de 'Koopgoot'.

Bij de aanleg van de Koopgoot sneuvelde grotendeels  het oorspronkelijke warenhuisblok met wederopbouwarchitectuur tussen Beursplein en Bulgersteyn; alleen aan de Korte Hoogstraat bleven enkele winkelpanden gespaard. Het gebouw van C&A van J.A. van der Laan (1949), het Magazijn Kattenburg van H.A. Maaskant (1951) en de Hema van A. Elzas (1952) werden gesloopt.


Behalve nieuwbouw voor Hema en C&A bevat het blok een winkelpassage. Deze nieuwe passage, gemarkeerd door een gele conische vorm, is smal en hoog, maar heeft verder weinig van de allure van de befaamde vooroorlogse Passage van architect Van Wijk. Deze lag ongeveer op dezelfde locatie, maar was gewoon loodrecht op de Coolsingel georiënteerd. De nieuwe passage maakt een bocht. Een parkeergarage is boven de winkels aangelegd, omdat de kelder onderdeel is van het winkelareaal. Behalve een parkeergarage bevat het blok nog een hoog woongebouw, de Schielandtoren.

 

Tegelijk met de aanleg van de Koopgoot werd Vroom & Dreesmann ten tweede male ingrijpend verbouwd door het oorspronkelijke architectenbureau. Nadat het gebouw van Kraaijvanger Architecten eind jaren vijftig van een moderne glasgevel was voorzien, kreeg het nu opnieuw een facelift. Aan de Leeuwenstraat werd een parkeergarage toegevoegd. Door de aanleg van de Koopgoot kwam er 7000 vierkante meter extra winkeloppervlak en twee parkeergarages voor 800 auto's in hartje centrum bij.

 

Funshoppen

 

Het interieur van de verdiepte passage is vormgegeven door de befaamde Amerikaanse architect Jon Jerde, die vele thematische winkelcentra in de Verenigde Staten realiseerde. Deze 'goeroe van het funshoppen' bekleedde de zijwanden met Italiaans aandoende arcades. Hier bevinden zich kleine luxe speciaalzaken. De bestrating is van natuursteen. Er zijn enkele bomen geplant en er zijn zgn. bedriegertjes voor de kinderen. De verdiepte binnenruimtes hebben een licht gebogen vorm, die in het bestratingpatroon is benadrukt. Deze gebogen vorm is gespiegeld toegepast. Door twee slingerende stalen luifels met glazen overkapping aan de gebogen zijde is getracht de eenheid van het complex te benadrukken. De voetgangers worden als het ware de Koopgoot ingezogen door twee luie trappen en hellingbanen aan weerszijden. Verder zijn er nog gewone trappen en liften en is het gebied toegankelijk vanuit de metro en vanuit de souterrains van de warenhuizen. De Koopgoot was vanaf de opening commercieel succesvol. Mogelijk was de gelijktijdig geïntroduceerde zondagsopenstelling van het winkelgebied hierop mede van invloed 


Literatuur:

  • Bouw 1995-3; 1997-2
  • Architectuur Bouwen 1996-10
  • l'Arca 1998-9
  • Architectuur in Nederland. Jaarboek 1996-1997
  • P. Groenendijk - Thuis in Rotterdam, Rotterdam 2001



building image Beurs - World Trade Center
Beursplein 37
3011 AA Rotterdam
Bouwjaar 1936 - 1986
De groene ovalen toren van het Beurs-World Trade Center is nauwelijks meer weg te denken uit de Rotterdamse skyline. Dit markante visitekaartje voor zakelijk Rotterdam betekende het einde van de kantorenstop in het centrum en was de aanzet voor de tweede hoogbouwgolf in de stad. De bouw van een dergelijke toren in en boven het bestaande Beursgebouw van J.F. Staal was ook bijzonder.

Beurs

 

De geschiedenis van Beurs-WTC gaat terug tot 1598 met de oprichting van de eerste Rotterdamse beurs. De laagbouw van het huidige Beurs-WTC is ontworpen door architect J.F. Staal en werd gebouwd van 1936 tot 1940. Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 kreeg het Beursgebouw wel een aantal kleine treffers, deze schade kon vrij snel worden hersteld. Het gebouw bevat talrijke functies met naast vele kantoren, vergaderzalen en congresruimte ook winkels en horeca gelegenheden. Naast de hoofdentree is brasserie Staal gevestigd. De gerenoveerde voormalige vergaderruimte van de Kamer van Koophandel boven de entree is Zaal Staal genaamd en wordt gebruikt voor bruiloften en feesten. Francine Houben (Mecanoo) ontwierp in 2004 het vernieuwde Beurs-WTC, met nieuwe horecalocaties, het vernieuwde Business Center, de hoofdentree en meldkamer.

 

WTC

 

De totstandkoming van het WTC in Rotterdam in 1986 had veel voeten in de aarde. Vanaf 1968 waren er plannen gemaakt voor een Wereldhandelscentrum, dat aanvankelijk in de Leuvehaven was gedacht. Een van deze ontwerpen voor een WTC van het Amerikaanse architectenbureau Skidmore, Owings & Merrill, dook later in gewijzigde vorm op als de Europoint-torens aan het Marconiplein. WTC is een internationaal begrip; in feite is het een verhuurbaar kantoorgebouw met lunch- en vergaderruimtes. Een door de Kamer van Koophandel in 1982 uitgeschreven besloten prijsvraag tussen drie architectenbureaus werd door Groosman Partners gewonnen.

 

R. van Erk en A.H. Veerbeek ontwierpen een 90 meter hoge toren van 20 verdiepingen met 20.000 vierkante meter kantoorruimte boven de bestaande beurshal. Alleen de betonnen kern van de hoogbouw en acht stalen kolommen doorsnijden het gebogen dak van de beurszaal. De onderste laag van de toren is geheel van beton en vormt een soort fundering in de open lucht. Met een tempo van één verdieping per dag werd de betonnen kern met behulp van een glijbekisting gestort. De rest van de constructie bestaat uit prefab elementen: betonnen TT-vloerplaten, stalen kolommen en glazen gevelpanelen. Vanwege het bestaande gebouw moest uiterst schoon gewerkt worden; de activiteiten in de beurshal gingen gewoon door. De bouw werd ook nog bemoeilijkt door de locatie in het centrum. De aanleg van de ondergrondse parkeergarage en van de fundering werd grotendeels ambachtelijk uitgevoerd.

 

Gevel

 

De gevel is bekleed met zonreflecterend glas in een grijsgroene kleur. De glasdikte varieert van 6 mm tot 10 mm, waarmee een abstract raster over de gevel van het gebouw is gecreëerd. Daar waar de twee gebogen gevels bij elkaar komen is het glas verspringend geplaatst. In de spitse punten zijn gekleurde neonlijnen aangebracht die het silhouet 's avonds benadrukken. Vanuit alle kantoren heeft men door de lichtgebogen gevels een fraai uitzicht over de stad.

 

Met zijn ovalen hoofdvorm en groen spiegelglas verwijst de nieuwbouw nadrukkelijk naar de vormgeving en het kleurgebruik van het bestaande gebouw. Wel is de bovenbouw bewust losgehouden van het bestaande gebouw en als zelfstandig element in de stad vormgegeven. Omdat het gebouw in de straal van de PTT-zendmast Waalhaven stond kon de toren vier verdiepingen minder hoog worden dan beoogd. Op 25 november 1987 werd de nieuwbouw feestelijk geopend. De in 1978 aangekondigde kantorenstop in het centrum en de ban op hoogbouw werden met het WTC in één klap geschiedenis. Het succes van dit gebouw stimuleerde de tweede hoogbouwgolf in Rotterdam.


Literatuur:

  • de Architect 1983-3
  • de Architect 1987-6
  • Architectuur Bouwen 1987-5
  • Bouw 1987-11
  • Archis 1994-9
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995



building image Museum Boijmans Van Beuningen
Museumpark 18-20
3015 CX Rotterdam
Bouwjaar 1928 - 1935
Museum Boijmans Van Beuningen bezit een grote verzameling oude en moderne kunst, alsmede kunstnijverheid. In 1935 werd een nieuw gebouw naar ontwerp van Adrianus van der Steur op het Land van Hoboken geopend. Het monumentale, traditionalistische ontwerp is in de loop der tijd diverse malen uitgebreid.

Totstandkoming

 

Tot de bouw van een nieuw museum was de collectie van Frans Jacob Otto Boijmans ondergebracht in het Schielandshuis. De bouw van het nieuwe museum werd mede bekostigd door de industrieel en weldoener Van Beuningen. In 1958 kwam de kunstverzameling van Van Beuningen bij het museum en werd zijn naam toegevoegd. In 1928 kreeg Van der Steur, ook actief als stadsarchitect, van directeur Hannema de opdracht voor een nieuw gebouw. Belangrijkste uitgangspunten waren de overzichtelijkheid van het gebouw en de belichting. Aan de achterzijde werd een Rozentuin met het monument voor G.J. de Jongh gerealiseerd.


Het museum werd tussen 1963 en 1972 uitgebreid door Bodon, die op eigentijdse wijze aansloot op de sobere baksteenbouw van Van der Steur. In 1991 werd aan de achterzijde een nieuw paviljoen voor de collectie Van Beuningen-De Vriese gerealiseerd, een ontwerp van Henket. Bodon realiseerde in 1991 tevens een nieuwe entree met bookshop. Deze is inmiddels verdwenen in het uitbreidingsplan van de Belgische architecten Robbrecht en Daem, dat na een moeizaam realisatieproces in 2003 werd geopend. Voor de nieuwbouw is het beeld Sylvette geplaatst, een ontwerp van Picasso dat in beton is uitgewerkt door zijn vriend Carl Nesjar. Het stond eerder bij het Bouwcentrum. De entree is weer terug op zijn oude plaats en het tuinpaviljoen werd verbouwd tot café. Met de bouw van het Nederlands Architectuurinstituut en de Kunsthal werd de straatnaam Museumpark geïntroduceerd voor dit deel van de Mathenesserlaan. Het eigenlijke Museumpark ligt tussen Boijmans en de Kunsthal.

 

Traditionalisme

 

Het ontwerp van Van der Steur is geïnspireerd op de Scandinavische architectuur. Het gebouw vertoont enige gelijkenis met het stadhuis van Stockholm van de architect Östberg. Het gebouw oogt als een echte kunsttempel. Van der Steur koos voor een traditionalistische opzet, met een toren en monumentale entree, en traditionele materialen als baksteen en koperen daklijsten. Ter vergelijking: de witte villa's aan de overkant zijn vrijwel tegelijkertijd gebouwd. In 1941 werd in het museum de tentoonstelling Nederland Bouwt In Baksteen: 1800-1940 georganiseerd.Het had een grote triomf voor de traditionalistische architecten moeten zijn, maar het tijdstip (de bezetting ) en de plek in het verwoeste Rotterdam waren weinig gunstig gekozen.


Het gebouw bestond uit een bouwdeel rond een binnenhof en twee zijvleugels, die een tweede - aan één zijde open- binnenhof omsloten. Door de uitbreiding van Bodon is ook de tweede hof gesloten. In het ontwerp was al rekening gehouden met een uitbreiding richting Westersingel. Aan de achterzijde is nog een bouwdeel te vinden met onder andere een aula. De gevels van het gebouw zijn grotendeels van baksteen, waarbij telkens een laag liggende bakstenen wordt afgewisseld door een laag staande bakstenen. De onderbouw bestaat uit lichtgele zandsteen op een plint van graniet. Om reflecties tegen te gaan werden de gevels van de binnenhoven geheel in zandsteen uitgevoerd. Lichtgroene koperen daklijsten en vrijwel geheel glazen lichtkappen met een zeer flauwe helling completeren het exterieur.

De hoofdentree wordt gemarkeerd door de licht taps toelopende toren (met werkplaatsen en opslagruimte). Het entreepaviljoen met bordes en koperen luifel leidt naar de ingang en de ronde entreehal met

Bijzonder geslaagd in het nieuwe museum is de daglichttoetreding. Vanaf 1929 waren er lichtproeven gedaan in een speciaal daartoe ontworpen gebouw. De bovenzalen krijgen daglicht via bovenlichten en op de begane grond via grote vensters in de gevel.

De diverse uitbreidingen reageren op verschillende manieren op het oorspronkelijke gebouw. De uitbreiding van Bodon (1963-1972), in feite de opvolger van Van der Steur bij DSBV, sluit aan op de hoofdopzet met zijn bakstenen wanden en daklichten in de vorm van sheddaken. Het tuinpaviljoen van Henket (1989-1991) is een open glazen gebouw met aluminium zonweringsschoepen, dat contrasteert met de gesloten gevels van het bestaande gebouw. De meest recente uitbreiding van de Belgische architecten Paul Robbrecht en Hilde Daem (1997-2003) beoogt aan te sluiten op de traditie van het gebouw, maar contrasteert met zijn grote ramen en groene doorzichtige panelen met de bestaande bakstenen gebouwen. Door de sloop van een villa aan de Westersingel kon het museum tot aan de culturele as van Rotterdam uitbreiden met een nieuwe U-vormige vleugel rond het gebouw van Bodon. Een prominente plaats in het nieuwe museum als 'kennisinstrument' is voor de bibliotheek.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1929 p. 177, 1935 p. 269
  • De 8 en Opbouw 1936 p. 106
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • F. Huygen - Het museum Boymans, 1992
  • A. Gielen - Ad van der Steur, 2002
  • Architectuur Bouwen 1991-4
  • de Architect 1991-4
  • Bouw 1991-9
  • Architectural Review 1991-7
  • Architecture d'Aujourd'hui 1991-10
  • Bauwelt 1991-37
  • Domus 1992-1
  • Jaarboek 1991-1992
  • Archis 1998-2, 2003-4
  • de Architect 2003-7/8
  • Bauwelt 2003-23



building image Boompjes / Restaurant Blits
Boompjes 701
3011 XZ Rotterdam
Bouwjaar 1988 - 1991
Voor het bombardement was de Boompjes een voorname straat met koopmanshuizen en kantoren aan een zijde en een geliefde wandelpromenade langs de Maas. In de wederopbouw kwam hier een drukke verkeersweg, terwijl de kade zijn havenfunctie behield. De bebouwing kwam moeizaam op gang; na de Nederlandsche Bank uit 1955 volgden eind jaren zestig twee langwerpige kantoorgebouwen.

Pas sinds de bouw van de Willemswerf van Quist (1983-1989), het glazen kantoorgebouw 'De Maas' (1983-1988) en de drie woontorens van Klunder (1980-1989) kreeg de Boompjes weer enige allure. De spectaculaire hoogbouw kreeg langs het water een pendant door de nieuwe inrichting naar ontwerp van Kees Christiaanse. Het frivool vormgegeven horecapaviljoen van Mecanoo is een integraal onderdeel van de herinrichting. Een belangrijk aandachtspunt uit het plan Waterstad, onderdeel van het Binnenstadsplan 1985, was het versterken van de relatie tussen haven en stad. De herinrichting van de Boompjes tot een representatief rivierfront was hiervan een uitwerking.


In 1986 ontwikkelde de Dienst Stadsontwikkeling in samenwerking met OMA en de landschapsarchitecten van Bakker en Bleeker een herinrichtingsplan. Het deelgebied tussen Leuvebrug en Willemsburg is uitgewerkt door Kees Christiaanse, ex-medewerker van OMA. Andere elementen om de boulevard langs de Maas aantrekkelijker te maken waren het horecapaviljoen 'Boompjes', het Maastheater op het bruggenhoofd van de voormalige Willemsbrug, een horecagelegenheid onder de nieuwe Willemsbrug, luxe woningbouw op het Bastion en de bouw van het subtropisch zwemparadijs Tropicana.

De Boompjes heeft door de herinrichting zijn functie als wandelboulevard teruggekregen. Bovendien kan de kade worden gebruikt bij recreatieve activiteiten. Het niveauverschil van drie meter tussen weg en kade werd gebruikt om een tribune te maken van hoge betonnen treden. De tribune is voorzien van een colonnade, waarin zich verlichting en stroomaansluitingen bevinden. De colonnade bestaat uit een raamwerk van zwart terrazzo. De kade heeft de karakteristieke Rotterdamse keitjes behouden. Langs het water was een joggingbaan van groen asfalt aangebracht, die door de vele geparkeerde auto's nauwelijks als zodanig gebruikt kon worden. Bij het Leuvehoofd was een parkeergarage voorzien, die nooit is gerealiseerd. Rond het kunstwerk 'de Boeg' van Fred Carasso, het nationaal Koopvaardijmonument, ligt hier tegenwoordig  afwisselend een strand en een ijsbaan.

 

Horecapaviljoen

 

Het horecapaviljoen ontworpen door Mecanoo geeft door het golvende dak en de expressieve vormgeving een zwierige, frivole indruk. Vanuit het restaurantgedeelte heeft de bezoeker door de schuin geplaatste glasgevels een prachtig uitzicht over de rivier. Aan de boulevardzijde is een met graniet beklede gesloten wand aangebracht, doorsneden door een entresol. Onder het entresol ligt de keuken. Op de begane grond bevinden zich toiletten, dienstruimtes en opslagruimte. Hier vormen de vloer en de schuin geplaatste betonnen kolommen een overkapping voor de entree. In het interieur zijn het golvende houten plafond en de vrije kozijnindeling gecombineerd met diverse materialen en een boegvormige houten bar. Leidingen en verwarmingselementen zijn weggewerkt in vloeren en kozijnen. Het terras is voorzien van een onregelmatig vormgegeven stalen windscherm en een gigantisch grillig gevormd houten bestek, beide ontworpen door Mecanoo.


Het restaurant is na enkele jaren leegstand in 2005 veranderd in een besloten exclusief partycentrum. Het interieur van de bekende ontwerper Marcel Wanders refereert aan het theater. Uitgaan is kijken en bekeken worden en de gasten vormen de spelers in een theatervoorstelling. Er zijn verder zware gordijnen, decoratieve meubels en uitbundige bloemdecoraties toegepast. Een Love Suite, een aparte intieme knalrode eetruimte op poten met hartvormige opening vult de hoek van het gebouw.


Literatuur:

  • de Architect 1991 2
  • AMC 1991 20
  • Architectuur in Nederland. Jaarboek 1990 1991
  • Architectuur Rotterdam 1970 1995, 1995
  • de Architect interieur 2006-19



building image Bouwcentrum
Diergaardesingel
Rotterdam
Bouwjaar 1946 - 1949
Bouwcentrum
Beluister audiofragment Diergaardesingel
Op 18 mei 1949, Opbouwdag, werd het Bouwcentrum geopend. Al tijdens de bezetting waren er plannen ontwikkeld voor dit informatiecentrum over bouwen en wonen, dat uiteraard in het centrum van de Wederopbouw was gedacht. Het zestienhoekig tentoonstellingsgebouw naar ontwerp van Joost Boks werd in 1955 en 1970 met kantoorruimte uitgebreid.

Het Bouwcentrum was een initiatief van de Bond van Nederlandse Architecten en het centraal college van het Bouwwezen. De oprichters meenden dat voorlichting en documentatie van de bouwtechniek van groot belang was voor de Wederopbouw. In het Bouwcentrum konden professionals en geïnteresseerden terecht voor tentoonstellingen en informatie over bouwen en wonen. In 1946 werd het Bouwcentrum officieel opgericht en kreeg Boks de opdracht voor het maken van een ontwerp.

 

De centraalbouw is voorzien van een viertal uitbouwen: de entree aan de Diergaardesingel voorzien van uitbouwen aan weerszijden en een café-restaurant aan de oostzijde. De uitbouwen bevatten kantoorruimte, een bibliotheek, een vergaderzaal en een lezingzaal voor honderdvijftig personen. Het gebouw is als betonskelet uitgevoerd, met ver overkragende vloeren. De betonconstructie is opgevuld met wanden van baksteen. Om de niet-dragende functie te onderstrepen is in een sierverband gemetseld. Het gebouw is hiermee een voorbeeld van het compromis tussen traditioneel en modern bouwen, de zgn. shake-hands-architectuur van kort na de oorlog.

Het Bouwcentrum was als centraalbouw moeilijk uitbreidbaar. Niet alleen biedt een ronde vorm weinig aanknopingspunten, maar ook was het gebouw in binnen- en buitenland bekend vanwege zijn karakteristieke vorm. Na een groot aantal voorstudies werd in 1955 gekozen voor een langwerpig, laag bouwlichaam van 75 bij 36 bij 11 meter langs het Weena. De twee gebouwen werden door een tussenlid verbonden. Het gebouw bevatte een grote expositieruimte van twee verdiepingen met magazijnen en werkplaatsen. De tweede verdieping bevatte kantoorruimte rond een binnenplaats. Het nieuwe gebouw was een betonskelet met een lichte staalconstructie voor de kantoorverdieping. Het gebouw heeft een strakke gevel van beton- en glasstroken.

Het gesloten gevelvlak op de hoek van Weena en Diergaardesingel is voorzien van een baksteenreliëf van 8,40 bij 18,60 meter van de bekende Engelse beeldhouwer Henry Moore. Het was een geschenk van de Vereniging Nederlandse Baksteenindustrie. In een soort ornamentele lijst van horizontale en verticale lijnen zijn een vijftal organische vormen opgenomen. Het kunstwerk werd uitgevoerd door twee ervaren metselaars en op 22 december 1955 onthuld.


Tussen 1967 en 1970 werd een tweede uitbreiding aan het Bouwcentrum gerealiseerd. Deze bestaat uit een langgerekt middelhoog gebouw aan het Kruisplein, een parkeergarage en een hoogbouw van achttien verdiepingen als overgang naar de uitbreiding van 1955. Het complex werd ontworpen door de architecten Eijkelenboom en Middelhoek, waarmee Boks sinds de jaren vijftig samenwerkte. Boks was nog wel als adviseur bij de uitbreiding betrokken. Beide gebouwen zijn gekenmerkt door een zakelijke, functionele opzet met een betonskelet als basis en respectievelijk betonelementen en baksteenmuren als borstwering.

Voor het gebouw werd een betonnen plastiek, Sylvette, naar ontwerp van Picasso geplaatst. Het 7,5 meter hoge beeld werd vervaardigd door de Noor Carl Nesjar, die een speciale techniek had ontwikkeld om in het beton te kunnen tekenen. Aanvankelijk was het beeld in het Kralingse Bos gedacht, maar werd voor C70 voor het Bouwcentrum gerealiseerd.


In 1991 werd het Bouwcentrum gerenoveerd. De gevels van de laagbouwdelen zijn bekleed met lichtgrijs gemoffelde aluminium gevelplaten. Het oorspronkelijke karakter van het complex is daarmee verloren gegaan. Ook de beide kunstwerken sluiten qua materiaal niet meer aan op het gebouw. Het beeld Sylvette is in 2003 verplaatst naar de nieuwbouw voor Museum Boijmans-Van Beuningen. Bijzonder geslaagd is de renovatie van het oude ronde tentoonstellingsgebouw aan de Diergaardesingel door Schiller Architecten in 2000. Het oude Bouwcentrum heeft de status van wederopbouwmonument. Sinds eind 1996 is het Bouwcentrum in de voormalige Nationale Levensverzekerings-Bank aan de Schiekade gevestigd. Het Bouwcentrum-complex is in gebruik als kantoorruimte door Vestia.


Literatuur:

  • Bouw 1956 p. 305, 1970 p. 1066
  • Architectuur Rotterdam 1945-1970, 1993
  • G. ten Cate - EGM Architecten 1931-1999, 2003



building image City Building
Binnenrotte 140
3011 HC Rotterdam
Bouwjaar 1998 - 2003
City Building
Beluister audiofragment Binnenrotte 140
Het City Building is het eerste gerealiseerde project van de verdichtingsoperatie van het Laurenskwartier. Met het verdwijnen van het spoorwegviaduct, de herinrichting van de Binnenrotte en de sloop van verouderde gebouwen ontstonden nieuwe randvoorwaarden in dit stadsdeel. Het woongebouw met zijn bijzondere hoofdvorm vormt een eerste impuls voor dit gebied.

Spaarbank

 

Door de bouw van meer woningen in dit stadsdeel moet het gebied levendiger en stedelijker worden. De al aanwezige voorzieningen als winkels en restaurants zouden hier ook van moeten profiteren. Volgende projecten zijn woningbouw (van Erna van Sambeek ) op de Ichthus-locatie en de transformatie van de PTT-kantoortoren tot woongebouw.


Het terrein achter de Spaarbank van J.J.P. Oud uit 1957 was sinds het bombardement onbebouwd gebleven. Het woongebouw sluit aan bij de nabijgelegen bouwblokken, maar is wel iets forser van maat. Het U-vormige gebouw sluit aan één zijde aan op de Spaarbank, om vervolgens met schuine lijnen en dakvlakken op te klimmen naar 50 meter hoogte. De tweede poot van de U, die dus een ander schaalniveau heeft, komt schuin in de binnenhof van de Spaarbank uit. Hierdoor heeft het gebouw een bijzonder, vanuit diverse punten in de stad steeds wisselend silhouet gekregen. Door de leegte van de Binnenrotte is het gebouw ook van dichtbij goed te bekijken.

 

Glas

 

Het gebouw heeft een vrijwel geheel glazen gevel. Hierdoor is het niet direct duidelijk dat het om een woongebouw gaat. Op de begane grond zijn bedrijfsruimtes en winkels opgenomen. De glasgevel is zo vlak mogelijk gedetailleerd. De buitenruimtes van de woningen zijn als loggia's binnen het gevelvlak opgenomen. Aan de bovenkant van de gevel is een gevouwen aluminium plaat als dakrand aangebracht. Het dak bestaat uit gasbetonplaten op een staalconstructie, afgewerkt met rvs-folie. Hierdoor heeft het schuine dak een glanzend en glimmend oppervlak, dat aansluit op de glasgevels. Het gebouw heeft een prefab betonskelet met dragende zijgevels en dragende woningscheidende wanden in het middendeel. De schuine dakopbouw is in staal uitgevoerd. De dubbelhoge begane-grond-vloer staat op V-vormige betonnen pijlers. De penthouses onder het schuine dakvlak zijn spectaculair van vorm.


Literatuur:

  • de Architect 2003-2
  • Detail in Architectuur 2003-3



building image Kantoorgebouw De Brug
Nassaukade 5
3071 JL Rotterdam
Bouwjaar 2002 - 2004
Kantoorgebouw De Brug
Beluister audiofragment Nassaukade 5
Het nieuwe hoofdkantoor van Unilever Bestfoods is gerealiseerd op het terrein van de Blue Bandfabriek aan de noordelijke punt van de wijk Feijenoord. Doordat het gebouw als een brug over het bestaande complex is gebouwd, bleef het nabijgelegen terrein van de vroegere Oranjeboom-brouwerij leeg en kan hier een woonwijk worden gebouwd. De wijk Koopmansstad zal ongeveer driehonderd woningen bevatten naar ontwerp van JHK architecten en West 8.

Behalve een slim idee om ruimte te sparen is het bruggebouw ook een spectaculair voorbeeld van prefabricage. Om het productieproces van de fabriek niet te verstoren werd de ruwbouw van het gebouw op 200 meter afstand op het Oranjeboomterrein gebouwd. Vervolgens werd het staalskelet in september 2003 met hydraulische hefwagens naar zijn definitieve plek gereden. Daarbij moest ook een draaiing van 22 graden worden gemaakt, want het volume ligt schuin boven de bestaande gebouwen.

Transporteur Mammoet was eerder betrokken bij de verplaatsing van het compleet geprefabriceerde eigen kantoorgebouw 'De Bolder' van de bouwplaats in Zwijndrecht naar een locatie in Schiedam.


De 2500 ton wegende ruwbouw, was al voorzien van één definitief steunpunt. De andere V-vormige kolom en een stalen bok waren op hun definitieve plaats gebouwd. De steunpunten bestaan uit buizen van 1,2 meter dikte. De stalen bok bevat ook de stijgpunten en de sanitaire voorzieningen. Het kantoorgebouw is 130 meter lang, 33 meter breed en vier verdiepingen hoog. De 15.000 vierkante meter vrij indeelbare ruimte biedt plaats aan 750 tot 800 werknemers. De laagste vloer ligt op 25 meter hoogte. De hele constructie is van staal; alleen de vloeren zijn staalplaatbetonvloeren.


Alle onderdelen zijn geprefabriceerd. Constructeur Aronsohn en bouwer van de staalconstructie Hollandia hadden een groot aandeel in het ontwerp. De staalconstructie is pregnant aanwezig in de vormgeving van het gebouw, waarbij de diagonale dwarsverbanden goed zichtbaar zijn achter de glazen gevels. Het gebouw is geïnspireerd op de nabijgelegen Hefbrug. Het gebouw torent uit boven de bestaande bebouwing en biedt een fraai uitzicht over de bocht in de rivier.


Literatuur:

  • Bouwwereld 2003-17
  • Stedenbouw 2003-10



building image De Hef
De Hef
3071 Rotterdam
Bouwjaar 1924 - 1927
De Hef
Beluister audiofragment De Hef
De Hef is een constante inspiratiebron voor dichters, filmers en architecten. Van de weinige hefbruggen die Nederland telt is De Hef in ieder geval de meest spectaculaire: een staaltje pure ingenieurs-kunst. Door de aanleg van de spoortunnel onder de Maas werd de brug overbodig. Na felle protesten tegen de voorgenomen sloop werd De Hef een rijksmonument.

Hefbrugprincipe

 

Het hefbrugprincipe was in de negentiende eeuw in de Verenigde Staten ontwikkeld. De eerste verticaal beweegbare brug in Nederland was de spoorbrug over de Poldervaart bij Kethel in 1847. Andere hefbruggen in Nederland werden vooral tussen de Twee Wereldoorlogen gebouwd, zoals de Hefbrug, de Barendrechtse Brug, de Spijkenisserbrug en de drie bruggen over de Gouwe. Bij een hefbrug wordt een brugdeel, het val, op en neer bewogen tussen twee torens. Het val is via kabels met twee betonnen contragewichten in de torens verbonden.

 

De Hef

 

De grootste en meest befaamde hefbrug, de Hef van Rotterdam uit 1927, werd ontworpen door een ingenieur van de Nederlandse Spoorwegen, Pieter Joosting (1867-1942). De draaibruggen over de Koningshaven uit 1877 waren te smal en zo moeizaam te openen voor het drukke scheepvaartverkeer dat in 1924 werd besloten ze te vervangen door een hefbrug voor de trein en een basculebrug voor het gewone verkeer. De Koninginnebrug is een ontwerp van A.H. van Rood, die in 1924 de ideeënprijsvraag voor een nieuwe brug won. De brug lag in het verlengde van de Willemsbrug.

De bijna 70 meter hoge torens van de Hef zijn ter plekke geconstrueerd op betonnen funderingen; het 52 meter lange bewegende gedeelte was gebouwd in Walsum in de fabriek van de Duitse aannemer. Via rijnaken werd het naar Rotterdam vervoerd en door een viertal bokken ingehangen. Veel avantgarde-architecten bewonderden de pure constructie van de brug. De bewegende wielen, kabels en contragewichten waren niet weggewerkt achter façades of voorzien van niet-functionele decoraties. De Hef was een staaltje pure ingenieurskunst.

 

Symbool

 

De Hef werd een belangrijk symbool van de havenstad. Cor Vaandrager schreef er een boek over (1975) en Joris Ivens (1928), Paul Schuitema (1934), Hans Keller (1981) en Marijke Jongbloed (2001) maakten er films over. Arij de Boode en Pieter van Oudheusden richtten uitgeverij De Hef op, met als eerste boek "De Hef, biografie van een spoorbrug" (1985). De duiksprong van de brug van Lou Vlasblom op 14 januari 1933 vergrootte de mythevorming. Een tweede duiker verongelukte enkele dagen later.


Twee keer raakte de Hef beschadigd: in de meidagen van 1940 en bij een aanvaring in 1978. Toen de Hef door de bouw van de Spoortunnel zijn functie verloor, ontbrandde een strijd voor het behoud van dit industriële monument. Sinds 2000 is de Hef Rijksmonument. Een herbestemming, bijvoorbeeld een restaurant of deelgemeentekantoor in het bewegende deel, is nog steeds niet gevonden.


Literatuur:

  • A. de Boode - De Hef, 1985; Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991



building image Café Dudok
Meent 88
3011 JP Rotterdam
Bouwjaar 1942 - 1952
Café Dudok
Beluister audiofragment Meent 88
Lange tijd leidde het derde gebouw van Dudok in Rotterdam een anoniem bestaan. Door de verbouwing tot café-restaurant van het kantoorgebouw voor de levensverzekeringsmaat-schappij De Nederlanden (1845) werd Dudok een begrip in Rotterdam.

In 1949 kreeg Dudok de opdracht voor een nieuw kantoor, ter vervanging van het tijdens het bombardement verwoeste gebouw aan het Beursplein. Al in 1951 had Dudok een traditionalistisch ontwerp gemaakt binnen het wederopbouwplan van Witteveen.


Het gebouw op de hoek van de Meent en de Westewagenstraat bevatte behalve een kantoorgedeelte op de twee onderste lagen vier verdiepingen met woningen. Het kantoorgedeelte bestond uit een dubbelhoge kantoorruimte, in de gevel herkenbaar door grote glaspuien aan de west- en oostgevel. Aan de oost- en noordgevel is een insteekverdieping aangebracht. De kantoren op de insteekverdieping waren door glaswanden van de grote kantoorzaal gescheiden. De entree was op de hoek van Meent en Westewagenstraat en bereikbaar via een monumentale trap. De bovenbouw met woningen is voorzien van een bakstenen gevel. De twee keer acht maisonettes worden door inpandige galerijen in de westgevel ontsloten. De entree voor de woningen is in de zuidgevel. De oostgevel, die doorloopt tot in het water, is voorzien van kleine balkons. Het gebouw heeft een lichtgebogen betonnen schaaldak en reeksen ronde raampjes, kenmerkende details voor het naoorlogse werk van Dudok.


In 1991 werd het kantoorgebouw door H. Kossmann en J. Dijkman verbouwd tot grandcafé-restaurant Dudok. Het interieur was inmiddels voorzien van verlaagde plafonds en systeemwanden door opeenvolgende gebruikers, maar de oorspronkelijke ruimte uit 1953 kwam er ongeschonden onder vandaan. De oude kantoorruimte met acht betonnen kolommen vormde de basis voor het nieuwe gebruik. Via een nieuwe entree aan de Westewagenstraat is deze ruimte bereikbaar. De oude publiekshal aan de Meent is eveneens omgevormd tot transparante entreehal. Het entresol is ingericht als restaurant. Op de plek van de scheidingswand is de bar gesitueerd. Op de plaats van de glazen puien staat nu een flessenrek. Er is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van authentieke interieurelementen.


Literatuur:

  • Wonen-TA/BK 1980-5/6
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • Architectuur Rotterdam 1945-1970, 1993
  • G. Stuiveling e.a. – Willem M. Dudok, 1954
  • H. van Bergeijk - Willem Marinus Dudok, 1995



building image Erasmusbrug
Erasmusbrug
3016 Rotterdam
Bouwjaar 1990 - 1996
Erasmusbrug
Beluister audiofragment Erasmusbrug
De Erasmusbrug is de derde brug over de Nieuwe Maas en ligt in het verlengde van de Coolsingel tussen Leuvehoofd en Wilhelminaplein. Op 4 september 1996 stelde koningin Beatrix de nieuwe brug in gebruik. Al snel werd de nieuwe Erasmusbrug, ontworpen door Berkel & Bos, het beeldmerk van het nieuwe Rotterdam.


Vanwege de sierlijke vorm kreeg zij in de volksmond de bijnaam de Zwaan. De Erasmusbrug vormt een oneindige inspiratiebron voor fotografen, filmers, reclamemakers en zelfs dichters. 'Hier zal de zeewind in de kabels harp spelen,' dichtte Peter Schat. Een fraaier beeld dan een luchtopname van de brug met het lint van lopers tijdens de marathon is nauwelijks denkbaar.

 

Kop van Zuid

 

De bouw van de Erasmusbrug speelde een doorslaggevende rol bij de ontwikkeling van de Kop van Zuid. Voor een goede bereikbaarheid van dit stadsdeel werd een brug naar het centrum van essentieel belang geacht. Al in de stedenbouwkundige hoofdopzet van Teun Koolhaas uit 1987 is een éénpyloonsbrug opgenomen. Behalve als praktische oplossing voor verkeerstechnische problemen zou  de brug vooral als symbolische poort voor het nieuwe gebied moeten fungeren. De gemeenteraad besloot op initiatief van supervisor Riek Bakker een ontwerp van Maarten Struijs van Gemeentewerken te passeren en te kiezen voor een 40 miljoen duurder ontwerp van de Amsterdamse architect Ben van Berkel. Deze werd bijgestaan door de ervaren constructeur Arie Krijgsman van ABT.


Beeldbepalend voor de Erasmusbrug is de slanke geknikte stalen pyloon van 139 meter hoogte, die in twee delen aan weerszijden van het brugdek uitloopt. Vanuit de pyloon lopen twee keer zestien tuikabels naar het brugdek. Twee dikke tuikabels verankeren de pyloon aan de achterzijde. Het vaste deel van de brug is 284 meter lang; het beweegbare deel aan de zuidkant 50 meter. Een groot deel van de 31 meter breedte wordt ingenomen door een trambaan en royale fiets- en voetpaden. Uitvoering in beton bleek te duur, waarna gekozen is voor staal. De pyloon werd bij Grootint in Dordrecht gebouwd en eind 1995 onder grote belangstelling ingevaren.

 

Kritiek

 

Behalve lof was er van begin af aan ook kritiek op het brugontwerp. Niet alleen de extra kosten, maar ook de gelijkenis met een brug van de Spaanse ingenieur Santiago Calatrava in Sevilla, waar Van Berkel enige tijd werkte, werd gehekeld. Een maand na de opening op 4 november 1996 begonnen bij een combinatie van regen en wind de tuikabels te zwiepen en moest de brug worden afgesloten. Met trillingsdempers werd het probleem ondervangen.

 

Detaillering

 

Bij de detaillering van het hekwerk, de verlichting en de trappen is getracht de thematiek en vormentaal van het brugontwerp door te zetten. De aanlandingen en het nieuwe kantoor van de Spido zijn ook door Van Berkel ontworpen. In het bruggenhoofd aan de noordoever is sinds najaar 2003 een horecagelegenheid gevestigd. Het opmerkelijke brugwachtershuis op de zuidoever is van Peter Wilson, ook de ontwerper van het nieuwe Luxortheater.


Literatuur:

  • de Architect 1991-12
  • Bouwen met Staal 1995-11/12
  • l'Arca 1993-7/8
  • Architecture + Urbanism 1995-5
  • El Croquis 1995-72
  • Architecture d'Aujourd'hui 1996-9
  • Domus 1996-12
  • Archithese 1997-3
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995
  • Jaarboek 1996-1997
  • UN Studio - Move, 1999



building image Erasmus MC
Dr. Molewaterplein 40
3015 GD Rotterdam
Bouwjaar 1965 - 1968
Erasmus MC
Beluister audiofragment Dr. Molewaterplein 40
De Medische Faculteit moest naast het bestaande ziekenhuis Dijkzigt komen vanwege de onderlinge contacten. Behalve onderwijsfaciliteiten moesten er ook een parkeergarage en resaerchlaboratoria komen. Het complex wordt nu gedomineerd door het 117 meter hoge laboratoriumgebouw dat door vergaande stadaardisering en prefabricage in recordtijd kon worden gebouwd. De witte sandwichpanelen zijn ontworpen door de Franse architect en onstructeur Jean Prouvé.

Dijkzigt Ziekenhuis

 

Ter vervanging van het in de oorlogsjaren verwoeste Coolsingelziekenhuis werd eerst gedacht aan nieuwbouw op het terrein van het Maasstation en aan de Gordelweg. Hoogbouw in de buurt van het  nog aan te leggen vliegveld Zestienhoven werd niet wenselijk geacht, waardoor een locatie op het lang onbebouwd gebleven Land van Hoboken werd gekozen. Een meer centrale ligging en een goede verbinding met zuid (via de Maastunnel) waren hierbij van belang.

De naam Dijkzigt is afgeleid van de zogenoemde villa van Hoboken. Bij de situering van het ziekenhuis is getracht de groenstrook vanaf het Park naar het stadscentrum te handhaven. Hoofdgebouw en zusterhuis zijn langs de tunneltraverse gesitueerd. Door de latere uitbreidingen is van een groenstrook nauwelijks meer sprake.

Op 20 oktober 1952 werd de eerste paal geslagen door burgemeester Van Walsum. In juni 1956 werd het hoogste punt bereikt. Het gebouw is ontworpen door gemeentearchitect Adriaan Viergever, die door zijn onverwachte overlijden in 1953 de realisatie niet meemaakte. B.M. den Hollander maakte het ontwerp af. Herfst 1961 was het gebouw klaar; prinses Beatrix verrichtte de openingshandeling van Europa's modernste ziekenhuis.

 

Hoofdopzet

 

Het gebouw was bedoeld voor 1000 patiënten. Na studiereizen naar de Verenigde Staten besloot men het gebouw een dubbele corridor te geven. Hierdoor zijn aan de twee gevels de patiëntenkamers terechtgekomen en de dienstvertrekken van het verplegend personeel in de middenzone. Nadeel van deze opzet zijn de inpandige vertrekken, voordelen zijn de korte looplijnen voor het verplegend personeel ; ook kon het gebouw hierdoor in hoogte beperkt blijven tot 13 lagen.

Meest in het oog springende onderdeel van het complex is het hoofdgebouw of beddenhuis met de ziekenkamers. Het gebouw is 153 meter lang en als betonskelet geconstrueerd. Twee lift- en trappenhuizen verdelen het gebouw in drie verpleegeenheden. Evenwijdig ligt het zusterhuis van 80 meter lang en acht verdiepingen hoog. Het biedt plaats aan 270 personeelsleden. Het zusterhuis is met het hoofdgebouw verbonden door laagbouw met daarin een eetzaal en onderwijsruimtes  Hier ligt ook de kerkzaal.

Loodrecht op het hoofdgebouw liggen twee laagbouwvleugels die de poliklinieken en de revalidatieafdeling en onderwijsruimtes bevatten. Doordat de vleugels enigszins uiteenwijken is op natuurlijke wijze een hoofdentree gecreëerd aan de Wytemaweg. De functionele opzet van het gebouw komt ook tot uiting in de gevels.

 

Medische Faculteit

 

In mei 1965 besloot de regering een zevende Medische Faculteit op te richten in Rotterdam. Voorwaarde was dat de eerste studenten al in september 1966 met hun studie zouden kunnen aanvangen. Er was dus grote snelheid geboden bij ontwerp en bouw. September 1966 was voor nieuwbouw niet haalbaar, maar 1968 wel. Voor die overgangsperiode  werd een tijdelijk onderkomen gebouwd.

De Medische Faculteit moest naast het bestaande ziekenhuis Dijkzigt komen vanwege de onderlinge contacten. Het terrein was echter wel wat klein. Behalve onderwijsfaciliteiten moesten er ook een parkeergarage (voor 1500  auto's ) en researchlaboratoria komen. De omvang van alle componenten van het programma van eisen was bij aanvang van het ontwerp nog niet bekend. De architecten Choisy, Hagoort en Martens van OD 205 ontwikkelden daarom een flexibele, te prefabriceren structuur die later definitief kon worden ingevuld.


Het complex wordt gedomineerd door het 117 meter hoge laboratoriumgebouw van 25.000 vierkante meter. Om de zes verdiepingen (begane grond, vierde, elfde, achttiende en vijfentwintigste verdieping) zijn complete installatieverdiepingen. De laboratoria zijn op een modulair systeem gebaseerd en met standaardelementen flexibel indeelbaar. In een laagbouwgedeelte  rond het laboratoriumcomplex  zijn collegezalen, administratie, een kantine en een ontmoetingsruimte gesitueerd. In een langgerekte laagbouw langs de Westzeedijk bevinden zich de ruimtes voor de klinische wetenschappen. De gehele laagbouw is op een parkeergarage van twee lagen gebouwd. Het verhoogde niveau is door beeldend kunstenaar Peter Struycken ingericht. De beoogde voetgangersroute door het complex over de Westzeedijk naar het Park bij de Euromast vond geen doorgang vanwege de verhoging van de dijk tot Deltaniveau.

In februari 1966 ging de eerste paal de grond in. De betonnen kern van de hoogbouw werd als glijbekisting uitgevoerd. Bij een korte bouwtijd ligt een industriële bouwwijze voor de hand. De rest van het betonskelet bestaat uit geprefabriceerde kolommen, balken en vloeren. Ook de gevel is met behulp van industriële elementen gebouwd. De witte sandwichpanelen naar ontwerp van de Franse architect en constructeur Jean Prouvé zijn in de fabriek vervaardigd en tegen de constructie gemonteerd. Ook de binnenwanden en plafonds zijn geprefabriceerd. De Medische Faculteit was lange tijd het hoogste gebouw van Nederland. Het witte laboratoriumgebouw is nog altijd beeldbepalend in de stad.

 

Sophia Kinderziekenhuis

 

Een derde groot medisch complex werd eind jaren tachtig op het Dijkzigt-terrein gerealiseerd op de voormalige sportvelden van Unilever. Het Sophia Kinderziekenhuis is opnieuw een ontwerp van OD 205, hoewel bij dit Delftse bureau inmiddels andere ontwerpers actief waren. Met de zorgvuldige aansluiting op het Museumpark is de enigszins lukrake situering van de Medische Faculteit ongedaan gemaakt. De patiëntenpaviljoens grenzen aan het park. De gevels bestaan uit betegelde panelen.

Het in 1863 gestichte kinderziekenhuis kreeg in 1869 zijn naam van koningin Sophia, echtgenote van Willem III. Sinds 1937 was het in een gebouw aan de Gordelweg gehuisvest. In 1990 werd gestart met de nieuwbouw nabij Dijkzigt, waar het Sophia Kinderziekenhuis al sinds 1971 onderdeel van was. Aanvullende eisen bij een kinderziekenhuis zijn de kind- en oudervriendelijkheid van het gebouw. De kinderen moeten zich er thuis voelen en de ouders moeten zoveel mogelijk aanwezig kunnen zijn bij hun kinderen. Enkele jaren na de bouw van het kinderziekenhuis is aan de Rochussenstraat een logeerhuis voor de ouders gerealiseerd.

 

Erasmus MC

 

Het ziekenhuiscomplex rond het inmiddels sterk verouderde ziekenhuis Dijkzigt wordt tussen 2005 en 2018 getransformeerd tot een grotendeels nieuw gebouwd Erasmus Medisch Centrum (Erasmus MC). In een continu proces van renovatie, sloop en nieuwbouw zal een complex van 300.000 vierkante meter worden gerealiseerd. Tijdens de bouw blijft het ziekenhuis gewoon in bedrijf. De hoofdentree komt te liggen aan het Burgemeester s'Jacobplein nabij het metrostation. De parkeervoorzieningen voor 3000 auto's is bereikbaar vanaf de Westzeedijk. De hoofdopzet is een ontwerp van EGM Architecten, een bureau van oudsher gespecialiseerd in ziekenhuizen. Een nieuw onderwijscentrum is ontworpen door Claus en Kaan Architecten. Voor de inrichting van de openbare ruimte wordt samengewerkt met de landschapsarchitecten Juurlink en Geluk.


Literatuur:

  • Bouw 1952 p. 782
  • Bouw 1958 p. 1186
  • Polytechnisch Tijdschrift Bouwkunde 1971 p. 967
  • Bouw 1972 p. 38
  • TABK 1972 p. 453
  • A. Oosterman - Arie Hagoort, architect, 1991
  • Architectuur Rotterdam 1945-1970, 1993



building image Euromast
Parkhaven 20
3016 GM Rotterdam
Bouwjaar 1958 - 1960
Euromast
Beluister audiofragment Parkhaven 20
De Euromast, in 1960 gebouwd vanwege de Floriade, was lange tijd hèt symbool van Rotterdam. Het gebouw van 107 meter hoogte verloor het hoogterecord aan de oprukkende hoogbouw in het centrum en de symboolfunctie aan de Erasmusbrug. Na een roerige periode, waarin de Euromast gesloopt of ombouwd zou worden, is het gerenoveerde gebouw in 2004 aan een nieuw leven begonnen.

Floriade

 

In 1960 was Rotterdam het toneel van de internationale tuinbouwtentoonstelling Floriade. Het was na Ahoy' en E'55 de derde grote publiekstentoonstelling in het gebied van het Museumpark en Het Park.


Eén van de grote attracties van deze eerste Floriade was een attractietoren van 107 meter hoogte, de Euromast. Vanaf de Euromast had men zowel uitzicht over de Floriade, het herbouwde stadscentrum als de havens. Door de excentrische ligging nabij de haven en drukke verkeerswegen werd de Euromast een beeldbepalend element in de stad. Het idee voor een uitkijktoren stamde uit 1955. Het comité 'NV Eurotoren in oprichting' kreeg geen financiële steun van de gemeente, die echter wel de grond ter beschikking stelde. Behalve Maaskant hadden ook Van den Broek & Bakema een uitzichttoren voor deze locatie ontworpen. Deze toren met vier uitzichtplatforms werd nog regelmatig gepubliceerd. Maaskant was van mening dat 100 meter de ideale hoogte voor een uitkijktoren is. Daarboven zou de bezoeker elk contact met de grond verliezen. Een andere eis was dat de toren ook bij slecht weer aantrekkelijk, veilig en beschut moest zijn. In dezelfde periode werkte Maaskant aan een ander grootschalig recreatieproject, de Pier in Scheveningen. De vormgeving van de paviljoens en de uitkijktoren is verwant aan de Euromast. Hoewel Maaskant een tijdloos ontwerp beoogde en niets zag in modieuze vormen of technische krachtpatserij, zijn beide ontwerpen bij uitstek karakteristiek voor het vooruitgangsgeloof en de vormgeving van de jaren zestig.

 

Opbouw

 

Het gebouw bestaat uit een ronde betonnen schacht van negen meter doorsnede. Hieraan zijn drie paviljoens gehangen: een rond entreepaviljoen op de begane grond, een soort scheepsbrug op 30 meter hoogte en een asymmetrisch kraaiennest bovenin. De schacht is met een glijbekisting gerealiseerd met een snelheid van 15 tot 20 centimeter per uur. In 23 dagen was de schacht klaar. Tegelijkertijd werden de onderdelen van de stalen paviljoens vervaardigd. Het kraaiennest werd aan de voet van de mast gemonteerd en in vijf dagen naar boven gehesen. De complete scheepsbrug was elders vervaardigd. Tenslotte werd de ronde onderbouw gemonteerd. In totaal bedroeg de bouwtijd veertien maanden. Op 25 maart 1960, de openingsdag van de Floriade, ging de Euromast open voor het publiek.


In de schacht bevinden zich twee liften en een noodtrappenhuis. In 25 seconden is de bezoeker vanaf de begane grond op honderd meter hoogte. Het ronde entreepaviljoen bevat de entree, de kaartverkoop en een souvenirwinkel. De scheepsbrug op 30 meter hoogte bevatte voor de Floriade een state of the art scheepsbrug met de nieuwste technische snufjes. Het kraaiennest heeft een bouwtechnisch onlogische asymmetrische vorm. Maaskant wilde met deze dynamische vorm de toren naar de zee laten wijzen. De mast werd bekroond door een vlaggenmast in de vorm van een gestileerde tulp. Het kraaiennest bevatte twee niveaus en was voorzien van panoramavensters. Buiten zijn terrassen in twee niveaus. In het kraaiennest was horeca van verschillende karakter te vinden: een luxe restaurant, een familierestaurant en een goedkope cafetaria. In het restaurant was plaats voor 300 mensen; op de terrassen was nog eens plaats voor 900 mensen. In zes maanden tijd bezochten drie miljoen mensen Floriade en Euromast.

 

Spacetower

 

In 1968 verloor de Euromast het hoogterecord aan de 114 meter hoge Medische Faculteit. Voor C'70, de laatste grote Rotterdamse tentoonstelling, werd de Euromast daarom uitgebreid met een Space Tower. De Space Tower is een door de Zwitserse firma Willy Bühler A.G. op de markt gebracht systeem. Het bestaat uit een stalen schacht met een diameter van 2,50 meter, waaromheen een ringvormige cabine cirkelt. De hoogte van de Euromast kwam daarmee op 176 meter. De cabine biedt plaats aan dertig personen.


Normaal gesproken worden dergelijke masten op de begane grond geplaatst. Onderzoek wees uit dat de Euromast sterk genoeg was om deze extra constructie te dragen. Ook was het mogelijk de mast goed te verankeren. Voor de bouw van de Spacetower werd gebruik gemaakt van een 140 meter hoge kraan. De onderdelen van de Spacetower werden in negen dagen geplaatst. Daarna verzorgde een kraan op de Euromast de verdere montage. Op 5 juni 1970 werd de verhoogde Euromast voor bezoekers opengesteld. Met 176 meter was de Euromast opnieuw het hoogste gebouw van Rotterdam.

 

Zieltogend

 

In de loop der jaren verloor de Euromast, net als de Pier, veel van zijn aantrekkingskracht. Overal in Nederland kwamen er nieuwe toeristische attracties bij. Nadeliger voor de Euromast was de bouw van een groot aantal hoge gebouwen in het centrum, die de exclusiviteit van het uitzicht vanaf de Euromast wegnamen. De meeste gebouwen zijn echter rond de honderd meter hoog en superhoogbouw is nog niet gerealiseerd.


Vanaf 1998 kwam de Euromast regelmatig in het nieuws vanwege drastische plannen van eigenaar Mediamax. Een eerste voorstel voor het inpakken van de Euromast en ombouwen tot een hoogte van 300 meter leidde tot hevige protesten en aanwijzing van de Euromast tot gemeentelijk monument. In een vervolgplan uit 2001 werd de Euromast onderdeel van een grootschalige ontwikkeling van de Parkhaven met een 392 meter hoge, voor het publiek toegankelijke woontoren. Enige concrete wijziging aan de Euromast betreft een renovatie van entree en restaurant in het voorjaar van 2004 door de bekende meubel- en interieurontwerper Jan des Bouvrie.


Literatuur:

  • Bouw 1959 p. 288, 1970 p. 1766
  • Bouwkundig Weekblad 1961 p. 375
  • La Technique des Traveaux 1961 p. 39
  • Architectuur Rotterdam 1945-1970, 1993
  • M. Provoost - Hugh Maaskant, 2003



building image Woningbouw Gouvernestraat
Gouvernestraat 10-44, 17-47 en 105-115, Diergaardesingel 74-86
3014 PJ Rotterdam
Bouwjaar 1976 - 1980
Woningbouw Gouvernestraat
Beluister audiofragment Gouvernestraat 10-44, 17-47...
Een van de eerste nieuwbouwprojecten in het kader van de stadsvernieuwing in het Oude Westen is het woningbouwproject van Ben Hoek (Studio 8). In totaal vijf bouwblokjes zijn te vinden aan de Diergaardesingel en op drie locaties in de Gouvernestraat. In totaal zijn 150 woningen gebouwd, voornamelijk maisonnettes.

B. Hoek (Studio 8)

 

Het blok aan de Diergaardesingel is aan het project toegevoegd om een grotere bouwstroom te krijgen. Alleen het kleine blokje boven een parkeergarage in de Gouvernestraat bevat andere woningen. Dit is gebouwd op de plek van een voormalige koekfabriek, waarbij de kelder is gebruikt voor een parkeergarage van twee lagen met een daktuin.


De woonblokken bevatten twee gestapelde maisonnettes. Via opvallende trappenhuizen aan de straatzijde zijn galerijen op de eerste en tweede verdieping bereikbaar. Hier bevinden zich de entrees van de woningen, waarbij men via een soort serre in de woonkeuken binnenkomt. De onderste woningen hebben ook een informele entree op de begane grond. In het blok aan de Diergaardesingel hebben de bovenste maisonnettes drie bouwlagen. De galerij op de eerste verdieping is 2,5 meter breed en bedoeld als uitbreiding van het trottoir en als speelruimte voor kinderen. Alle woonruimtes bevinden zich aan de straatzijde, alle slaapkamers aan de achterzijde.


Het straatprofiel is verruimd door de blokken waar mogelijk wat naar achteren te leggen. In één gedeelte van de Gouvernestraat is aan weerszijden van de straat gebouwd, zodat de terugliggende bouwblokken een verbreding in de straat vormen. Hierdoor wordt de ellenlange Gouvernestraat enigszins onderbroken en wordt het straatbeeld gevarieerder. Dit verbrede gedeelte wordt gemarkeerd door de vier monumentale trappenhuizen aan weerszijden. Hier is parkeren in de dwarsrichting mogelijk en is een klein pleintje gecreëerd. De woningen op de begane grond zijn voorzien van plantenbakken.


De architectuur van het complex wordt gedomineerd door de in gele baksteen gemetselde monumentale halfronde trappenhuizen en galerijen. De trappenhuizen zijn afgedekt met een eveneens halfrond dakje, dat als een soort ornament is vormgegeven. In de gevels van de woningen zijn de galerijen het meest dominant. De eigenlijke gevels zijn met houten puien ingevuld, waarbij de pui naar boven toe veelal smaller wordt. De driehoekige erkers van de bovenste maisonnettes vormen een soort zaagtandpatroon in de langsgevels. Kleur- en materiaalgebruik en vormgeving van de woningen zijn karakteristiek voor de late jaren zeventig. In eerdere stadsvernieuwingsprojecten werd door het gebruik van donkere baksteen, een traditionele gevelopbouw en vasthouden aan de bestaande blokopbouw en rooilijnen zo onopvallend mogelijk aangesloten op de context. Dit project was een zelfbewuste poging met eigentijdse middelen architectuur en stedenbouw van het Oude Westen te verbeteren.


Literatuur:

  • Bouw 1981-18



building image Groot Handelsgebouw
Stationsplein 45
3013 AK Rotterdam
Bouwjaar 1947 - 1953
Groot Handelsgebouw
Beluister audiofragment Stationsplein 45
In 2003 werd het vijftigjarig bestaan van het Groothandelsgebouw, een van de symbolen van de wederopbouw, gevierd. Tussen 2001 en 2005 wordt het gebouw gerestaureerd. Het ontwerp van Maaskant en Van Tijen was en is het grootste handelsgebouw van Nederland: 220 meter lang, 85 meter breed en 43 meter hoog. Het gebouw heeft drie binnenhoven en er loopt 1,5 kilometer weg doorheen over drie niveaus. Het gebouw wordt gedomineerd door expressief vormgegeven prefab-betonelementen.

Bedrijfsverzamelgebouw

 

Door het bombardement was in Rotterdam 388.000 vierkante meter bedrijfsruimte verloren gegaan. Door de goede ervaringen met de noodwinkelcentra ontstond het idee van de verzamelgebouwen: winkels en bedrijven delen een gebouw en dus ook faciliteiten. Ze krijgen daardoor een betere uitstraling en betere voorzieningen (gemeenschappelijk gebruik van vergaderruimtes, kantines, entree, liften en trappen) voor een lagere prijs. Bovendien is de bedrijfsruimte flexibel. Voor veel ondernemers was een eigen nieuw gebouw ook onbetaalbaar.


In 1944 kwam ondernemer Frits Pot met het idee van een verzamelgebouw voor grossiers, een ‘grossiersbijenkorf’, in de buurt van het Groenendaal. W.F. Lichtenauer van de Kamer van Koophandel en Kees van der Leeuw, animator van de wederopbouw, steunden het idee. Kort na de oorlog werden de plannen concreet en werd de opdracht aan architectenbureau Van Tijen en Maaskant gegeven. Architect Maaskant experimenteerde eerst nog met twee kleinere industriegebouwen aan de Oostzeedijk (1941-1946) en de Goudsesingel (1945-1949) en oriënteerde zich in Amerika.

 

Het grootste bouwwerk van Nederland

 

Op 17 mei 1947 werd symbolisch een eerste paal geslagen. Tussen 1948 en 1953 wordt aan de uitvoering van het gebouw gewerkt. Het Groothandelsgebouw is een gebouw van superlatieven en grote getallen: 445.000 vierkante meter in elf bouwlagen op meer dan 3000 heipalen, et cetera. Het gebouw is als gewapend betonconstructie gerealiseerd en ook het uiterlijk wordt gedomineerd door beton. De vormgeving van het gebouw wordt grotendeels bepaald door de betonconstructie en de repeterende geprefabriceerde betonelementen, zoals de zonweringselementen in de gevels. Door het collectieve gebruik en het flexibele karakter van de ruimtes hebben de kantoorgevels bewust een neutrale vormgeving. De expressief vormgegeven entrees, trappenhuizen en dakopbouwen verlevendigen het gebouw.

 

Voorzieningen

 

Behalve de hoofdingang aan het Stationsplein zijn er nog vier ingangen. Naast 100.000 vierkante meter bedrijfs- en kantoorruimte op de negen verdiepingen zijn er showrooms aan de straatzijdes en magazijnen en expedities aan de binnenhoven. Twee grote gemeenschappelijke kantines waren op het dak geplaatst.


Bijzondere voorzieningen waren een bank, een postkantoor, een kapper, café-restaurant Engels en bioscoop Kriterion in het dakpaviljoen. Tot de opening in 1961 stond hier jarenlang alleen een betonskelet op het dak. Na afloop van de bioscoopvoorstelling werd het projectiescherm weggeschoven en konden bezoekers genieten van het prachtige uitzicht over de stad. Architectenbureau Van Tijen & Maaskant betrok ook een verdieping in het nieuwe gebouw.

Op 3 juni 1953 werd 'het symbool van gebundelde kracht en het onverwoestbaar vertrouwen in de groeikracht van Rotterdam' door koningin Juliana geopend. Sinds 1996 heet het Groothandelsgebouw Groot Handelsgebouw.


Literatuur:

  • L. Ott – Van luchtkasteel tot koopmansburcht, Rotterdam 1968
  • P. Bulthuis, C. Dijk – 50 jaar Groot Handelsgebouw. Icoon van de wederopbouw, metafoor van Rotterdamse daadkracht, Rotterdam 2003
  • M. Provoost - Hugh Maaskant. Architect van de vooruitgang, Rotterdam 2003  



building image Het Witte Huis
Wijnhaven 3
3011 WG Rotterdam
Bouwjaar 1897 - 1898
Het Witte Huis
Beluister audiofragment Wijnhaven 3
In 1897 ontwikkelden twee Rotterdamse zakenbroers, G.H. en H.M. van der Schuyt, het plan voor het 'grootsche kantoorgebouw in Amerikaanschen geest'. De architect Willem Molenbroek (1863-1922) tekende het ontwerp voor een verzamelkantoorgebouw naar Amerikaans voorbeeld. Het Witte Huis heeft een treffende gelijkenis met het kantoorgebouw voor de San Francisco Examiner uit 1890 van John Root. Met zijn hoogte van 45 meter en elf verdiepingen was dit kantoorgebouw lange tijd het hoogste van Europa.

De locatie voor het nieuwe gebouw werd de hoek van de Wijnhaven en Geldersekade, waar de Van der Schuyts al enkele panden bezaten. Deze werden gesloopt en in juni 1897 werd begonnen met de bouw. Voor de fundering werden 900 palen geslagen, die een flinke verhoging van de gronddruk veroorzaakten waardoor de kademuren van de Wijnhaven uit hun verband werden gedrukt en de Jan Kuitenbrug werd ontzet. Een naastgelegen pand was al direct na aanvang van de heiwerkzaamheden ingestort. De vrijgekomen strook van 20 bij 6 meter werd bij het perceel getrokken waardoor een meer vierkant grondoppervlak (20 bij 21 meter) ontstond en de gevels meer symmetrisch en harmonieuzer konden worden.


De problemen als gevolg van het heien leidden ertoe dat velen, ook architecten, dachten dat het hoge en zware bouwwerk in de slappe bodem zou wegzakken. Maar een jaar later, op 1 september 1898 was het gebouw klaar. Op 8 september werd het gebouw officieel geopend. De architectenwereld was weinig enthousiast over het gebouw. Wouter Cool, ingenieur bij Gemeentewerken, schreef: "Lomp en plomp staat hij daar, de oude stadsomgeving bedervend." Door de lichtreclame op het dak vond hij het gebouw "een versteend type van een reclame-koopman." Pas in 1926 kwam de bekende tien meter hoge Van Nelle-reclame op het dak. Het gewone publiek was al tijdens de bouw enthousiast over het Witte Huis. De belvedère, het uitzichtpunt op het dak, was één van de grootste attracties van het vooroorlogse Rotterdam.

 

Constructie

 

De meeste Amerikaanse wolkenkrabbers werden als staalskelet gebouwd. Het Witte Huis heeft een traditionele constructie met dragende bakstenen wanden. De twee dragende wanden in het midden van het gebouw hebben in de kelder een dikte van 1,40 meter. Boven zijn ze 40 centimeter dik. In de vloeren is vanwege het gewicht veel ijzer verwerkt. Het bouwen van wolkenkrabbers was mogelijk geworden door de introductie van de lift. Gas, elektriciteit en een centrale telefooninstallatie waren andere moderne snufjes aan het gebouw.

 

Architectuur

 

Ook qua architectuur was het Witte Huis weinig vernieuwend. De klassieke opbouw met gotische en romaanse motieven kende alleen in de Art Nouveau-decoraties een eigentijds element. De gevels zijn uitgevoerd in een witte geglazuurde steen. De onderbouw is van hardsteen. In de nissen op de eerste verdieping zijn een zestal beelden van Simon Miedema geplaatst, die Arbeid, Vooruitgang, Nijverheid, Handel, Zeevaart en Landbouw symboliseren. Tijdens de slag om de Willemsbrug in mei 1940 is het beeld Arbeid door granaatscherven verwoest. Het beeld Zeevaart is verplaatst zodat er een lege nis is aan de Wijnstraat.

 

In de gevel zijn verder allerlei versieringen aangebracht met hardsteen en gekleurd metselwerk in geel, rood en blauw. Boven de raampartijen zijn tegeltableaus met gekrulde planten- en bloemmotieven aangebracht. In de oostgevel is de naam van het gebouw aangebracht. Onder de hoektorens bevinden zich hardstenen gevleugelde draken. In het interieur was glas-in-lood en siersmeedwerk toegepast. Het moderne interieur werd van begin af aan geprezen.

 

"Op het Witte Huis sta je hoger"

 

De verhuur van kantoorruimte viel na een voorspoedige start tegen. Er zaten voornamelijk havengerelateerde bedrijven in het gebouw; tot 1903 had Molenbroek hier zijn architectenbureau. In 1906 gaat de NV Het Witte Huis bijna failliet. Er werkte (en woonde) een conciërge in het gebouw die de liften bediende. In 1953 werden de oude liften vervangen door één gesloten lift. Op de tiende verdieping was lange tijd de Photographie Cie. "Het Witte Huis" gevestigd, die bezoekers van de belvedère portretteerde. Op de begane grond waren winkels en cafés gevestigd.


Tijdens het bombardement bleef het Witte Huis met enkele panden aan de Wijnhaven gespaard. In de eerste wederopbouwplannen moest het Witte Huis echter wijken voor een verkeersrotonde. Ook in latere plannen is het gebied rond de Oudehaven vooral als verkeersplein gedacht waarbij de wegen vlak langs het gebouw scheren. In de loop der jaren wordt het gebouw verwaarloosd. In 1962 wordt de belvedère gesloten en begin jaren zeventig wordt de Van Nelle-reclame wegens bouwvalligheid verwijderd. Ook zijn er plannen om de prostitutie van Katendrecht naar de Wijnhaven te verplaatsen.

Met de herontwikkeling van de Oudehaven en de aankoop door de Westermeijer Groep in 1977 krijgt het Witte Huis hernieuwde aandacht en waardering. Het gebouw wordt grondig opgeknapt en de Wijnhavenpanden worden voor de aanleg van de spoortunnel steen voor steen afgebroken en herbouwd.


Literatuur:

  • de Architect 1982-2
  • F. Faro - Op het Witte Huis sta je hoger, 1978
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • J. Boddaert - Het Witte Huis 1898-1998, 1998
  • Zooiets Amerikaansch, 100 jaar hoogbouw in Rotterdam, 1999



building image Hillekop
Hillekopplein
3072 Rotterdam
Bouwjaar 1985 - 1989
Hillekop
Beluister audiofragment Hillekopplein
Het woningbouwproject de Hillekop is van groot belang bij de omslag in het denken over de stadsvernieuwing in Rotterdam. In de jaren zeventig en tachtig was renovatie of nieuwbouw met portiekflats van vier hoog en reconstructie van het bestaande stratenpatroon gangbaar. De ontwerpers van het Delftse architectencollectief Mecanoo kwamen met een gevarieerd bebouwingsvoorstel waarin zelfs hoogbouw een logische plek had gekregen.

Driehoekige punt

 

De Hillebuurt was een driehoekige punt op de grens van de Afrikaanderwijk ingeklemd tussen het metroviaduct, het spoorwegemplacement en een dijklichaam. Het gebied grenst aan het havengebied van Rijnhaven en Spoorweghaven; de metro op zuid komt hier boven de grond. De nieuwbouw sluit aan op de bestaande bouwblokken met dezelfde hoogte hoekbebouwing. De wijk wordt verder afgesloten door een slingervormig bouwblok van zes bouwlagen met een poort, waarin een combinatie van portieken en een galerij is toegepast. Op de begane grond is hier horeca gevestigd. Vanuit de café's en restaurants kijkt men onder het metroviaduct door; de woningen erboven kijken over het viaduct heen.

 

Toren

 

Het meest in het oog springende onderdeel van het complex is de waaiervormige toren van 16 verdiepingen. Er zijn zes woningen per verdieping die door de waaiervorm alle een optimaal uitzicht over de Rijnhaven hebben. De architecten hebben getracht een 'poëtische relatie' met de Rotterdamse haven aan te gaan. Het ontwerp is geïnspireerd op de woontoren Neue Vahr in Bremen uit 1962 van de befaamde Finse architect Alvar Aalto. Er zijn ook overeenkomsten met de vooroorlogse Rotterdamse woonflats als de Bergpolderflat, ook bedoeld voor arbeiders. Hoogbouw was lange tijd onbespreekbaar in de sociale sector door de slechte ervaringen met galerijflats in buitenwijken. Hier is een hoog woongebouw met volkswoningbouw gerealiseerd met de allure van een luxe appartementenflat.


De waaiervormige opzet leidt tot een steeds wisselend silhouet en tot een krachtige verticale belijning. Verder heeft de gevel door het gebruik van betonelementen vooral een horizontaal karakter, mede omdat de balkons inpandig zijn en de betonelementen als borstwering doorlopen. Het beton is roze van kleur. De meeste woningen hebben een woonkamer en twee slaapkamers aan de voorzijde op het zuiden. De kopwoningen zijn groter en hebben ook kamers aan de achterkant. Deze zijn in de gevel als gesloten vlakken met vierkante ramen herkenbaar. De woningen komen uit op een centrale hal met twee liften en een trappenhuis in de gevel. De hal is voorzien van een glazen gevel; het trappenhuis van glazen bouwstenen. De onderste twee lagen van het gebouw bevatten bergingen en een buurthuis. Op het dak is een kunstwerk van John Körmeling geplaatst  ( 1989 ).

 

Dynamiek

 

De slinger en de toren symboliseren de dynamiek van deze door verkeersstromen bepaalde situatie. Door deze opzet zijn twee pleinen ontstaan, zodat er wat meer lucht en ruimte is gekomen in de benauwde verkaveling van gesloten bouwblokken in deze sombere buurt. Ook de pleinen zijn door de architecten ingericht. De oorspronkelijke situatie is sindsdien door de bouwactiviteiten op de Kop van Zuid ingrijpend gewijzigd. Het complex vormt nu de overgang tussen de negentiende-eeuwse woonwijken en de grootschalige woningblokken en kantoorgebouwen van de Kop van Zuid. De Ichthus Hogeschool is een ontwerp van ex-Mecanoo-lid Erick van Egeraat. Aan de andere zijde is een deel van de oude bebouwing van de Afrikaanderwijk vervangen door nieuwbouw, ook van Mecanoo.


Literatuur:

  • de Architect 1989-9
  • Archis 1990-2
  • Architecture d'Aujourd'hui  1989-12
  • Domus 1990-6
  • Jaarboek 1989-1990
  • K. Somer - Mecanoo, architecten, 1995



building image Hogeschool INHolland
Posthumalaan 90
3072 AG Rotterdam
Bouwjaar 1996 - 2000
Hogeschool INHolland
Beluister audiofragment Posthumalaan 90
Het gebouw voor de Hogeschool InHolland is gesitueerd in de strook kantoorgebouwen in het verlengde van de Wilhelminahof. Vanaf deze locatie heeft men een magnifiek uitzicht over de Rijnhaven, zodat alle collectieve ruimtes rond een atrium achter een grote glaswand zijn gesitueerd. Het gebouw heeft verder een geheel glazen gevel, waarbij ook de dichte delen uit glas met een gezeefdrukt patroon bestaan.

Locatie

 

De Ichthus Hogeschool, sinds 2003 InHolland geheten, was verspreid over Rotterdam in verschillende oude gebouwen gehuisvest. De locatie op de Kop van Zuid is bewust gekozen: midden in het nieuwe centrum van Rotterdam en uitstekend bereikbaar per openbaar vervoer. Via metrostation Wilhelminahof en tramlijn 20 komt het openbaar vervoer vlakbij.

Het gebouw is gesitueerd in de strook kantoorgebouwen op de Kop van Zuid in het verlengde van het belasting- en gerechtsgebouw aan de Wilhelminahof. Pas in een later stadium werden behalve woningbouw, kantoorgebouwen en recreatieve voorzieningen ook onderwijsvoorzieningen aan het programma van de Kop van Zuid toegevoegd.

 

Transparant

 

Aan de ontwerpopdracht werd vooraf gegaan door een besloten prijsvraag. Het gebouw moest de onderwijsfilosofie van openheid, transparantie en flexibiliteit verbeelden. Daarom is zoveel mogelijk glas gebruikt en zijn de collectieve ruimtes zoals de kantine, de studieplekken en de mediatheek in de grote centrale ruimte gesitueerd. Ze zijn bovendien via verschillende niveaus aan elkaar gekoppeld. De 'dichte' gedeeltes in het gebouw zijn van gezeefdrukt glas en in feite nog steeds enigszins transparant. Het quality-team van de Kop van Zuid wilde eigenlijk liever baksteen, net als overal elders, maar architect en opdrachtgever kozen voor een consequente uitvoering van het transparante concept.

 

Hoofdopzet

 

Het gebouw bestaat uit twee zones: een brede glazen strook met het atrium en een smallere wat meer gesloten strook met lokalen. De staf is gehuisvest aan de voorzijde van het atrium in een apart kantoorgedeelte.Op de begane grond zijn diverse openbare voorzieningen zoals een filiaal van Donner, een hypermodern kantoor van de Rabobank, een copyshop, een computerwinkel en een uitzendbureau gevestigd. Het gebouw wordt vanaf de eerste verdieping gedomineerd door een groot atrium achter de glasgevel. De kantine, studieplekken en een deel van de mediatheek zijn op een levendige manier via verschillende niveaus gekoppeld. Door het gebruik van hout is er ondanks een enigszins luidruchtige sfeer een gezellige, collectieve ruimte ontstaan. Er wordt hier zowel individueel gestudeerd als in groepjes gewerkt. De geslotenheid van de lokalenzone wordt overigens ook bereikt met glas, want de gesloten blauwe panelen in in- en exterieur bestaan uit glas waarop een grafisch patroon is gezeefdrukt. Sommige lokalen grenzen aan het atrium. Aan de achterzijde bevindt zich een auditorium voor colleges en uitvoeringen. De staf is gehuisvest aan de voorzijde van het atrium in veelal glazen ruimtes. Dit kantoorgedeelte is enigszins afgescheiden van de rest en heeft een eigen lift, zodat het eventueel apart verhuurd kan worden.

 

Constructie

 

Het gebouw heeft een staalskelet met betonnen kanaalplaten als vloeren. Betonnen wanden en schachten verzorgen de stabiliteit. De atriumbruggen zijn aan het dak opgehangen. Deze bruggen verzorgen tevens de afdracht van de windbelasting op de westgevel. De buitengevel is versterkt met horizontale lamellen. In de buitengevel komt de getrapte vorm van het atrium tot uiting. Op de begane grond bevindt zich een overdekte wandelzone.

 

Erick van Egeraat werkte als architect bij het Delftse bureau Mecanoo. Hij ontwierp ook de Faculteit Economie & Management van de Utrechtse Hogeschool en aan de School voor Mode en Grafische Kunst in Utrecht. Het nabijgelegen stadsvernieuwingscomplex Hillekop is ook van Mecanoo. Tussen 2004 en 2009 is het gebouw uitgebreid met 15000 vierkante meter in een bruggebouw over de metrobuis, eveneens Designed by Erick van Egeraat.


Literatuur:

  • de Architect 2000-10
  • Detail in Architectuur 2000-10
  • Bauwelt 2000-45
  • Domus 2001-2
  • Jaarboek 2000/2001
  • O. Koekebakker - Ichthus Hogeschool Rotterdam, 2001



building image Gebouwen Holland-Amerika Lijn
Wilhelminakade
3072 AR Rotterdam
Bouwjaar 1901 - 1919
De Wilhelminapier vormt sinds begin jaren negentig een belangrijk onderdeel van de Kop van Zuid. De in 1873 opgerichte Holland-Amerika Lijn had hier sinds het eind van de negentiende eeuw haar hoofdvestiging. Het hoofdkantoor van de HAL is in 1993 verbouwd tot Hotel New York. De aankomsthal wordt gebruikt als tentoonstellingsruimte, cruise terminal en restaurant. Las Palmas, het werkplaatsengebouw van de HAL, heeft een culturele bestemming.

Holland-Amerika Lijn

 

In 1978 vertrok de Holland-Amerika Lijn uit Rotterdam naar Seattle. De HAL heeft zijn oorsprong in de firma Plate, Reuchlin & Co. uit 1871. In 1873 werd dit bedrijf van Antoine Plate en Otto Reuchlin omgedoopt in Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij. Pas in 1896 werd er Holland-Amerika Lijn aan toegevoegd.

 

In 1891 werd het terrein aan de Wilhelminakade in gebruik genomen. In 1901 werd het kantoorgebouw op de kop van de Wilhelminapier gebouwd. Het kantoor was eerder gevestigd in de Yachtclub (het huidige Wereldmuseum) en in het Poortgebouw. Behalve de vrachtvaart zorgden vooral de landverhuizers naar Amerika voor veel omzet. Voor deze landverhuizers was zelfs een apart hotel, Urania, gebouwd, dat in 1972 is afgebroken. Imposante passagiersschepen als de Statendam en de Nieuw-Amsterdam kwamen tot in de jaren zestig tot in het centrum en gaven de Rotterdamse haven een ongekende dynamiek.

 

Hoofdkantoor

 

Het kantoorgebouw uit 1901 was een ontwerp van de architecten J. Müller en C.M. Droogleever Fortuyn. Het gebouw bleek al spoedig te klein en werd in 1908 uitgebreid. In 1916 werd het gebouw opnieuw uitgebreid, nu door Müller en Zonen in samenwerking met C.B. van der Tak, een zoon van de vroegere stadsarchitect. De achtkantige toren aan de noordzijde werd toen gebouwd. In 1919 volgde een laatste uitbreiding met de voltooiing van de zuidelijke toren en de bouw van een nieuw gevelfront aan de westzijde. Op het front staat in grote gouden letters Holland-Amerika Lijn.

 

Bij de verschillende uitbreidingen is door het gebruik van dezelfde kleur rode baksteen en natuurstenen plinten en decoraties getracht een zekere eenheid te behouden. Vooral in de latere uitbreidingen zijn invloeden uit de Jugendstil zichtbaar. In de gevel zijn verschillende decoraties opgenomen, die verwijzen naar de scheepvaart en naar exotische bestemmingen: Indianen, figuren in Egyptische en Arabische kostuums, een windvaan in de vorm van een zeilschip en twee havenarbeiders die de erkers ondersteunen. Ook het interieur was fraai verzorgd, met houten lambriseringen, gietijzeren kolommen en versieringen. Het gebouw stond na het vertrek van de HAL enige jaren leeg en kreeg in 1993 een tweede leven als hotel en café-restaurant New York. Hotel en restaurant zijn ingericht door Dorine de Vos en ademen de sfeer van het scheepvaartverleden.

 

Aankomsthal

 

Langs de kade stonden ooit loodsen met een totale lengte van 700 meter. In de Tweede Wereldoorlog werd een groot deel van de loodsen vernield. Alleen de in 1938 gebouwde vertrekhal van Brinkman en Van den Broek bleef gespaard. Dezelfde architecten realiseerden kort na de oorlog de aankomsthal. De in 1949 gebouwde hal wordt gedomineerd door de karakteristieke betonnen schaaldaken, die elk 18 meter overspannen. De glazen pui loopt door over de volledige lengte van 135 meter en biedt een imposant uitzicht over haven en stad. De aankomsthal is sinds 1988 gebruikt als ruimte voor tentoonstellingen, beurzen, congressen en party's. De gerestaureerde aankomsthal heet nu cruise terminal en huisvest onder andere café Rotterdam.

 

Las Palmas

 

Het werkplaatsengebouw van de HAL uit 1953 staat in de middenzone van de pier. Ook enkele andere panden als het Leidsche Veem uit 1898 en het pakhuis Celebes Borneo Java Sumatra van Pakhuismeesteren uit 1941 zijn behouden gebleven. Deze hebben een woonfunctie gekregen ; het werkplaatsengebouw krijgt een culturele bestemming.

 

Het gebouw van drie verdiepingen is een goed voorbeeld van de functionele architectuur van Van den Broek en Bakema. Het heeft op de begane grond een onderdoorgang waar auto's konden binnenrijden. Verticaal zorgden drie liften, waaronder een autolift met een hefvermogen van drie ton voor het interne transport. Er waren magazijnen en werkplaatsen ( zoals de smederij ) in gehuisvest. Het gebouw heeft een betonskelet en wordt in de gevels gedomineerd door prefab-betonelementen. Alleen het glazen trappenhuis wijkt af. De zware betonconstructie biedt vele mogelijkheden voor nieuw gebruik.

 

Las Palmas is door architectenbureau Benthem Crouwel verbouwd tot een multifunctioneel cultureel complex. Hoofdgebruiker is het Nederlands Fotomuseum. Verder zijn er cultureel podium LP II, de SKVR BeeldFabriek en een restaurant gevestigd. Op het dak is een penthouse-kantoor voor projectontwikkelaar OVG gebouwd.

 

Literatuur:

  • Havenarchitectuur, 1982
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • H. Baaij, J. Oudenaarden - Monumenten uit Rotterdam, 1992
  • Bouwkundig Weekblad 1939 p. 3
  • Forum 1953 p. 162
  • Architecture d'Aujourd'hui 1952-4



building image Kubuswoningen
Overblaak 70
3011 MH Rotterdam
Bouwjaar 1978 - 1984
Kubuswoningen
Beluister audiofragment Overblaak 70
Het Blaakse Bos bevat 38 kubuswoningen, winkeltjes en drie grote kubussen op een voetgangersbrug boven de Blaak. Het was een van de pogingen de binnenstad te verlevendigen en de nadruk op kantoorgebouwen en verkeersdoorstroming te verleggen naar woningbouw en recreatie. Kubuswoningen en bebouwing rond de Oude Haven zijn ontworpen door de Amsterdamse architect Piet Blom (1934-1999), die al eerder experimenteerde met bijzondere woonvormen.

Oude Haven

 

In 1977 kreeg Piet Blom een studieopdracht voor het gebied rond de Oude Haven, dat al sinds de Tweede Wereldoorlog braak lag. Het bestemmingsplan vroeg om stedelijk wonen in een hoge dichtheid gecombineerd met andere functies. De architectuur moest speels zijn en bestemd voor minder draagkrachtigen. Het in 1974 geïnstalleerde progressieve gemeentebestuur gaf eind jaren zeventig prioriteit aan sociale woningbouw en de verlevendiging van het stadscentrum.


De Amsterdamse provo-architect Piet Blom (1934-1999) werkte al jaren aan het 'Wonen als stedelijk dak.' Daarbij wordt het wonen in een hoge dichtheid op een verhoogd niveau geplaatst, zodat de begane grond beschikbaar blijft voor allerlei stedelijke activiteiten. Eerder realiseerde Blom de Kasbah in Hengelo (1973) en enkele Kubuswoningen en een theater in Helmond (1976). Blom dacht dat een plan voor de Oude Haven alleen levensvatbaar was als er een voetgangersbrug over de drukke Blaak zou komen, zodat dit gebied gekoppeld werd aan de markt en de bibliotheek. De voetgangersbrug zou als een soort Ponte Vecchio worden verlevendigd met woningen en winkeltjes. De kubuswoningen vormen een soort gewelf boven de voetgangersbrug.

 

Potlood

 

Drie dagen voor de eerste paal trok de opdrachtgever zich terug. In een gewijzigd plan zijn van de oorspronkelijk 55 kubuswoningen er 38 gerealiseerd. Ter compensatie is een woontoren gebouwd, het 'Potlood.' Later kreeg Blom ook de opdracht de bebouwing aan de Oude Haven te ontwerpen. De 250 woningwetwoningen zijn gecombineerd met cafés en restaurants langs de kade. Het geheel is in een hoge dichtheid in mediterrane vormen gerealiseerd.

 

Kubuswoning

 

De kubuswoning, ook wel boom- of paalwoning genoemd, bestaat uit een gekantelde houten kubus die met één punt op een betonnen zeshoekige kern staat. In deze 'stam' bevinden zich de entree en het trappenhuis. De kubus telt drie verdiepingen: het 'straathuis' met keuken en woonkamer, het 'hemelhuis' met de slaapkamers en het 'loofhutje' bovenin. In de kern zijn de enige verticale wanden te vinden; de rest van de wanden lopen schuin.


De kubuswoning vraagt veel aanpassingsvermogen van de bewoner. De ramen zijn zo geplaatst dat je of alleen naar de grond of alleen naar de lucht kunt kijken; de horizon is niet te zien. De bewoners worden bijna gedwongen tot creativiteit bij de inrichting. Standaardmeubelen en -kasten zijn niet te gebruiken. Waar en hoe moet je gordijnen ophangen bij die ongewone raamvormen? Ook het schoonhouden van de schuine raamvlakken is een probleem.

De eerste vier kubuswoningen verrezen in 1975 in Helmond. Tot het beoogde woonwoud kwam het hier niet. De kubuswoningen in Helmond en Rotterdam trokken van begin af aan veel bekijks. Eén bewoner was zo slim zijn woning tijdelijk open te stellen voor bezoekers. Al snel had hij uit de entreegelden de aankoopprijs voor zijn woning terugverdiend. De Kijkkubus is nog steeds een populaire attractie voor toeristen.

Het grote project groeide de individualistisch ingestelde Blom boven het hoofd. Veel vervolgopdrachten kreeg hij niet, hoewel hij Rotterdam bleef bestoken met wonderlijke plannen voor het Pompenburg en de kop van de Nieuwe Binnenweg. Onverwacht maakte Blom in 1994 een comeback met op de byzantijnse architectuur geïnspireerde bouwsels. De bebouwing die vanaf 2001 aan de kop van de Nieuwe Binnenweg wordt neergezet is nog maar een vage echo van Bloms oorspronkelijke plannen.

 

Overbouwing

 

Het gebied rond de Oude Haven is mede door de uitstekende oriëntatie op de zon en de beschutting uitgegroeid tot een populair uitgaanscentrum voor toeristen en studenten. Ondanks deze grote toeloop heeft dit niet geleid tot veel levendigheid en activiteiten in de openbare ruimte onder de paalwoningen. De kleine winkeltjes bleken in de praktijk onpraktisch en leden een zieltogend bestaan. Ze zijn al gauw vervangen door ateliers en kleine bedrijfjes die het niet van toeloop moeten hebben. Een doorslaand succes was er ook; de Kijkkubus, een als museumwoning ingerichte kubuswoning trekt jaarlijks vele toeristen. De woningen zijn eind jaren negentig gerenoveerd, waarbij ook de openbare ruimte is aangepakt. Met name de vervanging van de asfaltleien op de daken door een zinken dakbedekking heeft het uiterlijk veranderd. Voor de twee grote kubussen bleek het moeilijk een bestemming te vinden. De Academie van Bouwkunst betrok de ene kubus in 1985 noodgedwongen vanwege huisvestingsproblemen. Na het vertrek van de Academie en enkele jaren leegstand werd in 2009 een perfecte nieuwe bestemming gevonden: een hostel van Stayokay. Er zijn 49 kamers met 250 bedden en eigen sanitair. In de centrale vide met lift is als oriëntatiepunt een 'interieurkubus' gehangen. Het interieurontwerp is van Personal Architecture in samenwerking met Kees van Lamoen.

 

Literatuur:

  • Plan 1985-1
  • Bouw 1985-20
  • Architecture + Urbanism 1985-11
  • J. Hengeveld - Het Rotterdam van Piet Blom. Nieuw leven aan de Oude Haven, Amersfoort 2009
  • de Architect 2010-6
  • S. Hiddema - Piet Blom en de Kunst van het Bouwen, 1984
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995



building image Kunsthal
Westzeedijk 341
3015 AA Rotterdam
Bouwjaar 1988 - 1992
Kunsthal
Beluister audiofragment Westzeedijk 341
De Kunsthal is één van de meest besproken gebouwen van de jaren negentig. Het is een van de eerste gebouwen waarin Rem Koolhaas zijn ideeën daadwerkelijk kon realiseren. Het gebouw trekt architectuurliefhebbers van over de hele wereld, maar blijkt zowel praktisch als bouwtechnisch nogal experimenteel in het gebruik.

De Kunsthal is geen museum met een vaste collectie, maar een gebouw voor wisselende tentoonstellingen op het gebied van beeldende en toegepaste kunst. Het gebouw bevat een aantal neutrale tentoonstellingszalen van wisselende grootte, maar geen depot. Verder is er een kantoorgedeelte, een museumwinkel, een auditorium en een apart te gebruiken restaurant.

 

Het gebouw ligt tegen het dijklichaam van de Westzeedijk aan. Het wordt doorsneden door een voetgangersroute vanuit het Museumpark naar de Westzeedijk en een ventweg onderaan de dijk. Ook het gebouw zelf is eigenlijk één en al verkeersruimte, een spiraalsgewijs stelsel van hellingbanen rond de voetgangersroute. Deze voetgangersroute, die eveneens als hellingbaan is uitgevoerd, verdeelt het gebouw in twee delen. Deze hellingbaan overbrugt het niveauverschil van vijf meter tussen park en Westzeedijk en bevat halverwege de entree. Aan de oostzijde bevindt zich een 35 meter breed gedeelte waarin zich de twee grote expositiezalen bevinden. Aan de westzijde ligt een smallere zone van 15 meter breedte met het als één grote hellingbaan uitgevoerde auditorium, een café restaurant eronder en een derde kleinere expositiezaal erboven.

 

Tentoonstellingszalen

 

De beide grote tentoonstellingszalen, Hal 1 en Hal 2, zijn verschillend van karakter. Hal 1 op de begane grond vormt een voortzetting van het Museumpark. De vier stalen kolommen zier eruit als boomstammen en het plafond is zwart geschilderd. Hal 2 is een grote kolomvrije ruimte met een transparant dak en een groot 'etalage' venster naar de drukke verkeersweg op de dijk. Langs Hal 1 en Hal 2 bevindt zich nog een smalle galerijstrook met een verdiepingsvloer van stalen roosters. Hal 3 is een kleinere gesloten ruimte waarin de schuin geplaatste betonnen kolommen, die loodrecht op de schuin oplopende auditoriumvloer zijn geplaatst, voor een vervreemdend effect zorgen. Via een klein balkon kan men hiervandaan in Hal 2 kijken.

 

Uiterlijk

 

In de gevels zijn travertin en geteerd beton toegepast in wisselende combinaties met grote glasvlakken. Elke gevel is een autonome eenheid. De gevel aan de Westzeedijk werkt als etalage; ter verdere promotie van de tentoonstellingen is de op het dak geplaatste installatietoren in gebruik als billboard. Materialen en constructie elementen zijn in de Kunsthal zonder verzoening tegen elkaar gemonteerd. Verschillende contrasterende materialen, duur en goedkoop, verfijnd en alledaags, zijn 'koud' met elkaar geconfronteerd. Deze onorthodoxe bouwwijze leidt tot onverwachte confrontaties, maar ook tot technische problemen.

 

Museumpark

 

Koolhaas ontwierp ook het Museumpark (1985-1993), in samenwerking met Petra Blaisse en de jong overleden Franse tuinarchitect Yves Brunier. Het deel van het voormalige Land van Hoboken achter museum Boijmans Van Beuningen werd eind jaren dertig als park ingericht. Achter het museum ligt een klassieke symmetrische tuin met vijverpartij, met als afsluiting het monument voor G.J. de Jongh. De rest van het park was landschappelijk ingericht en bevatte het Openluchttheater.

 

Bij de bouw van de Kunsthal is het heringericht in vier zones: een museumzone met Kunsthal en Natuurmuseum, een romantische tuin, een verhoogd evenemententerrein van zwart asfalt en een voorhof met in een regelmatig patroon geplante appelbomen met witgekalkte stammen op een ondergrond van witte schelpen. De museumzone en de romantische tuin met monumentale brug functioneerden goed, maar de rest van het park leed onder vandalisme en verwaarlozing. Dit deel is door de bouw van een door technische en financiële problemen geteisterde parkeergarage jarenlang buiten beeld geweest. Na de opening van de parkeergarage in 2010 kan dit deel van het park worden heringericht. Het Museumpark verbindt de Kunsthal en het Natuurmuseum met het Nederlands Architectuurinstituut. Een veelgeprezen ontwerp van Rem Koolhaas voor de meervoudige opdracht voor het NAi werd in 1988 gepasseerd ten faveure van het gerealiseerde ontwerp van Jo Coenen.


Literatuur:

  • de Architect 1990-7/8, 1990-10, 1993-1
  • Archis 1993-1
  • El Croquis 1992-53, 1996-79
  • Architecture d'Aujourd'hui 1993-2
  • Domus 1993-3
  • Bauwelt 1993-46
  • Architecture + Urbanism 1994-8
  • Jaarboek 1992-1993
  • R. Koolhaas - S M L XL, 1995



building image Woongebouwen Landtong
Louis Pregerkade
3071 AZ Rotterdam
Bouwjaar 1991 - 1997
Woongebouwen Landtong
Beluister audiofragment Louis Pregerkade
De Landtong is het langwerpige schiereiland tussen Binnenhaven en Spoorweghaven. Op deze locatie staan twee forse gesloten bouwblokken. De terrassenflats Statendam en Maasdam zijn ooit omschreven als zeekastelen. De architectuur verwijst met de donkere bakstenen gevels eerder naar de pakhuizen en loodsen die hier vroeger stonden.

Hoofdopzet

 

Dit woningbouwcomplex bestaat uit twee gesloten bouwblokken. Het ene gesloten bouwblok omsluit een binnengebied dat als patiolandschap is ingericht. Het andere gesloten bouwblok bevat twee binnenhoven met tennisbanen verbonden door een sportclub. De binnenhoven zijn alleen toegankelijk voor de bewoners. Onder de verhoogde binnenhoven bevinden zich de parkeergarages. De gesloten bouwblokken zijn opgebouwd uit verschillende elementen. Twee massieve bouwblokken begrenzen het complex aan de noord- en zuidkant. Het blok aan de noordkant ligt langs de Stieltjesstraat en telt twaalf verdiepingen; onderin het bouwblok zijn winkels opgenomen. Het blok aan de zuidkant ligt aan de Lodewijk Pincoffsweg en telt zeven verdiepingen.


Tussen de twee gesloten bouwblokken is een openbaar plein aangelegd met een monument ter nagedachtenis aan de uit Rotterdam weggevoerde Joden, het Plein Loods 24. De twee bouwblokken aan dit plein zijn terrassenflats. Op het laagste punt sluiten ze aan op de eengezinswoningen langs de Levie Vorstkade. De bebouwing langs de Louis Pregerkade is laag en verbindt de koppen van de haakse bouwblokken, aangevuld met hogere tussenbebouwing. De keuze voor deze maat woonblokken is ingegeven door de grootschalige stedelijke ruimtes in de omgeving: havens, brede straten en de rivier. De gebouwen worden gedomineerd door de robuuste donkerbruine baksteen in de gevels. Daarnaast is houten beplating toegepast. Een vergelijkbaar project van Van Dongen is de Admiraal aan de Oostzeedijk.

 

Huur- en koopwoningen

 

De woningen op de Kop van Zuid bedoeld voor mensen met hogere inkomens. In dit complex zijn zowel huurwoningen als koopappartementen opgenomen. Er zijn 400 huurappartementen en 196 koopappartementen. De eengezinswoningen zijn verdeeld in 19 huur- en 11 koopwoningen. Het complex heeft een hoge woningdichtheid. Er zijn bijna 50 verschillende woningtypen gerealiseerd. Ook is er gebruik gemaakt van allerlei verschillende manieren om de woning te ontsluiten: galerijen, dubbelhoge corridors en portieken. De eengezinswoningen zijn een variant op drive-in-woningen, waarbij de garage aan de achterzijde ligt. De appartementen aan de Stieltjesstraat zijn grotendeels van een tweebeukig type. Eén beuk bevat de natte cel en de slaapkamers, de andere beuk is een doorlopende ruimte waarin alleen het keukenblok gefixeerd is. De penthouses bovenin bestaan uit drie beuken en zijn voorzien van een groot dakterras. De appartementen in de terrassenflats liggen aan weerszijden van een centrale middengang en zijn voorzien van zeer ruime dakterrassen. De appartementen in het laatste blok aan de Lodewijk Pincoffsweg zijn gebaseerd op een woningtype met portiekontsluiting en een wisselbeuk.


Literatuur:

  • de Architect 1997-1
  • Bouw 1999-3
  • Archithese 1997-3
  • Bauwelt 1998-38
  • Jaarboek 1996-1997
  • W. Vanstiphout - De Landtong, 1998



building image De Lijnbaan
Lijnbaan, Korte Lijnbaan
3012 EC Rotterdam
Bouwjaar 1951 - 1966
De Lijnbaan
Beluister audiofragment Lijnbaan, Korte Lijnbaan
De Lijnbaan was het nieuwe winkelgebied in het Wederopbouwplan ten westen van het oude centrum. Het betekende na de oorlog een revolutie op stedenbouwkundig gebied. In plaats van winkels met woningen erboven aan weerszijden van een rijweg, zoals bij de Hoogstraat, liggen de winkels aan voetgangerspromenades. De winkels worden bevoorraad vanuit expeditiestraten aan de achterzijde en de woningen zijn in aparte blokken gesitueerd. Omdat elke buitenwijk in Europa in de jaren zestig een verkeersvrij winkelcentrum kreeg, lijkt het origineel nauwelijks meer bijzonder.

Noodwinkelcomplexen

 

De concentratie van winkels in noodwinkelcomplexen was in de oorlog heel succesvol gebleken. Ook de ervaring met verzamelgebouwen was positief. Hierdoor waren de winkeliers die bij het bombardement een eigen pand hadden verloren te interesseren voor een gezamenlijk winkelcomplex.

 

In het Basisplan was nog een traditioneel winkelgebied gedacht met binnenstadshoven met winkels op de begane grond en woningen en kantoren erboven. Bij de uitwerking door architectenbureau Van den Broek & Bakema werd de revolutionaire, maar nu zo vanzelfsprekend ogende opzet met enige moeite door de winkeliers geaccepteerd. Een uitgebreide maquette schaal 1:100 deed de aanvankelijke weerstand omslaan in enthousiasme.

Tussen 1949 en 1953 werd de Lijnbaan gebouwd: de Korte Lijnbaan tussen Schouwburgplein en Coolsingel kruist de lange Lijnbaan tussen Weena en Van Oldenbarneveltstraat. Tussen 1962 en 1966 werd de Lijnbaan doorgetrokken naar de warenhuizen aan het Binnenwegplein, mogelijk geworden door de sloop van het restant van het Coolsingelziekenhuis. Er zijn twee pleinen: het Stadhuisplein en het Lijnbaanplein. De Lijnbaan is genoemd naar de touwslagerij die hier sinds de zeventiende eeuw was gesitueerd.

 

Voetgangersgebied

 

De Hoogstraat was 9 meter breed en voorzien van een rijbaan in het midden; de Lijnbaan is 12 tot 18 meter breed en alleen toegankelijk voor voetgangers. Er werd veel zorg besteed aan de aankleding van de ruimte middels beplanting, beeldhouwwerken en aanvankelijk ook volières. Als overgang tussen interieur en exterieur en als beschutting tegen zon en regen zijn luifels langs de zijden aangebracht. Kruisingen en entrees zijn voorzien van oversteekluifels.

 

Op 9 oktober 1953 werd de Lijnbaan officieel geopend. Het publiek stroomde massaal toe en de Lijnbaan werd een begrip. De verkeersvrije voetgangersstraat is niet meer weg te denken uit de Nederlandse steden. Velen beschouwen de Lijnbaan als het hoogtepunt van de Wederopbouw. Sommige critici echter vinden de Lijnbaan meer iets voor een buitenwijk en te weinig grootstedelijk.

 

Architectuur

 

Uitgangspunt bij het ontwerp van de winkels is een flexibele opzet en een uniforme systematiek. Er zijn twee basistypen, het normaaltype en het entresoltype. Het normaaltype heeft twee winkelverdiepingen. Het entresoltype heeft twee lagen aan de voorzijde en drie aan de achterzijde in een splitlevel-opzet. Door het al dan niet benutten van de kelder ontstaan varianten. Het hele plan is gebaseerd op een maatsystematiek van 1,10 meter in de langsrichting en 1 meter in de dwarsrichting. Ook in de bestrating was die module van 1,10 meter doorgevoerd. De gevels zijn opgebouwd uit geprefabriceerde betonnen stijlen en borstweringselementen. De begane grond wordt gedomineerd door grote glaspuien en etalages. De gevels zijn neutraal en worden volledig aan het oog onttrokken door reclames.

 

Rolluiken

 

Het ontwerp van Van den Broek & Bakema is in de loop der tijden van karakter veranderd. Vanwege de hoge huurprijzen zijn de respectabele winkels van het eerste uur verdrongen door luidruchtige spijkerbroekenwinkels en fast-foodrestaurants. De gezellig verlichte etalages zijn vervangen door rolluiken. Ook de concurrentie van overdekte winkelcentra als Zuidplein en Oosterhof werd in de jaren tachtig merkbaar, wat tot plannen voor een overkapping leidde. Zover is het niet gekomen; wel wordt het oorspronkelijke concept van de Lijnbaan meer en meer aangetast.

 

Woningbouw

 

De in totaal 850 woningen zijn ondergebracht in bouwblokken rond twee groene hoven. Rond zo'n hof liggen een hoogbouwschijf van dertien en negen verdiepingen haaks op elkaar. Een laagbouw van winkels met twee woonlagen sluit de hoven aan de Karel Doormanstraat af. Twee hoogbouwschijven van dertien lagen aan het begin en het eind van de Lijnbaan completeren de stedenbouwkundige opzet. De woningen worden ontsloten door galerijen aan de noord- en oostzijde. Aan de koppen bij de lift en trappenhuizen zijn iets grotere woningen gesitueerd. De Cityflat aan de Kruiskade is iets ruimer van opzet. Architect Maaskant was supervisor van de woningbouw, die door verschillende architecten is uitgewerkt. De Lijnbaanflats vormen nog steeds een aantrekkelijke stedelijke woonlocatie.

 

Vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw denken de gemeente en de eigenaars van de woongebouwen over de toekomst van de Lijnbaanhoven. In 2004 maakt Crimson Architectural Historians een cultuurhistorische verkenning van het gebied, waarbij de woonhoven als goed functionerend worden omschreven. Tegengesteld aan deze conclusies zijn vanaf 2006 plannen ontwikkeld om de Lijnbaanflats (gedeeltelijk) te slopen of uit te breiden met hoogbouw. In de eerste plannen van Claus & Kaan werden de groene hoven en expeditiestraten vervangen door lage bebouwing met een groen dak. In de hoeken waren woontorens gedacht. In een later stadium moesten de lage woongebouwen worden vervangen door veel hogere. De plannen werden doorkruist door protesten van bewoners en vakgenoten, door de Rijksdienst Monumentenzorg, dat de Lijnbaan aanwees als wederopbouwmonument en de kredietcrisis.


Literatuur:

  • Bouw 1953 p. 783, p. 862
  • Bouw 1954 p. 928
  • Casabella 1954-8/9
  • Bauen + Wohnen 1955 p. 55
  • J. Joedicke - Architektur und Städtebau, 1963
  • Architectuur Rotterdam 1945-1970, 1993
  • Architecture d'Aujourd'hui  1959/60-12/1
  • La Technique des Traveaux 1960 p. 161
  • S.U. Barbieri e.a. - Stedebouw in Rotterdam, 1981
  • M. Provoost - Hugh Maaskant, 2003



building image Maastunnel
Parkhaven
3016 GM Rotterdam
Bouwjaar 1937 - 1941
Maastunnel
Beluister audiofragment Parkhaven
Een tunnel is in principe een civieltechnisch werk en geen architectuur. De markante filtergebouwen, de toegangsgebouwen en de fiets- en voetgangerstunnel, vormgegeven door stadsarchitect Van der Steur, behoren echter tot de opmerkelijkste architectonische verschijningen van de late jaren dertig. De aanleg van de Maastunnel en het Maastunneltracé vormt bovendien een belangrijke stedenbouwkundige ingreep in de stad. De Maastunnel was de eerste verkeerstunnel in Nederland.

Tweede vaste oeververbinding

 

Na de Eerste Wereldoorlog werden de plannen voor een tweede vaste oeververbinding tussen Noord en Zuid steeds concreter. In 1929 ontstond het eerste idee voor een tunnel tussen Park en Charlois, die het scheepvaartverkeer niet zou hinderen. Rijkswaterstaat had in 1935 voorkeur voor een 60 meter hoge hangbrug. Wegens technische en financiële problemen kreeg een tunnel in 1937 de voorkeur. De tunnel werd ontworpen door J.P. van Bruggen, directeur van Gemeentewerken en stadsarchitect A. van der Steur. Voor de bouw werd een combinatie van vier aannemingsmaatschappijen gevormd, de N.V. Maastunnel. In juni 1937 gaf burgemeester Droogleever Fortuyn het sein tot aanvang van de bouw.

 

Zinkmethode

 

De Maastunnel is gebouwd volgens de zinkmethode: negen geprefabriceerde betonnen segmenten van 61 meter lang, 25 meter breed en 9 meter hoog zijn tussen 1939 en eind 1940 in een uitgebaggerde sleuf afgezonken. Vervolgens werden de tussenschotten weggebroken en werd de tunnel afgebouwd. De tunnel is ongeveer een kilometer lang; het diepste gedeelte ligt 20 meter beneden N.A.P. De doorsnede van de tunnel bestaat uit twee buizen met rijbanen van zes meter breedte voor auto’s en twee boven elkaar gelegen smallere buizen voor fietsers en voetgangers.

De ventilatiekanalen liggen in het gedeelte onder water onder de verkeersbuizen en in het landgedeelte boven de buizen. De tunnelbuizen zijn vanwege de hygiëne bekleed met ongeveer 800.000 witte keramische tegels. De autobanen sluiten aan op de Pleinweg op Zuid en de tunneltraverse in Noord. Aan de noordkant is een groot verkeersplein op de kruising met de Westzeedijk aangelegd, het Droogleever Fortuynplein, genoemd naar de initiatiefnemer van de Maastunnel.

 

Ventilatiegebouwen

 

Toegangsgebouwtjes, garages en de imposante ventilatiegebouwen vormen de enige bovengrondse tekenen van de aanwezigheid van de Maastunnel.

De fiets- en voetgangerstunnel komt via lange roltrappen uit in aparte toegangsgebouwtjes. In de gebogen wanden boven de beide roltrappen zijn mozaïeken van Jaap Gidding aangebracht. Aan de noordkant zijn schepen, auto's en fietsen afgebeeld, aan de zuidkant zeemeerminnen, vissen en golven.

In de garages zijn allerlei materialen voor het onderhoud van de Maastunnel opgeslagen. De ventilatiegebouwen hebben een totale hoogte van ongeveer zestig meter: 34 meter bovengronds en 26 meter ondergronds. Ze bestaan uit een hoge betonnen schacht en een lager gedeelte met koperen koepeldak aan de rivierzijde: de aanzuigruimte voor verse lucht. De architectuur van de gebouwen is verwant: koperen daken en gevels deels van witgepleisterd beton en deels van oranje-bruine grèstegels.

 

Ingebruikname

 

Op 20 januari 1941 liep ingenieur Van Bruggen als eerste door de Maastunnel. Op 14 februari 1942 werd de tunnel officieel in gebruik genomen. Als eersten gingen drie jongens uit Charlois de roltrappen af. Verwoesting van de tunnel door de Duitse bezetter werd ternauwernood voorkomen.


Literatuur:

  • Bulletin KNOB 1990-2
  • A.C. Vreugdenhil - De Maastunnel, s.a. (1950)
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • A. Gielen - Ad van der Steur, 2002



building image Montevideo
Landverhuizersplein
3072 MH Rotterdam
Bouwjaar 1999 - 2005
Montevideo
Beluister audiofragment Landverhuizersplein
Naast Hotel New York op de Wilhelminapier is eind 2005 wolkenkrabber Montevideo gerealiseerd. Het multifunctionele torencomplex is in vele opzichten van zeer hoog niveau. Dit is onder meer door het materiaalgebruik en de forse maatvoering. Inclusief de M op het dak van de toren is het gebouw 152 meter hoog, en daarmee was het lange tijd het hoogste gebouw van Nederland. Montevideo verbeeldt de ambitie van de stad Rotterdam om bijzondere locaties met bijzondere projecten te verstedelijken, met name op het gebied van wonen.

Wolkenkrabber

 

Architect Francine Houben van Mecanoo Architecten uit Delft heeft zich bij de uitwerking van het concept en het ontwerp laten inspireren door de klassieke woonwolkenkrabbers zoals deze in New York zijn gebouwd. Dit rijke thema is ook terug te vinden in historie, de straatnamen en de gebouwen in de omgeving van de toren. De watertank op het dak van de waterappartementen is een heldere verwijzing naar deze geschiedenis.

Ook de naam Montevideo verwijst naar het verleden, toen de Wilhelminapier nog vele pakhuizen telde die namen droegen van steden waar Rotterdam een handelsrelatie mee onderhield. Op het dak van de toren is een negen meter hoge letter M geplaatst, die het gebouw niet alleen bekroont maar tevens dienst doet als windvaan. Deze letter verwijst uiteraard naar de naam van de toren, maar is volgens de architect voor meerdere uitleg vatbaar.


Montevideo biedt een grote variëteit aan appartemententypen die de namen 'Sky', 'Loft', 'City' en 'Water' dragen. Elk van deze appartementen onderscheidt zich door een aantal unieke kenmerken die door de ontwikkelaar van de toren als verschillende woonconcepten worden gepresenteerd. Op de onderste etages van het complex wordt ruimte geboden aan winkels en horecavoorzieningen, bij elkaar goed voor 1.900 m2. Tevens zijn 6.000 m2 kantoren, een Excellent Health Club met zwembad, fitnes centrum en sauna voor de bewoners en gebruikers gerealiseerd.

De constructie van de toren bestaat uit zowel beton als staal. De structuur van de Water-, City- en Loft appartementen in het onderste deel van de toren zijn gegoten in beton, de ruimtelijke mogelijkheden van staal zijn gebruikt voor de hoger Sky appartementen, gelegen vanaf de 27e verdieping.

 

Woontorens

 

De woontoren Montevideo is de eerste van een reeks hoge woongebouwen die op de Wilhelminapier wordt gebouwd. De woongebouwen worden iets hoger dan de kantoorgebouwen hier, het World Port Center en de Belvédère. In totaal zullen hier ongeveer 5300 woningen komen.

Het reeds in 2001 ontworpen gebouw De Rotterdam van OMA tussen Belvédère en Café Rotterdam wordt vanaf 2010 gebouwd. Het gebouw bevat appartementen, kantoorruimte voor Gemeentewerken, winkels, cafe's, restaurants en een hotel en wordt 150 meter hoog. Aan de zuidzijde van de Wilhelminapier zijn een aantal woontorens van ongeveer 150 meter hoogte gepland. Als eerste is in 2010 gebouw New Orleans van de Portugese architect Alvaro Siza gereedgekomen. In de plint van het gebouw is cultureel centrum Lantaren/Venster gevestigd. Tussen New Orleans en het Luxor Theater zal het uit twee torens bestaande gebouw Havana van het Spaanse architectenbureau Cruz & Ortiz worden gebouwd.




building image nieuwe Luxor Theater
Posthumalaan 1
3072 AG Rotterdam
Bouwjaar 1996 - 2001
nieuwe Luxor Theater
Beluister audiofragment Posthumalaan 1
Ter vervanging van het verouderde Luxor Theater aan de Kruiskade werd in 1995 besloten tot nieuwbouw op de Wilhelminapier. Zes architecten maakten begin 1996 een ontwerp, waarna het Duits/Australische architectenpaar Julia Bolles en Peter Wilson de definitieve opdracht kreeg. De foyers van het felrode gebouw liggen rond de 1500 plaatsen tellende zaal.

Oude Luxor Theater

 

Op 22 december 1917 werd het Luxor Theater aan de Kruiskade geopend. In 1928 werd het door het Duitse UFA-concern overgenomen bouwvallige theater gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw van bioscooparchitect A.J. van Wijngaarden. Het Luxor-Palast in art-decostijl had een zaal met 1600 zitplaatsen.

Het tijdens het bombardement gespaard gebleven Luxor werd na de oorlog een begrip als theater voor musicals en kleinkunst. Tussen 1972 en 1974 werd het interieur van het theater in typische jaren zeventig-stijl verbouwd door Carel Wirtz.

In 1995 werd besloten tot nieuwbouw voor Luxor op de Kop van Zuid. Hierdoor kwam de locatie in het centrum beschikbaar voor hoogbouw. April 2001 werd het nieuwe Luxor Theater geopend. Het oude Luxor behoort met zijn maximaal 900 stoelen tot de categorie ‘middelgrote theaterzalen'. Het biedt een podium aan cabaret, theaterconcerten, kleinere musicalproducties, toneel-, jeugd- & familievoorstellingen. Sinds 2001 bestaan er plannen om op de plaats van het oude Luxor een nieuw middelgroot theater te bouwen. Uitzicht op daadwerkelijke realisatie laat vooralsnog op zich wachten. Tot die tijd blijft het oude Luxor geopend.

 

Het nieuwe Luxor

 

Het Luxor Theater bevindt zich in het hart van de Kop van Zuid en grenst aan het belangrijkste verkeersknooppunt. Hoewel het een fors gebouw is valt het in het niet bij de torens van de Wilhelminahof en de KPN-toren. Het gebouw grenst aan het water van de Rijnhaven en is vanaf alle kanten zichtbaar. Materialisatie en vormentaal zijn een mengeling van de robuuste scheepsarchitectuur en de intieme en feestelijke theatersfeer.

 

De theaterzaal, gesitueerd op de eerste verdieping, is breed en ondiep en biedt plaats aan circa 1500 bezoekers. De stoelen en balkons zijn zo dicht mogelijk tegen het podium aangeplaatst om een intieme sfeer te creëren. In het interieur van de zaal zijn houten lamellen toegepast.

De hoofdentree is net zo hoog als de toneeltoren. Rondom de zaal is een stelsel van grotere en kleinere foyers, trappen en horecapunten aangelegd met uitzicht over het water, dat het informeel dwalen en het elkaar ontmoeten tijdens de pauzes bevordert. De meerdere verdiepingen hoge Rijnhavenfoyer kijkt uit over de zuidelijke havens en de Maasfoyer op de vierde verdieping over de Erasmusburg richting skyline van het centrum. Op de begane grond aan het water ligt restaurant Leipzig met een aanlegsteiger voor watertaxi's.

Kleedkamers, kantoren en dienstruimtes zijn in een strook langs de Posthumalaan ondergebracht. De gevel heeft hier strookramen en een meer kantoorachtig karakter. Op de bovenste laag zijn aan deze zijde opslagruimtes en een studio gesitueerd.

 

Exterieur

 

Het felrode exterieur wordt gedomineerd door ronde vormen. Een grote  lichtkrant maakt het gebouw van verre herkenbaar. De bouwkundige verwerking van de typografie van de letters Luxor is verwant aan Ouds Café De Unie. De gevels zijn bekleed met rode gevelelementen van cementvezel die op hout lijken. Volgens de architecten herinneren ze aan de scheepsbouw en aan de oude houten theaters. Dominant aanwezig is een spectaculaire hellingbaan voor vrachtwagens. Deze cirkelt rond het gebouw en is in de gevel gemarkeerd door het uitwendige manoeuvreerplatform. Het dak van het dit platform vormt een aantrekkelijk terras.


Literatuur:

  • de Architect 2001-6
  • El Croquis 1998-88/89
  • Domus 2001-6
  • Architectural Review 2001-9
  • Bauwelt 2001-23
  • Jaarboek 2001-2002
  • F. Happel - Het nieuwe Luxortheater Rotterdam, 2001
  • GA Document 48, 66
  • Bolles + Wilson. Nieuwe Luxor Theater, Rotterdam, 2003



building image Parklaanflat
Parkstraat 2
3016 BD Rotterdam
Bouwjaar 1931 - 1933
Parklaanflat
Beluister audiofragment Parkstraat 2
Van Tijen realiseerde het eerste hoge woongebouw van Rotterdam voor eigen risico. De luxe appartementen in dit woongebouw beslaan elk een volledige verdieping. Het gebouw heeft een staalskelet; hierdoor zijn de indelingsmogelijkheden vrij en is de plattegrond flexibel. Van Tijen woonde zelf enige tijd in het dakappartement.

Hoogbouw

 

In de jaren dertig van de twintigste eeuw was Willem van Tijen een van de pioniers van het Nieuwe Bouwen. Met een serie hoogbouwprojecten vestigde deze als civiel ingenieur opgeleide architect zijn naam.

In feite werkte Van Tijen bij het eerste hoogbouwproject, het woongebouw aan de Parklaan, als projectontwikkelaar. Hij kocht in 1931 een perceel op de hoek van Parklaan en Parkstraat. In de plaats van een bouwvallige villa wilde hij hier een hoog appartementengebouw realiseren. Van Tijen wilde graag ervaring opdoen met nieuwe constructietechnieken, woningontsluitingsprincipes en collectieve ruimtes.

In december 1931 maakte Van Tijen de eerste schetsen in samenwerking met J.H. van den Broek, een andere pionier van de hoogbouw. In dezelfde periode tekende Van Tijen een plan voor een hoogbouw op de hoek van Parklaan en Westerlaan. Dit schijfvormige gebouw werd echter niet gerealiseerd.


Het flatgebouw Parklaan is vanwege het beschikbare beperkte kavel bescheiden van omvang. Het kavel van 9,5 bij 18 meter is vrijwel geheel volgebouwd, maar biedt per verdieping toch niet meer ruimte dan voor één grote woning van 150 vierkante meter. De begane grond bevatte de entree, een garage, een fietsenberging, twee logeerkamers en een kleine woning. In de kelder was een gemeenschappelijke was- en droogruimte. Op de zevende verdieping had Van Tijen oorspronkelijk allerlei collectieve ruimtes en een dakterras willen onderbrengen. Uiteindelijk is er een aparte modelwoning gebouwd en besloot hij er zelf met zijn gezin te gaan wonen. De in totaal acht woningen waren bedoeld voor welgestelde, kinderloze echtparen.

De woonruimtes zijn georiënteerd op Parklaan en Parkstraat. De twee overige gevels zijn met het oog op de belendende percelen met blinde muren afgesloten. Aan deze gesloten zijde ligt ook de hal met trappenhuis en lift. De woningen hebben een woonruimte aan de Parklaan, voorzien van een erker. Verder een eetkamer, gekoppeld aan de keuken, drie slaapkamers en een badkamer. De hal bevindt zich tegen de gesloten oostgevel en bevat kastruimte en een toilet. Door toepassing van glazen schuifdeuren en grote ramen is een licht interieur ontstaan. De woningen hebben twee langwerpige balkons aan de westgevel als buitenruimte.

 

Bouwtechnisch experiment

 

Het gebouw heeft een staalskelet. Hierdoor zijn de indelingsmogelijkheden vrij en is de plattegrond flexibel. De vloeren waren nog traditioneel van hout. De gevels zijn een vroeg voorbeeld van een vliesgevel. Er zijn stalen kozijnen toegepast. De dichte panelen zijn van draadglas dat grijsgroen geverfd is. Het gebouw was een bouwtechnisch experiment. "Het was een grote waag, samen met een bouwbedrijf. Ik wist van alles onvoldoende, maar wonder boven wonder slaagde het min of meer," aldus Van Tijen in 1970. "'t Was een ramp; ik heb op die steigers gelopen zo van, verrek, als een plank scheef ligt en ik donder naar beneden, dan ben ik er godzijdank af, begrijpt u wel."


De architect ging zelf met vrouw en peuter in de modelwoning op de bovenste verdieping wonen. Het was een compacte, flexibele woning voor het bestaansminimum, ter grootte van het keuken- en slaapgedeelte van de gewone woningen. Door het gebruik van schuifwanden en opklapbedden was het mogelijk de woonkamer 's avonds te veranderen in een slaapkamer. Dit principe van de gecombineerde dag- en nachtplattegrond was een stokpaardje van de architecten van het Nieuwe Bouwen. Van Tijen paste het later in de Bergpolderflat toe en Van den Broek bij de woningbouw in de Vroesenlaan. De woning was ingericht met goedkope, massa-geproduceerde meubelen van hout en staal en linoleum op de vloer. De woning heeft een royaal dakterras.

In 1987 werd de Parklaanflat op de rijksmonumentenlijst geplaatst. In samenwerking met de eigenaar-bewoners werd in 1992 de restauratie gestart onder leiding van restauratiearchitect A. van der Zwan. Bij deze restauratie zijn de oorspronkelijke staalconstructie en kozijnen gehandhaafd, schoongemaakt, ontdaan van roest en verzinkt. Er is opnieuw enkelglas toegepast. De borstweringen van draadglas zijn compleet vernieuwd, waarbij de oorspronkelijke groengrijze kleur zo veel mogelijk is benaderd. De gesloten zuid- en oostgevel van verblendsteen moesten geheel worden vervangen. In 1995 was de Parklaanflat weer als nieuw. Er werd een herinneringsplaquette in het entreeportaal aangebracht.


Literatuur:

  • De 8 en Opbouw 1933 p. 139
  • Bouwkundig Weekblad 1935 p. 59
  • A. Roth - Die neue Architektur, 1940
  • R. Sherwood - Modern Housing Prototypes, 1978
  • T. Idsinga e.a. - Architect Van Tijen 1894-1974, 1987
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • Archis 1995-11
  • Bouwen Met Staal 1996-11/12



building image Pathé Schouwburgplein
Schouwburgplein 101
3012 CL Rotterdam
Bouwjaar 1992 - 1996
Pathé Schouwburgplein
Beluister audiofragment Schouwburgplein 101
Ter vervanging van een aantal verouderde bioscopen in het centrum verrees in 1996 een nieuw bioscoopcomplex met zeven zalen op het Schouwburgplein. Het Pathé-complex is gebouwd op de bestaande parkeergarage en moest daarom ultralicht worden gebouwd: een staalconstructie met gevels van transparante golfplaat. Het oogt overdag gesloten, maar is 's avonds feestelijk verlicht.

Pathé

 

Tot de bouw van de megabioscoop met zeven zalen op het Schouwburgplein waren de Rotterdamse bioscopen geconcentreerd rond het kruispunt van Lijnbaan en Kruiskade: Lumière, Thalia en Corso. Deze verouderde gebouwen voldeden niet meer aan de huidige eisen voor bioscoopbezoek. Vooral zgn. multiplexen of megabioscopen met veel zalen, uitgebreide horeca en een feestelijke, Amerikaanse sfeer beantwoorden aan de eisen van de hedendaagse, jonge bioscoopbezoeker. In de regio Rotterdam is er behalve de megabioscoop op het Schouwburgplein ook één bij de Kuip en één in Spijkenisse.

 

Schouwburgplein

 

De megabioscoop op het Schouwburgplein is bedoeld om de omvang van het plein te beperken. Het probleem van het Schouwburgplein was dat het werd gezien als een grote, kale vlakte zonder begrenzing. Daarnaast zou deze nieuwe culturele functie goed aansluiten bij de bestaande voorzieningen (Doelen, Schouwburg). Omdat de bioscoop op de bestaande parkeergarage moest worden gebouwd, is een lichte staalconstructie en een lichte golfplaatgevel toegepast. Het gebouw is zodanig gevormd dat de belangrijkste zichtlijnen niet worden gehinderd. Ook de hoekig gevormde bioscoopzalen werken mee aan de typische vorm van het gebouw van de Hilversumse architect Koen van Velsen.

 

Hoofdopzet

 

Drie grote volumes liggen bovenin het gebouw. Ze bevatten twee grote zalen en twee kleinere zalen boven elkaar, georiënteerd op de langsrichting van het gebouw. De drie volumes zijn constructief en akoestisch zelfstandig en gescheiden door de projectiecabines. De grootste zaal steekt buiten het gebouw en vormt een overstek bij de hoofdentree. Vanuit de entree met centrale kassa bereikt de bezoeker via een brede trap de foyer op de eerste verdieping. Vanuit de centrale foyer met een oppervlak van duizend vierkante meter zijn alle zalen bereikbaar: de hooggelegen grote zalen en de drie kleinere zalen onderin. Ook de kleinere zalen zijn zelfstandige eenheden, gescheiden door toiletgroepen. De kleinere zalen zijn georiënteerd in de dwarsrichting, waardoor de projectruimtes aan de koppen zijn gesitueerd.

 

Constructie

 

De lichtheid van de constructie boven de parkeergarage is bereikt door toepassing van een staalskelet. Door een deel van het dak van de parkeergarage te verwijderen is extra ruimte ontstaan. Het gebrek aan gewicht staat lijnrecht tegenover de geluidstechnische en akoestische eisen. Niet alleen mag er geen geluid van de ene zaal naar de andere doordringen, ook het geluid van de foyer en van de omgeving moest worden geweerd. In de wanden van de zalen zijn steenwoldekens verwerkt. De wanden van de filmzalen zijn aan de binnenzijde afgewerkt met geperforeerde gipspanelen om geluid te absorberen. Uit de stoelen, de vloerbedekking en het filmdoek wordt de rest van de absorptie verkregen.

 

Foyer

 

Het gebouw is vrijwel geheel bekleed met witte halftransparante golfplaat. Overdag laat dit materiaal het daglicht binnen, 's avonds straalt het gebouw kunstlicht naar buiten en krijgt het een feestelijk aanzien. De foyer heeft een roestvaststalen vloer en de wanden en vloeren van de zalen zijn wit gestuct. De trappenhuizen zijn als grote transparante stroken vormgegeven met borstweringen van glas. Felgekleurde vloerbedekking zorgt voor accenten.


Literatuur:

  • de Architect thema-60, 1996-4
  • Archis 1997-4
  • Architectural Review 1998-5
  • J. Rodermond - Koen van Velsen, architect, 1995
  • Jaarboek 1996-1997



building image Peperklip
Rosestraat, Stootblok, Draaischijf
3071 AK Rotterdam
Bouwjaar 1979 - 1982
Peperklip
Beluister audiofragment Rosestraat, Stootblok, Draa...
De Peperklip is een van de meest bekende en misschien wel beruchte woningbouwprojecten van Rotterdam. Het gebouw markeert het einde van de kleinschaligheid of kneuterigheid in de Nederlandse architectuur. Het grootschalige bouwblok aan de Rosestraat vormt ook de opmaat naar de ontwikkeling van de Kop van Zuid.

Grootschalig

 

In de stadsvernieuwingsarchitectuur van de jaren zeventig was kleinschaligheid het sleutelwoord. Ook in uitbreidingswijken kwam deze bouwstijl meer en meer in zwang. Het was een logische, maar doorgeslagen reactie op de monotone hoogbouw en rijtjeshuizen uit de jaren zestig. Eén van de eerste architecten die openlijk kritiek leverde op deze nieuwe kneuterigheid of neo-truttigheid was Carel Weeber.


In Rotterdam realiseerde hij een groot aantal woningbouwprojecten. Met de Peperklip maakte hij een belangrijk statement. Het bouwblok heeft zoals de naam aangeeft de vorm van een open gebogen paperclip. Het bijna 500 meter lange woongebouw bevat 555  woningwetwoningen. Weeber verklaarde de grootschaligheid van het bouwblok uit de omgeving. Het gebouw moest het kunnen opnemen tegen de grootschalige havenelementen in de directe omgeving en sloot qua lengte aan op de aanwezige woningbouw in lintbebouwing van de Rosestraat en Oranjeboomstraat. Omdat de bewonersorganisatie Feijenoord/Afrikaanderwijk zich keerde tegen de plannen van de gemeente om een Eroscentrum in het Poortgebouw te vestigen, kwam de ontwikkeling van het gebied aan de Binnenhaven/Spoorweghaven buiten de reguliere stadsvernieuwingspraktijk. Het plan van Weeber kwam in de plaats van de bebouwingsvoorstellen die Stadsontwikkeling had gemaakt voor dit gebied. Deze bestonden voornamelijk uit korte woonblokken van vier of vijf bouwlagen.

 

Binnenterrein

 

De Peperklip is een bijna gesloten bouwblok van langgerekte stroken van vier bouwlagen en ronde koppen van zeven en negen bouwlagen. De ronde koppen bevatten maisonnettes aan galerijen, aan de uiteinden ontsloten door liften. In de langgerekte bouwdelen bevinden zich portiekflats. Het gebouw bevat 555 woningwetwoningen: 197 drie-, 134 vier- en 148 vijfkamerwoningen en 76 hvat-eenheden (voor jongeren). De woningen op de begane grond zijn bestemd voor invaliden en bejaarden. Het binnengebied was bedoeld als collectieve tuin, maar bevat maar gedeeltelijk openbaar groen. De privé-tuinen en speciaal ontworpen prefab aluminium bergingen domineren het binnengebied. Het binnenterrein was oorspronkelijk bereikbaar door acht poorten, die tegenwoordig afgesloten zijn.

 

Bouwtechniek

 

Het bouwblok heeft een gevel van betonelementen met gekleurde tegeltjes in een vrolijk patroon. De vierkante tegeltjes van 10 bij 10 centimeter zijn in zes kleuren: wit, grijs, zwart, rood, geel en blauw. De grafische patronen met de gekleurde gevelelementen hebben geen verband met de achterliggende woningen. De gevel is een autonoom, abstract ontwerp. Iedere woning heeft een loggia, een inpandig balkon, dat de gevelcompositie niet beïnvloedt. In speciale gevelelementen boven de portieken aan de Rosestraat staat de tekst: de peperklip anno 1980. De gevelelementen zijn compleet met aluminium kozijnen en glas aangevoerd en gemonteerd. De constructie is uitgevoerd als gietbouw. Door de grote repetitiefactor van het grootschalige project was het mogelijk de afwijkende, gebogen gevelelementen binnen de gangbare budgetten van de stadsvernieuwing te realiseren. De gesloten kopgevels zijn bekleed met witte golfplaatpanelen met een grijze rand.

 

Omstreden

 

Al vanaf de presentatie van de eerste plannen was de Peperklip omstreden. Architectuurcritici beschreven het gebouw als onherbergzaam, kil en genadeloos. Anderen roemden de tijdloze, rationele architectuur en zagen het gebouw als een bevrijding uit de heilloze kleinschaligheid. Op de woningplattegronden werd weinig kritiek geleverd. Tijdens de eerste jaren bleef het gebouw in de publiciteit. Er waren problemen met geluidshinder in de ronde koppen, waar het geluid weerkaatst werd door de tegels, hoewel ook de luidruchtige bewoners de schuld kregen. Veel problemen met het beheer van het gebouw zouden het gevolg zijn van een verkeerd woningtoewijzingsbeleid van de gemeente. Sinds de aanleg van de Kop van Zuid met de woningbouw van de Stadstuinen en de Landtong valt de Peperklip qua omvang niet meer uit de toon.


Weeber maakte na de Peperklip nog enkele rigoureuze woningbouwplannen: het stedenbouwkundig plan voor de Venserpolder in Amsterdam (1982) en de Zwarte Madonna in Den Haag (1985). Dit laatste gebouw is in 2007 gesloopt. Niet omdat het slecht functioneerde of omdat er niemand wilde wonen, maar omdat het in de weg stond voor de plannen met het stadscentrum. De Peperklip is in 1995 gerenoveerd. De poorten naar het binnenterrein zijn afgesloten en de metalen schuurtjes zijn vervangen door houten bergingen. De bergingen zijn zoveel mogelijk binnen het gebouw gerealiseerd waardoor het binnenterrein opener en overzichtelijker is geworden. Bij een tweede renovatie in 2007 werd niet alleen het gebouw aangepakt, maar werd vooral ingezet op beheer en leefstijlen. In de ronde koppen zijn jongeren en studenten, die minder problemen hebben met geluidsoverlast, gehuisvest. De entrees zijn na een prijsvraag onder jonge architecten vernieuwd door Henk Snoeks.


Literatuur:

  • Plan 1983-9
  • Bouw 1983-14/15
  • Architectural Review 1985-1
  • Renovatie & Onderhoud 1995-12
  • Stadsvernieuwing Rotterdam 1974-1984, 1984
  • E. Taverne - Carel Weeber, architect, 1990
  • M. Wallinga - Een tweede jeugd voor de Peperklip, Rotterdam 1995 de Architect 2010-6



building image Scheepvaart- en Transportcollege
Lloydstraat 300
3024 EA Rotterdam
Bouwjaar 2000 - 2005
In de nieuwbouw van het Scheepvaart- en Transportcollege hebben enkele verspreid over de stad gehuisveste opleidingen een prominente plek gekregen. De circa 2000 hbo- en mbo-studenten hebben vanuit hun blauwwit geblokte, op een periscoop gelijkende gebouw een mooi uitzicht over hun toekomstige werkterrein.

Het bijzondere gebouw, de bijzondere locatie en een attractiever onderwijsvorm moeten de teruglopende studentenaantallen in het middelbaar en hoger zeevaartonderwijs tegengaan. Het scheepvaartonderwijs was in Rotterdam in zes verschillende gebouwen gehuisvest, waaronder de nabijgelegen Zeevaartschool van W. Dahlen aan de Pieter de Hoochweg 129 uit 1916 en de Machinistenschool aan de Willem Buytewechstraat 45 van B.J.K. Cramer en C. Elffers uit 1949. Het gebouw Maritime Simulation Rotterdam aan de Wilhelminakade is onderdeel van de opleiding. De samenballing van alle nautische en maritieme kennis beoogt een internationale uitstraling.

 

Periscoop

 

Het gebouw is niet alleen door zijn locatie en het uitzicht nauw verbonden met de Rotterdamse haven en de scheepvaart. Ook de op een periscoop gelijkende hoofdvorm werkt daarin mee. Verder zijn bij het in- en exterieur en in de materiaalkeuze allerlei verwijzingen naar de scheepvaart aangebracht.

Het gebouw bestaat uit een vrijwel rechthoekige kern, een toren van zestien bouwlagen, waaraan boven en onder een sculpturale uitbouw is aangebracht. De onderbouw van drie lagen bevat algemene functies als de entree, de centrale hal, een tentoonstellingsruimte, sportzalen, een grote kantine, een café en een boekshop en verder de werkplaatsen en de simulatieruimtes. De studentenkantine heeft een terrasvorm met een vloer en een dak, die oplopen, en een groot raam richting de rivier. Onder de onderbouw liggen nog twee parkeerlagen en een fietsenstalling. De uitbouw bovenin bevat een collegezaal, wat in de tapse vorm tot uitdrukking komt. Deze zaal voor 350 personen heeft een groot raam aan de westkant met uitzicht over de havens. De zaal is ook als congresruimte bruikbaar.

 

Onderwijstoren

 

In de onderwijstoren heeft het vmbo de onderste lagen, het hbo zit erboven en de bijscholing voor de beroepswereld zit bovenin het gebouw. Het verticale transport van de studenten in het gebouw geschiedt zoveel mogelijk via een stelsel van roltrappen. Voor de staf zijn er liften ; een noodtrappenhuis en toiletruimtes vormen verder de kern. De plattegronden zijn verder eenvoudig van opzet met klaslokalen aan de oost- en westzijde en kantoorvertrekken aan de noord- en zuidzijde aan een gang rond de kern. Om te voorkomen dat de studenten in de pauzes allemaal naar beneden moeten zijn op enkele verdiepingen pauzeruimtes ingericht, voorzien van loggia's.


De betonnen kern fungeert ook als stabiliteitskern. Het gebouw is verder als prefab betonconstructie uitgevoerd. In de uitbouwen is een staalconstructie toegepast. Aan de Sint-Jobshaven wordt het gebouw ondersteund door een meanderende constructie van gelaste stalen kokers gevuld met beton. De collegezaal is als stalen prefabconstructie uitgevoerd en via vier grote stalen vakwerkspanten aan de kern bevestigd. Het geheel is naast het gebouw gemonteerd en vervolgens met twee zware kranen in 12 uur tijd op zijn plaats gehesen.

De gevel bestaat uit een dambordpatroon van blauwe en witte geprofileerde aluminiumpanelen of glas. Achter geperforeerde aluminiumpanelen zitten ramen verborgen, die open kunnen. De elementen zijn 3,60 bij 3,80 meter. De robuuste gevel doet denken aan containers.

 

Interieur

 

In het interieur zijn materialen als hout, staal en zeildoek toegepast en zijn allerlei nautische symbolen aangebracht. De centrale kern is meniekleurig. De akoestiek in de collegezaal wordt geregeld door de met rode luchtkussens en zwarte spanbanden beklede wanden. In de kantine is het plafond afgewerkt met een gespannen zeildoek. De vloer hier zou aanvankelijk uitgevoerd worden in containerhout , maar het is uiteindelijk een mix geworden van Europese houtsoorten. De kantoorvertrekken zijn voorzien van patrijspoorten en aan de scheepsbetimmering refererende kastenwanden. In de openbare ruimtes staan uit houten latten samengestelde scheepsbanken. Op de tafels zijn prints van scheepvaartkaarten aangebracht.


Literatuur:

  • Jaarboek 2005-2006;
  • Aan het Werk, Neutelings Riedijk Architecten, 2003
  • Bouwwereld 2005-22
  • de Architect 2006-1



building image Snackbar Bram Ladage
Binnenwegplein
3012 KA Rotterdam
Bouwjaar 1990 - 1990
Snackbar Bram Ladage
Beluister audiofragment Binnenwegplein
Bram Ladage is de bekendste mobiele patatbakker van Rotterdam. Naast mobiele snackwagens heeft Bram Ladage ook een aantal vaste verkooppunten. De eerste is gebouwd op het Binnenwegplein. Deze vaste snackbar bestaat uit een uitvergroot colablik en een roestvrijstalen luifel boven de verkoopbalie.

Het 6 meter hoge colablik bevat de serviceruimtes van de snackbar: w.c., wasgelegenheid, meterkast, telefoon, installaties en opslagruimte voor een ca. 15 meter lang horizontaal rolluik. 's Avonds kan de verkoopbalie worden afgesloten met dit transparante rolluik.

De uitgiftebar is rondom voorzien van een koelopslag. In de middenzone zijn rond de twee stalen kolommen ovens, frituren en ijsmachines opgesteld. De roestvrijstalen buitenhuid van de uitgiftebar is met behulp van lasersnijden geperforeerd met het logo van Bram Ladage. In de lambrisering van de balie zijn eetlustopwekkende foto's van allerlei snacks van Hans Werlemann aangebracht.
Het vijf meter uitkragende dak draagt op twee kolommen. De vleugelvormige luifel bestaat uit stalen vakwerkliggers. Het colablik is zelfdragend en gemaakt van 5 millimeter dik naadloos roestvrij staal plaatwerk.

De architectuur is geïnspireerd op Amerikaanse diners. Het colablik verwijst naar de blow-ups van gebruiksvoorwerpen van de Amerikaanse pop-art-kunstenaar Claes Oldenburg.


In 2010 is het Binnenwegplein voorzien van nieuwe natuurstenen bestrating, plantenbakken en verlichting. De herinrichting is onderdeel van een offensief om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren volgens de principes van 'De Rotterdamse stijl'. Het kinetische kunstwerk ‘Two Turning Vertical Rectangles’ van George Rickey uit 1971 heeft zijn plaats behouden en krijgt een extra verfraaiing door een mistfontein en een sfeervolle aanlichting ‘s avonds.


Literatuur:

  • Bouw 1991-19
  • de Architect-thema 48
  • K. Christiaanse (red.) - Kees Christiaanse, 1999



building image Museumwoning Sonneveld
Jongkindstraat 12
3015 CG Rotterdam
Bouwjaar 1929 - 1933
Museumwoning Sonneveld
Beluister audiofragment Jongkindstraat 12
Brinkman & Van der Vlugt realiseerden eind jaren twintig de Van Nellefabriek en het woonhuis van directeur Van der Leeuw. Begin jaren dertig volgden nog modernistische woonhuizen voor de onderdirecteuren De Bruyn in Schiedam en Sonneveld in Rotterdam. In 1997 werd Huis Sonneveld aangekocht door Volkskracht en minutieus in oorspronkelijke staat gereconstrueerd tot museumwoning naast het Nederlands Architectuurinstituut. Het Huis Sonneveld uit 1933 is een toonbeeld van het moderne wonen.

Land van Hoboken

 

Bertus Sonneveld, procuratiehouder en later directeur bij Van Nelle, woonde met zijn gezin aan de Heemraadssingel 158. Enthousiast gemaakt door directeur Kees van der Leeuw besloot Sonneveld een modern nieuw huis te laten ontwerpen door Van der Vlugt. De locatie was het Land van Hoboken, waar een villawijk was gepland. Hier zijn ook de woning voor de arts Boevé van Brinkman en Van der Vlugt, de woning voor kunstverzamelaar Peter Merkes en de woning voor industrieel Kraaijeveld  ( het huidige Chabotmuseum ) gebouwd. Vrijwel gelijk met de bouw van het woonhuis Sonneveld werd museum Boijmans Van Beuningen gebouwd. Sonneveld was geen vooruitstrevende kunstliefhebber, maar was wel geïnteresseerd in moderne techniek. De woning zat vol technische snufjes, zoals dienstliftjes, een centrale klok, ingebouwde radio's, huistelefoon en een centraal oproepsysteem.

 

Nieuwe Bouwen

 

Het Huis Sonneveld is ontworpen volgens de ideeën van het Nieuwe Bouwen en is verwant aan de 'witte villa's' van Le Corbusier. Het huis heeft een staalskelet, zodat de plattegronden en de gevels vrij indeelbaar zijn. In de gevels kunnen bijvoorbeeld grote glasvlakken of strookramen worden toegepast.  Het was mogelijk om in de woonruimte door middel van een vouwwand de werkkamer af te scheiden. Het huis heeft een plat dak en is opgebouwd uit abstracte, kubische vormen. Er zijn nieuwe materialen gebruikt zoals stalen kozijnen, stalen kolommen en balken, betonnen vloeren en wit pleisterwerk en witte tegels in de gevels. Er is veel aandacht voor hygiëne in de vorm van badkamers;  grote raampartijen, balkons en dakterras laten licht en lucht toe. Om te kunnen genieten van het uitzicht over het toen nog onbebouwde Land van Hoboken werd de woonkamer met bibliotheek en werkgedeelte op de eerste verdieping gesitueerd. Verder was hier de keuken. Via een stalen wenteltrap kan vanaf een 'buitenkamer' de tuin worden bereikt. Op de begane grond bevinden zich een royale entree, een dubbele garage, een studio voor de kinderen en een gedeelte voor de dienstbodes. Op de tweede verdieping zijn een logeerkamer ,de slaapvertrekken en de  badkamers gesitueerd. Op het dak was een terras. De inwonende dienstbodes konden via een eigen trappenhuis naar de keuken.

 

Interieur

 

Het interieur kan met de trefwoorden hygiëne, comfort en luxe worden getypeerd. In tegenstelling tot wat men altijd dacht op basis van zwartwitfoto's van dergelijke 'witte villa's' was het interieur helemaal niet zwart, wit en grijs. De meubels, wanden en stofferingen bleken bijzonder kleurig. Er werden weinig primaire kleuren toegepast, maar vooral zachte tinten en ook aardkleuren. Elke kamer had een eigen sfeer. Buismeubels van Gispen, tapijten van Metz & Co. en Krommenie linoleum waren voor die tijd hypermodern. Er waren maar liefst drie badkamers in het huis:  twee op de begane grond ( een voor de twee inwonende dienstbodes en één voor de kinderen ) en één voor de ouders op de tweede verdieping. De badkamer van de ouders heeft turkooizen tegels en sanitair. Behalve een bad en een verwarmd handdoekenrek is vooral de tienkoppige douche met glazen douchedeur bijzonder fraai. Door architectuur, interieur en meubilair  op elkaar af te stemmen en te integreren  is  een waar kunstwerk ontstaan

 

Belgisch consulaat

 

Vanaf 1957 was het huis Sonneveld in gebruik als woning van de Belgische consul-generaal. Op 20 augustus 1996 werd het consulaat gesloten. Door de zuinigheid van de Belgische staat was het huis nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. Het werd aangekocht door de Stichting Volkskracht Historische Monumenten, een onderdeel van de Stichting Bevordering van Volkskracht. Het woonhuis werd tussen 1999 en 2001 gerestaureerd door Molenaar & Van Winden. Architect Joris Molenaar heeft eerder onderzoek gedaan naar het werk van Van der Vlugt en het woonhuis De Bruyn in Schiedam gerestaureerd. Behalve het exterieur werden ook het interieur, de stoffering en de meubilering nauwgezet gereconstrueerd. Het Huis Sonneveld is sinds 2001 als museumwoning opengesteld voor bezoekers van het naastgelegen Nederlands Architectuurinstituut.

 


Literatuur:

  • De 8 en Opbouw 1934 p. 77
  • Archis 1993-8
  • Bauwelt 2001-18
  • J. Geurst e.a. - Van der Vlugt, architect 1894-1936, 1983
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • Wiederhall 20: The Rotterdam Museumpark Villas
  • E. Adriaansz e.a. - Huis Sonneveld, 2001



building image Stadhuis
Coolsingel 40
3011 AD Rotterdam
Bouwjaar 1912 - 1920
Stadhuis
Beluister audiofragment Coolsingel 40
In 1905 besloot het gemeentebestuur wegens toenemend ruimtegebrek tot nieuwbouw van het stadhuis. 15 jaar later was het neo-renaissancistische bouwwerk met romaanse en byzantijnse invloeden voltooid. Het monumentale stadhuis is niet alleen rijk gedecoreerd, het bevat bovendien een grote hoeveelheid beeldende kunst.

Met de bouw van een nieuw stadhuis aan de Coolsingel wilde burgemeester Zimmerman twee vliegen in één klap slaan. Het te kleine stadhuis aan de Kaasmarkt zou worden vervangen door een de stad waardig nieuw gebouw. De nieuwbouw zou tevens de aanleiding vormen voor de sanering van de binnenstad. De Coolvest zou worden gedempt en de rosse buurt rond de Zandstraat zou worden gesloopt ten bate van stadhuis, postkantoor en beurs. Na een omstreden ontwerpprijsvraag kwam Henri Evers als winnaar naar voren. Het gebouw werd tussen 1915 en 1920 gebouwd.

 

Stadhuisprijsvraag

 

Vanaf de veertiende eeuw was het stadsbestuur gevestigd in een stadhuis aan de Kaasmarkt vlakbij de huidige Botersloot. In 1832 werd dit gebouw van een nieuwe classicistische gevel voorzien door stadsarchitect Pieter Adams.

In 1905 besloot het gemeentebestuur wegens het toenemende ruimtegebrek en de ongemakken door de spreiding van gemeentelijke diensten tot nieuwbouw. Een Berlagiaans ontwerp voor een locatie bij het Achterklooster werd weggestemd, omdat het de ruimteproblemen niet oploste en men een grootschaliger, monumentaler gebouw wenste. Burgemeester Zimmerman greep deze problematiek na zijn benoeming in 1906 aan om de volkswijk rond de Zandstraat te saneren en de Coolvest om te vormen tot een nieuwe stadsboulevard met allure. De Coolvest werd gedempt, in 1913 volgde de doorbraak van de Meent en werd begonnen met de bouw van stadhuis en postkantoor. In de rosse Zandstraatbuurt woonden circa 2.400 mensen.

Zimmerman had voor het nieuwe stadhuis de architect Henri Evers voor ogen, hoogleraar in Delft en oud-leraar van de Rotterdamse Academie. In 1911 maakte Evers een voorlopig ontwerp, dat als uitgangspunt fungeerde voor een besloten prijsvraag met Kromhout, De Bazel, Stuyt, Otten & Overeijnder, Van der Tak, Brinkman en Evers. Vooral het expressieve ontwerp van Kromhout sprak tot de verbeelding. Na een besloten zitting van de jury onder voorzitterschap van de burgemeester kwam niet geheel verrassend Evers als winnaar uit de bus. Zijn ontwerp werd ondanks protesten gerealiseerd.

 

Bouw

 

In 1914 werd met de voorbereidende werkzaamheden begonnen en op 15 juli 1915 werd de eerste steen gelegd door koningin Wilhelmina. In 1920 was het neo-renaissancistische bouwwerk met romaanse en byzantijnse invloeden gereed. Het stadhuis kostte ƒ 2.850.000,- Het monumentale gebouw is symmetrisch van opzet, met centraal de hoofdentree. Raadzaal en burgerzaal, voorzien van een balkon, liggen op de verdieping aan weerszijden van de centrale hal. Het complex wordt bekroond met een klokkentoren. Het gebouw is verder opgebouwd rond binnenhoven, waardoor in alle vertrekken daglicht kan komen. Een straat doorkruist het gebouw. In totaal beslaat het gebouw een oppervlak van 86 bij 106 meter. De moderne betonconstructie met de 71 meter hoge klokkentoren is weggewerkt achter zandsteen. De zwart uitgeslagen zandsteengevel is vanaf 2000 gereinigd. Het gedeelte achter de binnenstraat is voorzien van daklichten en huisvest publieksfuncties als de dienst Burgerzaken .Het openbaar toegankelijke binnenhof is ingericht als parkje.

 

Beeldende kunst

 

Het gebouw is niet alleen rijk gedecoreerd, het bevat bovendien een grote hoeveelheid beeldende kunst. In de gevels zijn allerlei verfraaiingen en beeldhouwwerken opgenomen. Direct boven het balkon zijn bijvoorbeeld vier door Odé gebeeldhouwde 'overheidsdeugden' te zien.

In de trapgevel boven de entree zijn onder andere de Stedemaagd, het gemeentewapen van beeldhouwer Miedema en de wapens van geannexeerde gemeentes te zien.

Aan weerszijden van de hoofdentree zijn in de hoekpaviljoens beelden van Johan van Oldenbarnevelt (van Odé) en Hugo de Groot (van Auke Hettema) geplaatst.

In het rechter hoekpaviljoen bevindt zich de kamer van de burgemeester. De toren wordt bekroond door een gouden Vredesengel van beeldhouwer Keller. In de binnentuin staan twee bronzen beelden van Mercurius en Neptunus en een fontein van Miedema. Op het Raamplein aan de achterzijde bevindt zich een monument voor Louis Davids, die hier in de Zandstraat was geboren. In 1981 werd onder de stadhuisbogen een monument ter nagedachtenis van de in de oorlog weggevoerde joden aangebracht.

 

In de klokkentoren bevond zich een carillon met 48 klokken, een geschenk van Van Ommeren. Het carillon is door de bezetters weggevoerd en in 1948 vervangen.

Ook in het interieur zijn talloze kunstwerken aangebracht. In de trappenhuizen zijn glas-in-loodramen aangebracht. De realistische wandschilderingen van havenarbeiders van Marius Richters in de Raadzaal vielen bij het stadsbestuur aanvankelijk niet in de smaak. De wanden werden behangen en pas in 1947 weer onthuld.

Ook de allegorische wandschilderingen van Thorn Prikker in de burgerzaal uit 1928 vielen aanvankelijk niet in de smaak. Een deel werd opgeslagen en pas na de oorlog weer aangebracht. Bij de hoofdingang staat een borstbeeld van architect Henri Evers.

 

Het stadhuis is tussen 2008 en 2010 gerestaureerd door Putter Partners en de interieurarchitecten Merkx + Girod. Vele ruimtes zijn daarbij in oude luister hersteld. Bijzonder is de ingebruikname van de zolders onder de kappen, die voor opslag werden gebruikt. Hier zijn een restaurant en vergaderkamers gecreëerd. Een nieuwe liftschacht is bekleed met stalen wandpanelen met bloemmotieven.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1913 p. 291
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • de Architect interieur 2010-35
  • H. Baaij, J. Oudenaarden - Monumenten uit Rotterdam, 1992
  • H. Timmer - Henri Evers 1855-1929, 1997



building image De Unie
Mauritsweg 35
3012 JT Rotterdam
Bouwjaar 1924 - 1925
De Unie
Beluister audiofragment Mauritsweg 35
Café De Unie heeft een opvallende gevel met De Stijl-kleuren, waarbij opschriften en lichtreclames in de compositie zijn opgenomen. Het gebouw aan Coolsingel werd verwoest in het bombardement. In 1986 is de gevel gereconstrueerd op een nieuwe vergelijkbare locatie tussen negentiende-eeuwse panden.

In 1924 ontwierp J.J.P. Oud de gevel van café De Unie aan het Calandplein, een onderdeel van de Coolsingel. Het gevelontwerp voor dit tijdelijke pand was al drie keer om esthetische redenen afgekeurd. Daarom werd Oud, architect bij de Gemeentelijke Woningdienst, aangewezen om een ontwerp te maken.

Het café was gesitueerd in een tien meter breed gat tussen twee neoclassicistische gebouwen, het Erasmiaans Gymnasium en het Maria Catharina van Doorn's Liefdegesticht van Weldadigheid. De moderne gevel met felle kleuren en opzichtige reclames contrasteerde sterk met de bestaande bebouwing en werd fel bekritiseerd. Een columnist in het Bouwkundig Weekblad meende dat 'Het is te vreezen dat de gemeente met dit overmoedig dadaïstisch voorbeeld de zeven duivelen zal oproepen uit de massa der reclamezuchtigen.'

 

De Stijl

 

De Unie is met de Directiekeet Oud-Mathenesse één van de weinige gebouwen waarin Oud trachtte de principes van De Stijl toe te passen. Oud was betrokken geweest bij de oprichting van De Stijl in 1917 en had regelmatig in het tijdschrift gepubliceerd. Zijn woningbouwontwerpen kort na de Eerste Wereldoorlog waren geen voorbeelden van Stijl-architectuur en sloten eerder aan bij het Nieuwe Bouwen.

In de twee minder serieuze opdrachten, het café en de directiekeet, trachtte hij 'driedimensionaal datgene te bereiken wat Mondriaan tweedimensionaal in zijn schilderijen verwezenlijkte.' Het gevelontwerp is overigens ook bijna een tweedimensionaal ontwerp, een façade. Behalve het café-restaurant met een grote zaal en keuken op de begane grond was er alleen nog een kleine kantoorruimte op de verdieping. De voorgevel werd tot driehoog opgetrokken, witgepleisterd en voorzien van decoratieve elementen als een roodgeverfd houten vlak en een gele raamomlijsting. Oud probeerde nadrukkelijk met het gevelontwerp aandacht te trekken. Door de reclames integraal onderdeel van het ontwerp te laten zijn ontstond een ordelijk en karaktervol geheel. Twee verticale lichtbakken met blauwe letters zijn aan de gevel aangebracht en er staat één grote lichtreclame op het dak.


Het café werd eind jaren twintig veranderd in een showroom voor de Haagsche Automobiel-Maatschappij. De reclames werden aangepast. In 1932 kwam er weer een horecagelegenheid: café Modern van A.V.J. den Ouden, de vader van Olympisch zwemkampioene Willy den Ouden. De gevel had flink te lijden van deze functieveranderingen. Het café was bedoeld voor tien jaar, maar werd niet afgebroken. Het gebouw was inmiddels een internationaal erkend meesterwerk van de moderne architectuur geworden. Wat de gemeente niet aandurfde werd door het bombardement gerealiseerd: in mei 1940 sneuvelde ook café De Unie.

 

Herbouw

 

Vanaf eind jaren zeventig werden plannen ontwikkeld De Unie te herbouwen. Aanvankelijk werd aan een locatie op de Oude Binnenweg gedacht. In 1986 verrees een reconstructie van de gevel aan de Mauritsweg. Boven het café kwamen de kantoren van de RKS, erachter Zaal De Unie voor culturele activiteiten. Carel Weeber zorgde als voorzitter van de sectie architectuur van de RKS voor de kwaliteitsbewaking. Zo werd de drie meter bredere locatie opgevuld met een neutraal tussendeel, dat qua architectuur, materiaal- en kleurgebruik geen relatie met de gevel heeft. Om voldoende kubieke meters kantooroppervlak te realiseren is achter de Unie-gevel een hoger bouwdeel met een neutrale, zwarte gevel gerealiseerd.

Het interieur van Opera Ontwerpers is nieuw ontworpen en staat volledig los van het gevelontwerp. Sikkens was betrokken bij de reconstructie van de kleuren en verzorgde korte tijd later twee reconstructies van de directiekeet: één bij het vernieuwde Witte Dorp en één bij de fabriek in Sassenheim. Net als van de directiekeet verscheen overigens eerst een bouwplaatje van De Unie.


De reconstructie was overigens opnieuw omstreden. Sommige critici waren principieel tegen het reconstrueren van gebouwen, anderen vreesden dat de achtergelegen kantoren het gevelbeeld zouden domineren of vonden de locatie niet goed gekozen. Café De Unie was echter ook als reconstructie al gauw niet meer weg te denken uit het Rotterdamse straatbeeld.

In 2010 is De Unie verbouwd om het interieur beter te laten aansluiten bij de nieuwe functie van debatzaal. De zaal is voorzien van een aparte entree en lobby in het smalle nieuwe bouwdeel. Het acfé-restaurant hoeft niet meer door bezoekers van de zaal betreden te worden. De keuken is verplaatst. Het nieuwe interieur van Peter Hopman van bureau Lakenvelder en grafisch ontwerpers 75B is voornamelijk zwart. Een nooit uitgevoerd stoelontwerp O7B van Oud uit 1934 is in een oplage van 52 stuks speciaal voor De Unie geproduceerd.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1925 p. 236, 370, 397
  • L'Architecture Vivante 1925-II
  • H. Oud - J.J.P. Oud, 1984
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995
  • Architectuur.nl 2010-9
  • D. Broekhuizen - J.J.P. Oud Compleet Werk, 2001



building image Kantoorgebouw Unilever
Museumpark 40
3015 CX Rotterdam
Bouwjaar 1930 - 1931
Kantoorgebouw Unilever
Beluister audiofragment Museumpark 40
In 1930 fuseerde de Margarine Unie van Van den Bergh en Jurgens met Lever Brothers Ltd. De nieuw gevormde firma gaf de architect Herman Mertens (1885-1960) uit Bilthoven de opdracht voor een nieuw hoofdkantoor in Rotterdam. Als locatie werd het Land van Hoboken gekozen, dat sinds 1924 in handen van de gemeente was gekomen.

Unilever had deze toplocatie bedongen door te dreigen naar Den Haag te verkassen. In dezelfde periode werd de woningbouw langs de Rochussenstraat en het Erasmiaans Gymnasium van Van der Steur gerealiseerd.

Het gebouw volgt het stedenbouwkundig plan voor Dijkzigt van stadsarchitect Witteveen. Het wigvormige bouwterrein grensde aan de ene zijde aan de Rochussenstraat. Aan de andere zijde, de Wijtemaweg, was een park gedacht. Met een A-vormig gebouw is de wigvorm van het terrein optimaal benut. Twee langgerekte kantoorvleugels van vier lagen komen samen in een representatief entreegedeelte op de punt, gemarkeerd door een toren.


De kantoorvleugel langs de Rochussenstraat was aanvankelijk voor de helft gebouwd, maar is later in dezelfde stijl voltooid. Het gebouw heeft een betonskelet; de gevels zijn geheel van bruine handvorm baksteen op een plint van travertin. Om de niet-dragende functie van de gevels te benadrukken is een bijzonder metselverband toegepast. Bakstenen zijn op hun kant geplaatst, afwisselend horizontaal en verticaal, en omgeven door vier strekken. Hierdoor is een bijzonder patroon ontstaan. Mertens realiseerde overigens vrijwel tegelijkertijd een modernistisch gebouw in Rotterdam, het witgepleisterde HAKA-gebouw aan de Vierhavensstraat.


De kantoren bestonden voor een groot deel uit vrije ruimte tussen de betonnen kolommen, indeelbaar met behulp van kastenwanden. In feite een kantoortuin dus. Lange strookvensters in de gevels benadrukken deze opzet. Op de kantoorvleugels bevonden zich dakterrassen voor het personeel, verlevendigd met pergola's, plantenbakken en bankjes.

Veel energie is gestoken in de monumentale kop van het gebouw. Tussen de kopgevels van de twee kantoorvleugels, voorzien van balkons, bevindt zich de hoofdentree. Boven de hoofdentree was de fraai gedecoreerde vergaderzaal van de directie gesitueerd. Op deze vergaderzaal bevond zich een terras met uitzicht over het Museumpark. De belettering van de gevel was verzorgd door Gispen.


Aan de achterzijde van de hal bevindt zich een cilindervormig monumentaal trappenhuis, dat met een koepel is bekroond. In de koepel was een dubbele kroonluchter opgehangen. In het marmeren trappenhuis zijn drie glas-in-loodvensters  (Joep Nicolas ) aangebracht. Aan de voorzijde van de toren bevinden zich drie langwerpige glas-in-loodramen met daarboven drie beelden (John Raedeker).

Tijdens het bombardement vluchtten mensen uit het stadscentrum naar het Land van Hoboken. Kort erna was een deel van het gebouw in gebruik als ziekenhuis. Op de plek waar nu het NAi staat was in 1940 een noodwinkelcomplex gebouwd.

 

Nieuwbouw

 

Tussen 1956 en 1959 werd het gebouw aan de achterzijde aan het Burgemeester Jacobplein uitgebreid met een modern kantoorgebouw van A.J.B. van de Graaf. In 1963 werd deze uitbreiding voorzien van een bronzen sculptuur van de Amsterdamse beeldhouwer Wessel Couzijn, 'Belichaamde eenheid'. Het 6 meter hoge en 14 meter brede, aan elkaar gelaste gevaarte werd in 1992 verplaatst naar het Weena. Daar had Unilever een nieuw hoofdkantoor betrokken, ontworpen door Jan Hoogstad.


De plattegrond van het gebouw bestaat uit een kruisvorm in een vierkant. Op de begane grond en bij de bovenste laag is vrijwel het gehele oppervlak bebouwd. Oorspronkelijk zou de kubusvorm verder worden opgevuld met glas, zodat Hoogstads geliefde atria zouden ontstaan. Deze worden echter alleen gesuggereerd met behulp van zwart graniet op de kopse kanten van de kruisvorm en slanke stalen kolommen.

 

Hogeschool Rotterdam

 

Na het vertrek van Unilever werd het oude gebouw in gebruik genomen door de Hogeschool Rotterdam en Omstreken. Het gebouw werd verbouwd en gemoderniseerd door Jeanne Dekkers van EGM Architecten.

Door het vertrek van Unilever kregen ook enkele voorzieningen in de buurt een gewijzigde bestemming. De sportvelden van Unilever werden deels bij het Museumpark getrokken en deels bebouwd met het Sophia Kinderziekenhuis. Het Westerpaviljoen, in gebruik als kantine van Unilever, werd verbouwd tot café-restaurant.


Literatuur:

  • Bouwkundig Weekblad 1931 p. 445
  • Architectuur Rotterdam 1890-1945, 1991
  • Renovatie & Onderhoud 1994-10



building image Westelijk Handelsterrein
Van Vollenhovenstraat 15
3016 BE Rotterdam
Bouwjaar 1894
Westelijk Handelsterrein
Beluister audiofragment Van Vollenhovenstraat 15
Achter de statige gevels van het Scheepvaartkwartier ligt het Westelijk Handelsterrein, een eind-negentiende-eeuws pakhuizencomplex van twee verdiepingen met grasdaken. Het complex werd in 2001 voorzien van een zwevende glazen kap, in de pakhuizen zijn nu trendy restaurants, cafés, galerieën en clubs gevestigd.

De Maatschappij Westelijk Handelsterrein NV werd in 1890 opgericht met als doel 'het bouwen en verhuren van geheele pak- en woonhuizen'. Initiatiefnemer was de directeur van het Blaauwhoedenveem Joannes C.A. Hol, die tot 1910 in het huis aan de straatzijde woonde. In de beginjaren was het Blaauwhoedenveem de enige huurder, maar na de eeuwwisseling waren er ook andere huurders. De laatste jaren werden de pakhuizen voor opslag van kleinere ondernemingen gebruikt. 

 

De neo-renaissancegevels van de woonhuizen waren representatief bedoeld. De gevels van de pakhuizen waren sober en rationeel. Het complex is ontworpen door de Rotterdamse aannemer/architect T.L. Kanters. De naam Kanters komt regelmatig voor als ontwerper van industriële complexen in Rotterdam: het pakhuis St. Job, het Blaauwhoedenveem, het Katoenveem, pakhuis de Molukken en pakhuis Santos zijn van J.J. of Ph. Kanters. T.L. Kanters ontwierp woonhuizen op het Westplein 11, Eendrachtsweg 35 en 52-54 en 13 panden aan de Heemraadssingel. Op Heemraadssingel 141 was de firma T.L. Kanters & Zonen gevestigd.

 

Pakhuizen

 

De 36 pakhuizen zijn zes meter breed en hebben aan de linkerzijde een diepte van 25 meter en aan de rechterzijde van bijna 40 meter. Het pakhuiscomplex is het enige Rotterdamse met een split-level. Het was bereikbaar via een poort in de Van Vollenhovenstraat die toegang gaf tot twee hellingbanen. De toegang bestond oorspronkelijk uit drie poorten met stalen hekwerk voor paard en wagen. De toegang is vergroot om vrachtwagens toegang te bieden. Het dak van de bovenste pakhuizen was bedekt met een grasdak, naar verluidt aangebracht om het uitzicht vanuit de bisschopswoning aan het Koningin Emmaplein niet te bederven. Jarenlang graasden er schapen op het dak. De vloer van de open rijstraat op het hoogste niveau heeft een interessante constructie van ijzeren profielbalken, verbonden met betonnen troggewelven.


Het complex werd in 2001 voorzien van een zwevende glazen kap en getransformeerd in een trendy uitgaanscentrum. Aan de centrale overdekte ruimte grenzen restaurants, cafés, galerieën en dansgelegenheden. De overkapping is ontworpen door Mick Eekhout van Octatube. De verbouwing van het complex is gedaan door de architecten Henk Klunder en Jan van der Weerd. De meeste karakteristieke elementen als de zware houten schuifdeuren, de balkenplafonds, het metselwerk en de klinkerbestrating zijn gehandhaafd. In oktober 2002 is het complex officieel geopend.


Literatuur:

  • R. Daalder e.a. - Werkstad, 1985



building image Kantoorgebouw Willemswerf
Boompjes 40
3011 XB Rotterdam
Bouwjaar 1983 - 1989
Het hoofdkantoor van Nedlloyd aan de Boompjes heet officieel Willemswerf. Het op een smalle strook gerealiseerde gebouw is geheel bekleed met betonelementen met witte keramische tegels. De knik in de weg keert in het ontwerp van Wim Quist terug in de glazen 'waterval'.

De langgerekte strook aan de Boompjes waar de Willemswerf staat leek in eerste instantie geen geschikte bouwlocatie. Rem Koolhaas 'ontdekte' deze plek begin jaren tachtig in het kader van een studie van het rivierfront. Behalve een rechtopstaand brugdeel van de oude Willemsbrug bestond het voorstel uit een 70 meter hoog schijfvormig appartementencomplex dat over de kade van de Scheepmakershaven gebouwd moest worden. Dit project bleef zoals zovele vroege OMA-voorstellen beperkt tot schitterende tekeningen, maar opende wel de ogen voor de locatie.

 

Niet de experimentele Koolhaas, maar de degelijke Quist kreeg de opdracht voor een kantoorgebouw op deze locatie voor Nedlloyd. Het gebouw kreeg de neutrale naam Willemswerf omdat een deel ook uit verhuurbare kantoren bestaat.

 

Grootschalig

 

Het gebouw Willemswerf is ongeveer 100 meter breed en 90 meter hoog. Het vormt een massieve schijf aan het rivierfront, die aanvankelijk veel te grootschalig leek, maar in feite het eerste gebouw dat qua schaal de toon zette voor het nieuwe Rotterdam. Het is daardoor verwant aan het Witte Huis, dat tachtig jaar eerder een schaalsprong in Rotterdam introduceerde.

 

Het gebouw is grotendeels boven de Hertekade langs de Scheepmakershaven gebouwd. De Hertekade gaat onder het gebouw door. Het gebouw bevat vier parkeerlagen boven de entree, bereikbaar via een betonnen 'carrousel' aan de oostzijde.

Meest in het oog springende element van het gebouw is de knik in de gevel, ingegeven door de bocht in de Maasboulevard hier. Door de knik in het gebouw ontstaat een diagonaal in de voorgevel, die het gebouw een abstract, grafisch uiterlijk geeft. In de zijgevel vormt de knik een glazen 'waterval'.

 

Hoofdopzet

 

Op de begane grond bevindt zich een monumentale entreehal. Hier is om praktische redenen ook de medische dienst gevestigd waar de scheepsbemanning wordt gekeurd. Het niveau aan de Hertekade bevat een voorrijruimte, de entree van de carrousel naar de parkeergarage en enkele technische ruimtes. Dit niveau wordt doorsneden door de rijweg.

 

De parkeergarage is ook vanaf de Boompjes bereikbaar. Na vier parkeerlagen, in de gevel herkenbaar door de afwijkende hoogte en raamvormen, begint het kantoorgedeelte. De eerste laag van dit kantoorgedeelte heeft een extra verdiepingshoogte en bevat het bedrijfsrestaurant en een aantal vergaderzaaltjes. De zestien eigenlijke kantoorverdiepingen hebben een middengang en zijn indeelbaar als kamerkantoor of als open kantoor. De liften en trappen zijn ondergebracht in een kern aan de achterzijde. De bovenste twee lagen bevatten installatieruimtes, de kamers voor de raad van bestuur. De bovenste lagen zijn vormgegeven als een soort kroonlijst.

 

Constructie

 

Het gebouw is als geprefabriceerd betonskelet opgebouwd. Door het gehele gebouw is een maatsystematiek van 3,60 bij 7,20 meter toegepast. De kantoorvloeren zijn per 1,80 meter indeelbaar. Deze maatsystematiek is ook in de gevels herkenbaar. De kolommen zijn in het midden van de betonelementen geplaatst, zodat de naden tussen de betonelementen gemakkelijk af te werken zijn.

 

Gevel

 

De gevel bestaat vrijwel geheel uit geprefabriceerde betonelementen van 3,60 bij 3,60 meter, voorzien van witte geglazuurde tegels. De gevelelementen zijn compleet beglaasd aangevoerd per schip en direct tegen het gebouw gemonteerd. De kopgevels zijn vrijwel geheel gesloten. In contrast met de gesloten gevels met betonelementen is de 'waterval' geheel van glas. Aan de achterzijde van het gebouw is de parkeergarage voorzien van stalen roosters.In het interieur is veel onbehandeld beton en roestvrij staal toegepast. De vloeren zijn vanwege geluids- en comforteisen belegd met tapijt. Alle plafonds zijn van geperforeerd metaal.


Literatuur:

  • Wonen TA/BK 1984-3
  • de Architect 1988-9
  • Archis 1988-9
  • A. van der Woud - Wim Quist, architect, 1989
  • Jaarboek 1988-1989
  • Architectuur Rotterdam 1970-1995, 1995



Sites & Stories


Atlantic huis
Westplein
Beurstraverse
Beursplein
Beurs - World Trade Center
Beursplein 37
Museum Boijmans Van Beuningen
Museumpark 18-20
Boompjes / Restaurant Blits
Boompjes 701
Bouwcentrum
Diergaardesingel
City Building
Binnenrotte 140
Kantoorgebouw De Brug
Nassaukade 5
De Hef
De Hef
Café Dudok
Meent 88
Erasmusbrug
Erasmusbrug
Erasmus MC
Dr. Molewaterplein 40
Euromast
Parkhaven 20
Woningbouw Gouvernestraat
Gouvernestraat 10-44, 17-47 en 105-115, Diergaardesingel 74-86
Groot Handelsgebouw
Stationsplein 45
Het Witte Huis
Wijnhaven 3
Hillekop
Hillekopplein
Hogeschool INHolland
Posthumalaan 90
Gebouwen Holland-Amerika Lijn
Wilhelminakade
Kubuswoningen
Overblaak 70
Kunsthal
Westzeedijk 341
Woongebouwen Landtong
Louis Pregerkade
De Lijnbaan
Lijnbaan, Korte Lijnbaan
Maastunnel
Parkhaven
Montevideo
Landverhuizersplein
nieuwe Luxor Theater
Posthumalaan 1
Parklaanflat
Parkstraat 2
Pathé Schouwburgplein
Schouwburgplein 101
Peperklip
Rosestraat, Stootblok, Draaischijf
Scheepvaart- en Transportcollege
Lloydstraat 300
Snackbar Bram Ladage
Binnenwegplein
Museumwoning Sonneveld
Jongkindstraat 12
Stadhuis
Coolsingel 40
De Unie
Mauritsweg 35
Kantoorgebouw Unilever
Museumpark 40
Westelijk Handelsterrein
Van Vollenhovenstraat 15
Kantoorgebouw Willemswerf
Boompjes 40

Routes

bekijk alle routes